07-10-10

woorden & klanken

 

IMG_4252.JPG

 

 

Woorden & klanken

 

Woorden blijven mij verbazen. Ik lees in de gedichten van Constantijn Huygens en heb de indruk dat er een leven te voorschijn treedt. Een leven waarmee ik zou kunnen praten. In elk geval een leven dat met mij praten wil, mij uitnodigt te luisteren, aanwezig te blijven, dichtbij misschien. Machiavelli, zegt Kees Fens, kleedde zich er speciaal voor op, voor hij na zijn dagtaak de avond doorbracht bij zijn geliefde woorden.

 

En toch zijn het maar kleine klanken, die woorden. Wat is het geheim van hun blijvende aanwezigheid? Mensen vullen zich met betekenis, een leven lang, maar verliezen toch de strijd met de tijd. Woorden lijken die strijd wel te winnen. Ze schuiven door naar volgende levens op een manier die ongrijpbaar is en jaloers maakt. Jaren, eeuwen zelfs, schijnen hen niet te deren, hun leer- en aanpassingsvermogen is grenzeloos, dat kan voor een mens met zijn volume maar een droom zijn.

 

Hoe zit het met die andere klanken, die van de muziek, zijn die ook zo aanwezig? Aanwezig, jawel, maar toch op een andere manier. Noten zijn zo lichamelijk. Ze komen aan je lichaam liggen, ze komen in je lichaam liggen met een aanraking die vaak benevelt en ontroert. Dat alleen is al grote betekenis: dat de eenzaamheid even ophoudt, dat bestaan zo diep bevestigd kan worden, al is het maar voor even misschien. Er zit een begrijpen in muziekklanken dat groter is dan die klanken: als ouders delen ze warmte, kijken ze niet weg van het verdriet, hebben ze weet van de afscheiding die in alle lichamen zit en raken ze die kwetsbaarheid aan. 

 

Er wordt niet veel gesproken in de ontmoetingen met muziekklanken. Er wordt aangeraakt, er wordt gekeken met twee paar ogen, er wordt gewacht, samen, en samen wordt er gerust. En samen met de noten laten we de wereld een harmonie terugvinden die er ook moet zijn geweest toen alles begon, die bedoeld moet zijn geweest, anders was dit moment nu niet mogelijk.

 

Ik kan begrijpen dat zelfs virulente atheïsten tot tranen toe bewogen kunnen worden door religieuze muziek: ze verkondigt geen dogma, zelfs geen idee, maar raakt het leven aan als een moeder. Bij sommigen is dat dan een lang vergeten moeder.

 

Daarom ook dat muziek lichamen in beweging zet, doet wiegen, doet neuriën, doet opspringen, doet juichen. Leven is uitgedeeld ritme, en de blijvende verwondering daarover –dat je hart klopt, en je adem niet ophoudt, en je voeten gaan kunnen- vindt in muziek een hooggetalenteerde, hooggeleerde en toch eeuwig jonge kompaan. Een die begint te hollen, en jij holt mee, joelend als een kwajongen in gezelschap. Tijdens een concert gisteren zat voor mij een keurig geklede, kalende man, bij wie de barokmuziek eerst het grote hoofd en nadien allebei de schouders onherroepelijk losmaakte, bewegingen waar die nette burger nooit aan zou beginnen los van de dansende klanken.

 

Woorden hebben niet dat evidente ritme, dat ademhalen dat ons zichtbaarheid gaf, die aanwezigheid die aan alle kanten overloopt. Ook woorden zijn vader en moeder geworden, zijn zelf tot zorgzaamheid veroordeeld. De vele betekenissen die hun kinderen zijn, moeten worden gevoed en behoed, moeten leren spreken met andere betekenissen in de hoofden van mensen, moeten manieren leren, ja zelfs stijl en houding en vorm, moeten weten van ooit en durven meegaan in het onbekende.

 

Ik vind het te ver gaan muziek te koppelen aan het hart en woorden aan het verstand, om de simpele reden dat ook het verstand zijn ontroering kent, zijn woede, zijn verlangen. En ook muziektonen een boodschap kunnen meegeven, een inzicht losweken. Maar woorden doen meer: ze vertellen, ze vatten samen, ze overwegen, ze onthouden, ze nuanceren, ze delen in, ze scheppen. Net als muziektonen zijn ze zich bewust van hun eigenwaarde, van hun aanwezigheid, van de uitstraling die hen omringt. En net als muziek slepen ze lichamen mee als ze spreken, zetten ze zoveel spieren aan het werk. Maar toch is het niet die lichaamsbeweging die in eerste instantie opvalt. Nee, dat zijn al die betekenissen. Met woorden raken mensen elkaar aan in hun interpretatie van het leven. En daarom is menselijke communicatie net zo ingewikkeld als wonderlijk. Niet het leven zelf beweegt hier, maar de interpretatie van dat leven, al die betekenissen die, zo gauw ze een stap naar voren zetten, even intens hun kwetsbaarheid voelen als de lichamen. Elke betekenis wacht op herkenning, bevestiging, heeft vertrouwen nodig om weer verder te gaan. In het woordenboek zitten de woorden veilig dicht bij elkaar, in een zin kunnen ze net zo snel vergeten worden als ze zijn uitgesproken. Ook een woord heeft zijn naaktheid, zijn schaamte, zijn onmacht.

 

Maar wat als ze wel worden herkend in de schamele betekenis die ze meenden te moeten vinden. Wat als die betekenis niet alleen herkend wordt, maar ook nog eens een weg blijkt, een houvast, een ervaring om van te leven, om van te houden, een glans van schoonheid, een klank die net als muziek lichamen in brand zet? Dan zakken woorden zo diep in lichamen, dat ze mee lichaam worden, mee vlees en bloed, mee adem. Alleen: lichaam dat betekenis heeft gekregen, te midden van de grote betekenisloosheid. Misschien is dat wel nog hoger dan de koestering die muziek was, en die ons herinnerde aan onze geboorte. Misschien dat woorden ons voorbereiden op onze dood...

 

IMG_4090.JPG


Commentaren

Goedenmorgen Guido,

Zalig zo de zaterdag te mogen wakker maken.
Hoewel, de vrijdag was ik hier ook al. Wakker maar moe.
Hoewel opa's nooit moeder worden, komen ze toch dicht in de buurt.
...

Godzijdank hebben woorden meer mededogen dan noten.
"Woorden hebben niet dat evidente ritme,"

Jawel, woorden zijn nooit gehaast. Zij wachten op de lezer.
Als hij nog jong is, op zijn vinger. En als hij oud is, op zijn bril.

Ik weet het, muziek is polyfoon en polygloot.
Spreekt moeiteloos alle talen over de eeuwen heen.
Ze is dus universeler.

Maar woorden liggen in boeken te slapen. Op een tafel.
Zijn zomaar aan te raken.
Noten vliegen het raam uit. Ze zijn vluchtig.
Vlinderen het ene oor in, het andere uit.

In die zin, zijn ze hedendaagser. Als de puberale liefde.

Machiavelli, zegt Kees Fens,
kleedde zich er speciaal voor op, voor hij na zijn dagtaak de avond doorbracht bij zijn geliefde woorden.

Mooi dat je die ouwe zeurpiet nog eens citeert.
Ergens schreef HdC:
'En Kees Fens riep ons nog achterna: wees toch voorzichtig'.

En van Machiavelli, had ik een totaal ander beeld: 'Het doel wettigt de middelen.'
Mooi hoe hij zich opkleedde voor zijn Geliefde.

Goedenmorgen Guido,

Voor ik je schreef, nam ik al een douche, dronk een kop koffie en savoureerde een speculoos.
Misschien geurt mijn ritueel tot daar.

A la recherche du temps perdu.

Mvg

Gepost door: Uvi | 09-10-10

De commentaren zijn gesloten.