04-12-10

Bruegels winter

 

IMG_4862.JPG

 

Bruegels winter 

 

 

Bruegels winter in een houten raam

versteven, wit en zwart scherp bijeen.

In de verte hoor ik kinderstemmen

slaan, geborgen in hun verleden.

 

Ze komen over oude dunne sporen

aangewaaid, ik sta op en luister

aan dit landschap, het ligt open,

er is zoveel te horen.

 

Bruegels kinderen en zijn boeren

met hun hazenhart tussen geus

en paap, tussen de vijand en

hun stugge land verloren.

 

Bruegels ijs en uitgesneden

dorpen waar de kermis hoogtij viert,

gevloek, gescharrel achter hagen

en eenzaamheid niet meer vermeden

 

want de jagers komen en de vele

stramme jaren, hokkend bij de haard,

de voeten bij elkaar gebonden,

luisterend of de zoon niet wederkeert.

 

Maar de zoon wast zich het land niet af.

Hij loopt en leeft en wordt, schijnt het,

nog telkens weer zo fel geboren.

Maar in zijn hart is hij geleerd

 

te zwijgen tot alles toch weer

liggen gaat, niet te kermen

als de ruimte vol loopt

levensgroot met water, te wachten

 

in zijn blik, te ondergaan met

harde nek en dichte mond.
De zoon leeft van zijn plicht.

Hij slaapt in met zijn verlangen.

 

Het is hem vaak genoeg gezegd dat hij

gezond moest leven en zijn hart

bewaren. Maar de zee, de lucht

en het land zullen hem niet verklaren.

 

Bruegels winter in het houten raam,

er vallen schoten en de honden huilen,

de kinderen zijn verdwenen ongemerkt

en in de leegte zullen klokken luiden

 

over het binnenste van de blik,

de rechtstaande vrees waarheen te

moeten gaan en weer te moeten spreken

voor belangen mij ooit aangedaan.

 

 

 

Een gedicht dat wel 30 jaar oud is,  toen ik mij nog de eindeloosheid in tijd en ruimte en eenzaamheid van de polders af moest wassen... Vergezichten moet je niet verliezen, geen enkele, noch van buiten, noch van binnen, maar het is toch wel nodig ook de rest van de wereld te leren kennen, er te leren van houden. Vandaar het einde van het gedicht: de strijd tegen de "rechtstaande vrees" is nog volop bezig...

Commentaren

Beste Guido,

Japi was alvast zo'n zoon die niet weerkeerde, maar telkens worden er opnieuw Japi's geboren, hé...
Je schrijft dat jouw Bruegel-gedicht zo'n 30 jaar oud is. Wel, zonder het te weten heb je rond diezelfde tijd ook het zaadje gezaaid, waaruit het volgende gedicht ontsproten is:


NESCIO

Van tijd tot tijd vraag ik me af: was Japi anarchist?
En werd de zilte zee zijn graf, of werd i opgevist?

Was hij een mafkees of heel zen? Een yogi, een boeddhist?
Of was i wat ikzelf ook ben: vooral een hedonist?

Was onze Amsterdamse maat volkomen kierewiet?
Een lamzak zonder ruggengraat? Bij God, ik weet het niet.

Wat ik wel weet: hij is me lief, ik vind hem heel apart
En ook al is i maar fictief, die niksnut stal mijn hart.


Een warme groet uit Leuven,

Kris

Gepost door: Kris De Ridder | 06-12-10

Schitterend gedicht, Kris! Niet alleen omwille van je liefde voor Japi, maar ook voor de vormvastheid die je tentoon spreidt (die 17de-eeuwse grootmeesters hebben blijkbaar ook zaadjes geplant...), binnenrijmen en jambes en structuur... Amai, heb je meer van dergelijk schoon gemaakt, in de loop der jaren?

En je ontroert me als je je afvraagt of Japi werd opgevist? Hij werd opgevist door Nescio, dat is zeker, en door Nescio's lezers die het van hem overnemen. Maar werd hij op een andere manier opgevist? Ach, het geheim van onze dood. Ik sprak net met een vrouw die terminaal is, en dat grote geheim maakt haar heel erg bang. Maar ze is ook bang omdat ze, net als Japi en zoveel andere Krissen, heel erg aan het leven vasthangt. We hebben afgesproken dat we, op Kerst en Oudejaar, er een gaan drinken op elkaars gezondheid. Qua hedonisme kan dat toch tellen, niet, het glas heffen in het aangezicht van de dood...

Blij dat ik nog iets hoor van de Japi's van vroeger. Soms loopt het blijkbaar met Japi's ook goed af. ;))

En ik blijf Bavink die af en toe iets moois wil maken. Verkopen doe ik niet, maar da's een andere zorg...

Genegen groet Kris.

Gepost door: Guido Vanhercke | 07-12-10

De commentaren zijn gesloten.