06-01-11

Voor Yehuda Amichai (Israëlisch dichter)

IMG_5035.JPG


Voor Yehuda Amichai

 

 

Er zijn woorden die als een groot mes bijna

tot boven toe zijn uitgesleten, zoveel handen

hebben ze gewet, en nu zijn ze oud,

en niemand durft ze verloren leggen.

 

Er zijn geuren uit de woestijn, en geuren

van de hand die blijft achtervolgen

om te liefkozen, alsof hij de huid

mist die de geliefde meenam en vergat.

 

Er zijn huizen waar in de schemering de muren

willen knielen en bidden, door het geloof

waarmee de ene steen op de andere werd gezet,

door het geduld waarmee ze bleven staan.

 

Er zijn wapens die krampachtig wachten,

bitter van verbroken beloften en nauwelijks

een klein berichtje in het avondjournaal.

Maar wapens wachten als een dood seizoen.

 

Er is een vader in de spieren die voelt

hoe warm het bloed is.

Er is een zoon in het bloed die vergeet

dat bloed niet eeuwig is.

 

Er is een god van boeken en van tempels

en een god van dode lichamen, in

de stilte tussen de gebaren wachten

de achterblijvers op een teken van verlies of winst.

 

Er zijn oorlogen voor dagelijks gebruik

en oorlogen voor landen en tijden.

In de fotoboeken van herinnering leren ze

rusten, gezichten klein en het handschrift oud.

 

Er is glas om je aders te laten springen.

Er is een muur om je te vergeven.

Er zijn gedichten, ze wiegen als oude profeten.

Er is een dag die ’s morgens weer begint.

 

Een leven is een groot klein land, soms

in oorlog, soms waait er vrede door

als bladeren in hevige wind en

geeft de wijn licht aan wie hem drinkt.

 

Een leven is een groot klein land,

onafhankelijk verklaard, met vlag en stem.

Maar ’s avonds roept het: kom bij me liggen,

we sluiten een verdrag en slapen in.


De commentaren zijn gesloten.