06-02-11

De Aanraking (20)

 

20100515_1394.JPG

 

20.  Ravage

De ravage van het leven, hoor ik iemand zeggen op de radio. Soms zegt de radio woorden die in je hoofd blijven hangen.


Ze kriebelen in je hoofd, als beelden die je niet meer loslaten, als dromen die ongevraagd mee de dag intrekken, terwijl de dag niet voor de dromen is, maar om te leren gehoorzamen aan de wereld. Ga, zegt de wereld met zijn leven, en we gaan, we knippen de heg, we telefoneren. Ga, zegt het leven, en de man haalt van over de grens twee zakken voedsel voor zijn vrouw en kinderen, achtergebleven in de auto voor de grens. Hij draagt ze om beurten, die zakken, vijf meter de ene zak, vijf meter de andere zak. Zo beveelt het leven.


Maar waarom nemen aan de grens de wachters hem dat eten af, jagen ze hem weg? Welke wereld voert hier het bevel?


In dromen kun je je dat afvragen. Als je door het raam staart, als je in bed op je rug op de wereld ligt, die onder je draait met een snelheid die te groot is voor je kleine lichaam. Kleiner kun je niet zijn. Gelukkig vouwt de slaap je ogen toe. Gelukkig worden de dromen 's morgens vergeten.


De ravage van het leven. je wordt er moe van, je wordt er oud van, je wordt er door verwoest. Het diepe verlangen dat alles heeft om langzaam over te gaan, niet geslagen te worden, uit elkaar gerukt, maar langzaam zichzelf te verliezen aan de wereld met zijn leven, doordrongen van het besef van de noodzakelijkheid van alles, ook van het einde. Zo traag als inzicht dat je definitief vult, en zo definitief. Het rotten van groente in de tuin, het verslappen van huid, pijn die heel stil graaft in de rug. Maar niet aan een grens, in een verloren auto, met honger en dorst en kinderen die nog alles moeten krijgen. Niet de vernedering van machteloze woede. Niet de terminale eenzaamheid van oude vrouw waar niemand nog naar belt.

De commentaren zijn gesloten.