14-02-11

De Aanraking (24)

IMG_4236.JPG

24.  Station

Zoals Bruegel als een vogel op zijn mensen, dorpen, landerijen neerkeek, zo kijk ik neer op de mensenmassa die zich door het station haast, al sta ik niet hoger dan hen. Maar het is de afstand waar mijn ogen groot van worden. Het is dat brede, waarmee ik mijn hoofd open zet.


De meeste mensen hebben integendeel alles dichtgemaakt, zijn in zichzelf verzonken en laten het aan hun benen over om thuis te komen. Verlies van concentratie, op dat ene na, waardoor ze blijven gaan. Ik heb mij naast de open deuren  teruggetrokken, uit de kou, mijn rug wat afgedekt. Slechts mijn zolen houden mij op de grond, en dan nog sta ik op de randen, merk ik. Ik eet niet, ik babbel niet, ik zoek niets, ik kijk.


Kijk naar de mensen die voorbij stromen, soms snel, soms haperend, als takken in een rivier vol rotsen. Meisjes klitten aan elkaar, letterlijk, armen verstrengeld, hoofden dicht bijeen, grootte gelijk. Ze krijgen er iets lichts door, lichtgewichtdingetjes die over alles heenrollen, maar evengoed weer teruggespoeld worden, zo vaak lopen ze heen en terug door de grote deuren. Licht en sterk en stuitterend, zo hebben ze het graag.


Het meest kijk ik naar de verzonkenen. Onophoudelijk drijven ze voorbij, soms met nog een licht bewustzijn van schuld op hun gezicht, meestal gedreven door gedachten die elders zijn, niet hier. Deze doorgang hebben ze genomen, maar niet gezien. Alleen het gaan blijft over. Elk op zijn manier is dit gaan uniek, des te meer omdat er niets artificieels meer aan is, niets dat is gespeeld. Gaan van een aandoenlijke naaktheid, snel voorovergebogen, beetje wiegend aan de schouders alsof het gewicht niet juist verdeeld is, hangend, onsamenhangend, in schokjes alsof er telkens een kleine beslissing moet worden genomen, mooi rechtop, glijdend zelfs, onzichtbaar, lelijk, op te smalle voeten, klein en licht. Waar veel mensen samenkomen, zijn ze ouder en naakter dan als je ze alleen treft. De genegenheid die komt met de kennismaking. Het mededogen voor het naamloze lichaam.


Commentaren

"Het mededogen voor het naamloze lichaam."

Mag ik het anders lezen:
'Het mededogen van het naamloze lichaam.'

Zelfs 'naamloos' laat ik staan, hoewel plots
"van" er in die context ongewild een verpletterend alternatief van maakt.

Laten wij bidden voor onze lichamen.
Opdat ze genadig zouden zijn...

Gepost door: Uvi | 14-02-11

Mag ik wijzen op het
'gedwongen samen zijn';
het onontkoombare in de situatie.

Terwijl ieder op weg is
naar zijn / haar verlangen.
Men wil hier eigenlijk niet zijn.

"Waar veel mensen samenkomen, zijn ze ouder en naakter dan als je ze alleen treft".

Dan als je ze alleen treft.

Guido, laten we ergens afspreken;
op een dag in de lentezon,
een terras, een salade met een glas rosé;
en een gesprek.
Maar geen foto.

Gepost door: Cor Beau | 14-02-11

De commentaren zijn gesloten.