24-02-11

De Aanraking (29)

 

IMG_4054.JPG

 

29.  Leegte

Leeg worden. Ik werd vanmorgen wakker en in dat hoofd dat daar dan ligt, trok dit woord voorbij. Ik dacht: leegte kan alleen in een vorm, alleen een vorm kan leeg zijn. Een kom waarin drank zal worden gegoten. Twee handen die nog niets beet hebben. Stilte tussen twee noten. Een hoofd dat wakker wordt.


Niets is leger dan de lucht waarin alles mag bestaan, alles zichtbaar, hoorbaar, tastbaar is, waarin de zon haar licht giet, waarin groei vorm en gestalte krijgt, en geluid haar golven, waarin steden en einders en dagen en nachten voorbijtrekken, snel of traag, met miljoenen gezichten. En de lege lucht vult ons met adem, houdt ons in leven. Niets is leger dan adem die zelfs de kleinste cellen kan aanraken.


Lege vormen zijn we, en we willen gevuld worden, hartstochtelijk willen we dat. Zoals kinderen nieuwsgierig zijn naar kennis, niet ophouden vragen te stellen. Zoals die kinderen blijven we. Zoals we geknuffeld, geaaid, gekoesterd, gezien willen worden. Ons doorstroomt dan een volheid die niet van ons is, maar waar we ons jaloers aan vastklampen, als zingeving voor dit bestaan, voor deze vreemde vorm die we in de spiegel ontmoeten, en waar we nooit helemaal aan zullen wennen. En we hebben een naam. Net zoals duizenden andere vormen hebben we een naam. Is er een vreemdere aanraking denkbaar dan woorden die de dingen en de mensen kunnen oproepen als goden? Mensenkind, ik heb je geroepen bij je naam, zegt hij die geen naam wilde voor zichzelf, alleen maar wilde bestaan. En inderdaad, zijn naam staat hem in de weg, verpersoonlijkt hem, belaadt hem met geschiedenis en tijd. Laten we hem liefde noemen, in deze stand van ons onderzoek, en hopen dat het liefde is die ons een naam gaf.

De commentaren zijn gesloten.