02-03-11

De Aanraking (32)

 

IMG_3243.JPG

32.  Golf

Maar vanwaar die onrust? Ha, als ik dat wist. Soms denk ik dat ik ervan genezen ben, voel ik mij kampioen van de sterkte, denk ik dat ik alles al heb gehad. Maar jij, die wat meer overzicht hebt, weet dat ik mij illusies maak en redt mij, als ik weer begin te klapwieken, door ze te doorbreken. Een golfje ben ik, meegevoerd door het grote water onder mij, en eens zal ik helemaal verdwijnen.


Als je je met kinderogen laat verzinken tussen de mensen en de dingen, denk je meer dan anders aan dat laatste moment. En voel je genoeg nederigheid om daar zonder al te veel zorgen aan te denken. Dat valt mij op: hoe meer mensen kunnen genieten van dit moment nu, hoe meer ze dat laatste moment kunnen relativeren. Ik vecht niet tegen een Godsbeeld dat dood en lijden moet verklaren, ik vecht niet tegen een mensbeeld dat zinloos is, ik adem en stroom mee, en veel meer is dat niet, kan dat niet zijn. Illusies? Misschien wel. Een torretje kan ook niet de hele weg overzien.  Maar het weet dat alles twee kanten heeft, licht en donker, dag en nacht, op- en ondergang. Al die jaren van mijn leven ben ik bezig geweest dat te leren aanvaarden. Geen macht, geen succes, onuitgebotte dromen, terwijl de wolken over mij voorbij schoven, de regen viel en weer ophield, mensen hun naam noemden en weer verdwenen. Die grote lucht liet me naar haar kijken, klein jongetje dat ook wilde kijken, dat ouders had die, oudgeworden, nog vochten met hun verlangens. Kon dat? Ja, dat kon, een wanhoop soms zo groot, dat ze deed verlangen naar de andere kant, waar alles ophoudt.


Wat leert zo'n klein jongetje als het kijkt? Hoe groot alles is, hoe klein hij is. Hoe weinig er begrepen kan worden, en hoe een mens toch altijd opnieuw probeert. Zijn vader sloeg zich tegen het voorhoofd, zijn moeder huilde, en de wolken bouwden bergketens aan de einder, de dieren keken niet op, de avond viel over weer een dag. In alles dat bestaat, zit dat levenslange lijden waar we bang voor zijn, die andere kant, die illusie, die voorlopigheid. Slechts als we ons oefenen in de diepten van het ogenblik, en dan zijn er veel ogenblikken, slechts dan kunnen en durven we ook kijken naar het einde. Zoals zijn moeder het jongetje omhelsde, zoals ze alles voor hem overhad, ook hem afstaan aan andere plaatsen en tijden en mensen. Zoals zijn vader stil stond en hem de vogels wees, en de wiegende korenaren, dingen die geen geld opbrachten en waar je alleen maar naar wijst.

Commentaren

prachtig beeld en prachtige woorden
dank.

Gepost door: anneke vanderwerff | 04-03-11

De commentaren zijn gesloten.