12-03-11

De Aanraking (37)

 

voer6_E18A.jpg

37.  Afscheid

De andere kant van afscheid is opnieuw geboren kunnen worden: elkaar terugzien, de lente weervinden, wakker kunnen worden in een nieuwe dag. Hoeveel verwachting zit er in afscheid, hoeveel verlangen zit er in pijn. Niets blijft duren omdat alles honderdvoudig wil leven. Telkens opnieuw geboren worden, vorm krijgen, aanraking, blik en een naam. Dat verlangen is zo intens dat het een honderdvoudige dood met zich meebrengt.


Die wonderlijke beweging van een avond die nacht wordt, van een kind dat groot wordt, van een uur dat al te snel voorbij is, van bomen die zich weer aankleden, van woorden die je hoort en woorden die je hebt gehoord, van kijken en bekeken worden, van weggaan en terugkeren. En komen we nooit terug, dan is er de herinnering die troost verschaft, dat wonderlijke geboren worden in de geest, al die schaduwen en vormen die we met ons meedragen.


Vanwaar toch die hunker in al de wezens van de schepping? Zelfs een steen trekt naar de grond. Is er in alles een soort ongrijpbaar verlangen naar de oneindigheid van vormloosheid, van eenheid met alles dat geen naam heeft maar alles is? Plato spreekt over de oereenheid die ooit werd doorbroken tussen man en vrouw. Misschien geldt dat wel voor de hele schepping. Misschien moeten we daarom afscheid nemen: omdat we ooit geboren werden, mochten leven, mochten ademen. Die geboorte heeft ons mooi gemaakt, en eenzaam. Bestaan is onrust. Niet bestaan is rust. Misschien moeten we daarom afscheid nemen: om aan ons bestaan herinnerd te worden, zoals de kerselaar weer paars zal kleuren, zoals een steen naar de grond valt, zoals je weet dat je aan me denkt.

De commentaren zijn gesloten.