14-03-11

De Aanraking (38)

 

IMG_3269.JPG

38.  April

Begin april.
De ranonkelstruik is een traag overgaande ontploffing van geel, vonken die lijzig wiegen op lucht die langskomt, en als het avond wordt, nog kleur hebben. Het krentenboompje verzamelt al zijn dansers, om ze dan los te laten in witheid waar niets toevalligs aan lijkt te zijn.


Dat is wat mij het meest opvalt, dezer dagen: de volkomen bewustheid waarmee bomen en planten aan het werd zijn. Groot of klein is geen categorie voor hen, wel de intensiteit waarmee ze verschijnen, zich tonen, al spreken ze niet, de bosanemomen en de beuk, het gras en de Japanse esdoorn.


We reden door Kent, het Engelse graafschap dat veel weg had van een park. Grote golvende grasvelden, met schapen die randjes licht kregen als ze in de zon stonden, en bomen die veel ouder waren dan wij allen tesamen, en huizen die ook pogingen deden en daarom mooi waren. De juiste vorm van zo'n huis.


En rijdend door Kent las ik  Het gebruik van de mens, van Alexandar Tisma, en dacht voor ik insliep over de algehele verlorenheid van mensenlevens, toeval waar niets mee wordt gedaan, tenzij tot inspiratie dienen voor een groot boek. Al die mensen... De volkomen bewustheid waarmee ze hopeloos kunnen worden, waarmee ze dromen en verlangen naar wat niet is, waarmee ze zichzelf niet begrijpen.


Het is avond en april, merels hebben de juiste akoestiek gevonden in de vochtige koude, het lijkt alsof ze de duisternis slurpen. Ik denk aan de mensen die ik vandaag zag en die alles meedragen in dat hoofd van hen. Misschien dat de lucht hen even aanraakt, of de stilte, misschien horen ze plots de merels en verbazen ze zich over het onvoorstelbaar volle van hun klank, misschien wordt hun lichaam zacht, misschien is er een woord dat hen geneest, misschien vinden ze eten en drinken en een bed voor de nacht.

 

Al die hoofden, al die verborgen werelden. Als je in de stad bent, is het alsof je erdoor wandelt, door dat immense geestelijke lichaam waar je aan alle kanten aan hapert, dat pijn doet als je stil staat en waar je met twee ogen naar kijkt, naar iets dat te groot is voor die twee paar ogen. Als het avond wordt en donker, dan lost alles op in het donker en mag je inslapen. Klein menselijk hoofd. Groot menselijk hoofd.

De commentaren zijn gesloten.