16-03-11

De Aanraking (39)

 

IMG_0122.JPG

39.  Zondagmiddag

Zondagmiddag. Het zwart-witte van eksters. Blauw met wolkengrijs van renaissanceschilders. De nuances van dat grijs. De tastbaarheid van een lucht waarin alleen een duif koert, een trein voorbijkomt. Een vogeltje fluit dicht tegen de grens van het onhoorbare. Allemaal duidelijk uitgesneden geluiden, die ook mogen overgaan. Groot is het lichaam dat mij omringt.


Misschien spreekt zoveel een taal die ik niet hoor, zoals deze aarde onder mij voortraast en ik het niet voel. Zoals de lucht adem is en ik het niet besef. Muziek der sferen.


En weer overvalt me de zelfbewustheid waarmee alles is wat het is. Er was een tijd dat ik dat onverschilligheid noemde, en erdoor verpletterd werd. Nu kijk ik  ademloos naar mezen en takken, en besef dat zij in overvloed hebben waar ik naar op zoek ben: de volheid van een wezen, de leegte om helemaal vol te zijn van de schepping.

 

Aan de bron raken van het zijn, wat een vrijheid. Ik blader in een boek en lees over de zen-leraar: "Een roshi is iemand die de volmaakte vrijheid heeft verwezenlijkt die voor ieder mens bereikbaar is. Hij bestaat ongedwongen in de volheid van zijn hele wezen. Het stromen van zijn bewustzijn is niet het vaste, zich herhalende patroon van ons normale egocentrische bewustzijn, maar ontstaat natuurlijk uit de situatie van het ogenblik. Dit geeft zijn leven een buitengewone staat van veerkracht, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, rust, blijheid, een ongewone doorzichtigheid en een onpeilbaar mededogen. Zijn hele wezen toont wat het betekent in de werkelijkheid van het heden te leven. Zonder dat er ook maar iets gezegd of gedaan wordt, kan de invloed van een ontmoeting met een zo ontwikkelde persoonlijkheid voldoende zijn om iemands hele levenswijze te veranderen. Maar uiteindelijk is het niet het buitengewone in de leraar dat de leerling in de war brengt, maar zijn  doodgewoonheid. Omdat hij alleen maar zichzelf is, is hij een spiegel voor zijn leerlingen. Als wij bij hem zijn, voelen wij onze eigen sterke en zwakke punten, zonder dat we merken dat hij ons prijst of terechtwijst. In zijn aanwezigheid zien wij ons oorspronkelijk gelaat en het buitengewone dat we zien is alleen onze eigen ware natuur. Als we leren onze eigen natuur vrij te laten, dan verdwijnen de grenzen tussen leraar en leerling in één diepe stroming van zijn en vreugde in de ontplooiing van de Boeddha-geest."


Dit is het portret van mijn leraar, deze buitengewone en toch zo alledaagse zondagnamiddag, met zijn mezen en eksters en duiven, zijn lichtdoorschenen bladeren, met zijn hoge en duidelijke geluiden als even zovele tastbaar geworden ogenblikken, zijn steeds weer bijgeschilderde wolken, met de emmer van buurman, met buurman zelf, gebouwd rond al die werelden in zijn hoofd en die glimlach op zijn gezicht, met de aarde die onder mij wegsnelt en mij nooit alleen laat, met de woorden die blijven komen op dit papier.

De commentaren zijn gesloten.