20-03-11

De Aanraking (41)

 

kleurrijk ijzer.jpg

41.  Bewegen

Bewegen kan niet zonder lawaai. Toch niet het groot bewegen, neerstortend water, rennende wind, een lawine.


De mens is een grootbeweger. Wat hij allemaal door de stad sleept: vrachtauto's met banden als zevenmijlslaarzen, hevige auto's, geen blijf wetend met al hun energie, het geloop en getrek en geadem van duizenden mensen. Een massa, daarmee worden wegen gemaakt, richtingen aangegeven, doelen gesteld. En als ze niet zelf klinken, al die mensen, dan doet de muzak dat boven hun hoofden, dan zullen de deuren slaan, de trappen hol zijn, de straatstenen knerpen, dan graven de machines, storten de muren, plooit de ogenschijnlijke rust van autometaal.


Een gigantisch werktuig, waarvan de radertjes elkaar steeds weer weten te vinden, en dat met gewicht en gedruis door de dag rolt. Nee, dit is de dag, dààr wordt op gewacht, op het voorbijtrekken van het leven gevend monster, dat ons kleedt en voedt en warm maakt voor de nacht.


Daartussen overleven de kleinbewegers. De stenen die donkerkleurend ouder worden in hun verstarring, spelend met wat muurbloemen en mos, steeds meer verdwijnend in de grote vorm die hen gegeven werd. Een deur die half open staat en waarin stemmen te horen zijn, mannenstemmen en een vrouwenstem antwoordt, en de smalle straat komt tot leven, en dat leven blijft, ook als we allang verdwenen zijn. En in het café kijkt een man naar zijn zoontje dat drinkt, en een dienster veegt haar handen schoon, en het licht vult het vensterraam. En in het flatgebouw wil de oude vrouw op haar andere zij liggen, ze wil de pijn vrijlaten, adem geven om weg te gaan. Maar de pijn gaat niet weg, ze voelt hoe klein haar bewegingen zijn geworden, het maakt haar bang dat ze zo dun is afgesleten, flinterdunne huid, kleine schepjes adem. En de man aan de bushalte, en het meisje met de vioolkist, en de bibliotheek, en het licht op het torengebouw, en de duiven die  tekeer gaan als straatjochies. De koudgeworden koffie op de tafel, het opengeslagen boek, de vergeefse stilte tussen twee woorden, de boodschappen die op hun eigenaar wachten.
Als het grote leven is stilgevallen, uitgewoed, gaan liggen, dan leven de kleinbewegers verder, soms vervuld van hun eigen kleine rust, soms overweldigd door de stroom die hen daar wierp en verweesd achterliet. Soms opgepakt en gedragen door hun volkomenheid, als stralingswarmte die men niet voelt, soms verbijsterd door het uitdoven van de vorm die hen leven geeft.

Commentaren

En toch, de grote onrust beweegt zich in stilte...

Gepost door: Gdx | 20-03-11

Ja, dat is juist...
Een stille (niet meer zo onrustige) groet uit Oz.

G

Gepost door: Guido | 20-03-11

De commentaren zijn gesloten.