22-03-11

De Aanraking (42)

 

 

IMG_4303.JPG

 

 

42.  Vroegte

De vogels in de vroegte van de morgen. Een heel contrapunt van stemmen: luide en stillere, vollere en meer ijle of hese als van mussen. Zelfs echo's hoor ik, thema's die herhaald worden. Waar vinden ze de energie om zo tekeer te gaan? En vooral: waarom?


Als zij beginnen komt de dag waarlijk op gang. Onmerkbaar is het donker uit het blauw gesijpeld en verschijnt plots een blauw waarin wolken zichtbaar worden, vlugge houtskoolarceringen, opengewreven door een onzichtbare hand.


En ineens hangt er ook lichtheid in de straat. Plots zie ik dat een auto meer is dan een silhouet. De postbode steekt een krant in de bus en rijdt dan hard weg. Boven de verder gelegen daken ligt nu al meer grijs dan blauw.


Hoe lang heeft het geduurd? Tien minuten?


Alsof iemand in de kosmos het licht aanknipt.


Dat in elkaar schuiven van tegengestelden, waarbij de een de ander opheft. Zoals vanavond het donker alle licht zal oplossen, wegsponsen in koele vochtigheid. Zoals je verdrietig kunt worden, of juist heel opgeruimd. Zoals pijn ophoudt en weldadige ruimte wordt. Zoals je een inzicht kunt krijgen.


En altijd zijn daar de vogels. Ze zingen zoals ze vanavond zullen zingen. Misschien hoor je wel een vogel als je doodgaat.

De commentaren zijn gesloten.