24-03-11

De Aanraking (43)

 

 

IMG_4235.JPG

 

 

43.  Het Ongenoemde 2

 

Dat ongenoemde van mij, dat zo aanwezig is in alles wat ik zie, dat grote, met zijn duizenden gezichten, dat zwijgzame, dat in de bomen ruist als Zeus, dat in de ogen ligt van een mens als hij je aankijkt, dat overal vegen schoonheid achterlaat, opdat we terug zouden kijken, dat ons laat leven in de warmte, zodat we de warmte zouden voelen van onze moeder, dat ons laat drinken van onze adem, zodat we de buik zouden voelen van onze moeder, dat ons laat spreken, woorden waarmee we nooit meer alleen zijn, dat onzelfzuchtige, dat alles laat bestaan, en ons de dood gaf om vrij te zijn, niet opgesloten maar wezens die mogen gaan en staan, niet verloren in de muren van hun eeuwigheid, maar wezens die van alles de twee kanten mogen kennen, die wijs mogen worden en zacht en ook wel dankbaar om het grote dat hen is gegeven, dat ongenoemde van mij, soms denk ik dat het mij aankijkt, met dieblik die leven geeft, mij aankijkt, met die liefde die alles aanraakte, mij aankijkt, tot ik terugkijk, omdat ik terugkijk.


Is dit sentimentaliteit? Och, sentimentaliteit moet het hebben van expressie naar buiten, tranen, theatrale gebaren, overschot van woorden. Dit hier wordt geboren in zwijgzaamheid, in de onzekerheid dat er geen woorden zijn voor wat ik zie, in de argwaan van een wezen dat zijn eigen logische grenzen als norm nam, zo lang al.


Is dit inbeelding? Nee, al die vormen van de schepping grijpen mij aan in hun aanwezigheid, en hun lijden maakt mij stil. Eén ding is alles mooi openleggen en weer in elkaar proberen te steken, een ander is ernaar te kijken. Misschien komen zeuiteindelijk wel bij elkaar. Ik weet het niet.

De commentaren zijn gesloten.