28-03-11

De Aanraking (45)

 

IMG_4022.JPG

45.  Bewegen 2


En al dat bewegen, om in leven te blijven, om het lot voor te zijn, om met het lot aan te komen in Ispahaan.


Op het grote plein klinkt muziek, aan de bushaltes staan de wachtenden, door de grote deuren lopen mensen het nieuwe winkelcentrum binnen, over de stenen gaan geluiden en vormen. Autofiles schokken als een rimpelende aardworm door de straten, politieagenten maken wanhopige gebaren, aan de hoeken vormen zich plasjes mensen.


Al dit bewegen. Het donkerhuidige meisje met de hoofddoek spreekt een keurig Nederlands met haar vriendinnen, en dan weer een andere taal. Plots beginnen ze te lopen, even plots staan ze stil. Zal ze altijd zo klein blijven, en zo mooi rond in haar gezicht? Ik mag niet stilstaan en haar aankijken, als niemand het doet, mijn ogen schijnen mijn voeten bij, registreren de autolichamen en hun aanvallen, letten op links en rechts en boven en onder.


Uit zijn van stroom voorziene Mercedes takelt zich de brede, hoge man en, onzeker op zijn benen, stapt hij naar de kroeg, de jas op zijn rug gekreukeld, zijn haar te weinig bijgeknipt. Ik mag niet stilstaan en door hem kijken, als niets blijft stilstaan en kijken. Zo licht kunnen mijn ogen over iemand gaan, zo vlug kan ik iemand vergeten. Waar is dat grote lichaam nu? Krijgt het wat het wil krijgen, of moet de Mercedes uitkomst brengen, en de alcohol die niets liever doet dan zoveel land te bezetten.


Al dat bewegen, om elkaar niet te hoeven zien. Want als we echt kijken, raken we niet meer los, krijgen we misschien weer waar we niet op zaten te wachten. Aan het grote warenhuis kijkt de jonge vrouw met de pakjes als ze voorbij loopt in mijn ogen. Ik zit op de bank te wachten, het verkeer doet alsof het geen avond is, maar een vrijdag die niet zal eindigen, de straatjongens zoeken de zekerheid van al wat zichtbaar is, het stof zweeft door de straten, het licht wordt wat blekerig, de deuren van de auto's klappen slikkend dicht en zij loopt voorbij mijn bank en kijkt me veel langer aan dan nodig. Als ze haar autootje wakker heeft gemaakt en achteruit rijdt, rijdt ze tot voor mijn bank en kijkt ze opnieuw. Haar leven geeft ze me, dat leven dat ze verdeeld heeft over boodschappentassen en kort krullerig haar en ogen en bewegingen van gaan en komen.


Van zulke levens zijn onze dromen gemaakt, 's nachts als we niet meer bewegen, overdag als we, op een bank gezeten, aangeraakt worden door een vrouw. Alleen in onze dromen staat iemand stil en kijkt dwars door ons heen. Misschien, als we geluk hebben, in het Grote Café, of aan de tafel we stil zitten, of in een boek als het luisteren begint, of in muziek, of als iemand waarlijk zijn hand legt op een andere hand, tot hij erin verdwijnt.


Vandaag heb ik het donkere meisje gezien, en de dikke man, en de vrouw met de boodschappen, en ik heb ze niet gesproken, ik heb ze niet aangeraakt. Heel even heeft ze haar ogen op mij gelegd en is toen hard optrekkend weggereden. Al dit bewegen.

 

Foto: alle vrouwen op de foto heten Shirley en vinden daarin een aanleiding om er regelmatig samen op uit te trekken, vol Shirleyvrolijkheid... (Zuidkust Australië)

De commentaren zijn gesloten.