19-04-11

De Aanraking (56)

 

IMG_3808.JPG

56.   Moeder

 

En jij die mijn moeder bent, en onder de aarde ligt. Vreemd dat ik geen verdriet voel, integendeel, als ik me omkeer, zou ik je kunnen zien, denk ik. Als ik je iets vroeg, zou je het allicht nog doen ook, net als vroeger.

Eigenlijk ben je nog zo dicht als toen, in die dagen. Je hebt me losgelaten, maar daarmee ben je me niet kwijt. Vreemd dat je op je oude dag geen tijd en ruimte meer nodig hebt, zo groot ben je nu geworden, het ideaal van al het geschapene, denk ik, overal te zijn. Alles te horen, aan alles te raken. Misschien wel alles te begrijpen.

Het heeft lang geduurd voor ik je een beetje beter begreep. Moeder, moeder. Er zijn woorden die je uitspreekt om de klank, niet om de inhoud.

Maar in Mistero Buffo sterft een soldaat,  roept om zijn moeder, en ik begrijp hem. Begrijp hem toch een beetje. En in hetzelfde stuk heb je Maria, daar onder het kruis, waar iemand aan hangt die ze zo goed kent. Het was een jong meisje dat Maria speelde, maar ze wist al zoveel. Zo leeg als ze daar stond, zo vol van al de pijn van haar zoon. Hoe kan een jong meisje dat al weten.

Moeders zijn dun en ijl en sterk als de lucht. Ze doen niets anders dan aanraken. Aanraken, aanraken. Ik zag een moedergans tussen haar kuikentjes, bolletjes vleesgeworden energie, glanzend van haar roerloze aandacht, hoog  boven de ukkies uit. Ik zie moeders opstaan en neerzitten, heen en weer lopen, brengen en weghalen, met een huid en een blik en een gezicht dun van al het leven dat ze geworden zijn. Zoals de zenboogschutter de pijl dwars door de roos in zijn eigen hart schiet, zo verlaat een moeder zichzelf en gaat mee met al het leven dat ze gekregen heeft: hemden, kinderen, speelgoed, mannen, de klank van huilen en van zoete slaap. Waar is zij dan? Ik weet het niet. Er is geen boogschutter meer, er is geen moeder meer. De boogschutter is pijl geworden, de boom bladeren, het raam licht en zon en mensen, de moeder aanraking.

Het lichtste en het dichtste is de aanraking, dat wat je nooit vergeten bent, dat waarom je roept als je door de straten loopt, en de straten zijn zo koud als krengen, waarom je roept als je in gezelschap of in bed het Moment met anderen bezig ziet en niet met jou, waarom je roept als je doodgaat. Kom aanraking, kom liefste hand, er is zoveel dat ik niet begrijp, maar dat begrijp ik. Er is zoveel dat verloren loopt in mij, maar dat verlies ik nooit.


De commentaren zijn gesloten.