29-04-11

De Aanraking (61)

 

IMG_0020.JPG

61.   Pleinen, straten en huizen

 

Pleinen zijn vleesgeworden lucht, aangekleed, geschminkt, tastbaar. De huizen aan de rand staan niet apart, maar zijn het gezicht van dit grote, ademhalende lichaam, dat op zijn zij naar je ligt te staren als je voorbij gaat. Zo levend zijn pleinen. Ze hebben het lijfelijke van zware lichamen, zoals je plots voelt dat er iemand naast je staat.

En ze zijn elk voor zich anders, met eigen gelaatstrekken, ouderdomsvlekken, een patina van verzakte kleuren, ramen als flitsende ogen, lijnen en vogels, en een korrelige of gladde stenen huid.

En straten? Straten zijn in beweging of liggen, iets anders is er niet voor straten. Ze dragen mensen en kinderen en auto’s op hun rug. Geluiden en stemmen bovenop, het hele eind, want straten beginnen en eindigen. Het mooist is als ze een bocht in hun lichaam leggen, zo’n plooi in de huid als van een dier dat zwenkt, in volle beweging.

Sommige straten zijn oud of klein en liggen stil, tam geworden door al de mensen in hun nabijheid, nauwelijks hoorbaar ademend, de slaap van wezens die toch wakker zijn.

En de huizen? Huizen zijn lichamen, even ingewikkeld, even open en dicht, even nabij. Omdat het bloed slechts onder dunne huid stroomt, trekken mensen rond zich lichamen van hout en steen op, een huid waaruit ze stappen en waarnaar ze terugkeren, een huid waarin ze geboren worden en sterven. De wereld is groot en grenzeloos en teveel voor een mens die slechts na jaren rechtop loopt en zijn gebied verlaat. Als het donker wordt en er teveel is aan lichamen en geluid en leven, aan naamloosheid die met de vinger wijst en sist, aan donker dat onzichtbaar maakt, onbestaand, dan ontfermen de huizen zich over de vermoeide lichamen, zoals vaders en moeders, troostend, warm, voedzaam, spiegels waarin het goed is te kijken, omdat we dan bestaan. Pas dan slapen we in, de oogleden dichtgevouwen over de dromen die ook wonen,  in ons hoofd.


De commentaren zijn gesloten.