09-05-11

De Aanraking (66)

 

IMG_2933.JPG

66.    Schilderij

 

Het schilderij van deze zondagnamiddag. Duif hoog op de schoorsteen, met om haar schouders een lucht van wit en het lichtste grijs en blauw, wolken als continenten die verschuiven en een vorm geven aan wat meestal vormloos blijft, de diepte waarvan je niet weet of ze binnen of buiten je ogen leeft.

Heeft de duif zich een kwartslag gedraaid, ik zie de wind door de veertjes van haar borst gaan. De veertjes en de wolken.

De onderkant van de bladeren van de kerselaar leert wat er gebeurt als je doorzichtig wordt: dan krijg je het mooiste licht van deze namiddag. Tot aan de rand voltooid zijn. En het verlangen dat me telkens weer dwingt ernaar te kijken. Het wiegen als de wind door hen strijkt. Het geruis dat de ouden in verrukking bracht.

De witte poten van de poes, haar kop waarmee ze aarzelend over de wereld loopt, schrikkend van elk geluid, alsof ze nog altijd niet kan geloven dat er ook momenten van rust zijn, dat we haar niet zullen bedriegen.

Op de rozen fladdert een vlinder neer, witte vlinder, verse kleren aan, het is Zondag voor iedereen.

Een trein die verre gangen graaft, plots een groot gat maakt, en dan verdwijnt.

Fietsende stemmen, zoals je een bal opgooit en hem dan laat kaatsen.

Het wijde cirkelen van zwaluwen, prenten knippend als atelierjongens van Matisse, grote vellen kleur in één beweging losgehaakt.

En nog altijd geen auto’s. Geen enkele auto. De helderheid van af en toe iets, de traagheid waarmee je van het een naar het ander kunt kijken, zonder je te moeten haasten, zoals auto’s doen.

De commentaren zijn gesloten.