11-05-11

De Aanraking (67)

 

IMG_3221.JPG

67.    Melancholie 2

 

Maar wat met de melancholie dat alles voorbij gaat, omdat alles beweegt, verandert, leeft, ook het verlangen? Wat als het verlangen geen pijn meer doet, of minder pijn, en dus minder verlangen is? Wat als de blik afdwaalt, de gedachten wegdromen, als je plots merkt dat de dagen vanzelf volgelopen zijn, alsof jij er niet toe doet?

Ik kan verdragen dat de regen zeurt of tekeer gaat, ik kan verdragen dat het licht wegsijpelt, dat er kou binnenkomt door de spleten en kieren van kleren en deuren. Kan ik verdragen dat ik anders word, dat jij anders wordt?

De dagen worden dichtgevouwen, merk ik, de regen spoelt al wat blijven liggen was overhoop, in de verte zijn luide sluizen open gezet, de grote opruiming is bezig. En ik kijk naar je gezicht, en ik heb het koud, voor het eerst weer opnieuw.

Maar weer denk ik, het is sterker dan mezelf, ik klamp er mij aan vast: elk deel heeft zijn tegendeel. Het is een dans, denk ik, de grote dans van komen en gaan, van krijgen en loslaten, van licht en donker. En ik zal dansen, de wals van de tijd, die vandaag het licht oplost in kleine parels en opbergt in de grond, de straten leegspoelt en de hoofden, de blikken en de woorden. Warm zal ik de winter indansen, met open ogen zal ik onrustig worden, ik zal een kopje koffie drinken op een terrasje en dankbaar zijn voor een heel leven, vooral voor al de herinneringen, die beelden van wat was, ik zal staren en je ogen zien, als toen ik ze voor de eerste keer zag, en ik zie ze voor het eerst, zo wervelen zal de dans, zo heb ik je en zo moet ik je weer loslaten, zo ken ik mezelf in de spiegel en zo ben ik wanhopig, zo regent het in mij en zo zie ik je weer glanzen, alsof je nooit bent weggeweest.

Draai om de tijd, en ik ben weer jong met jou, draai om de tijd en ik ben weer jong met mezelf. Mijn dromen gaan weg en komen terug, hoe ouder ik word, hoe meer ik het kind voel dat ik ben, hoe sneller de tijd kantelt, hoe meer ik hem voel terugkeren.

De wals van de tijd. Het zijn mijn ogen waarrond hij wentelt, mijn ogen zijn het punt waarop alles samenkomt, waar alle verandering in- en uitloopt. Mijn en jouw ogen worden niet ouder. Ze zullen sterven en net geboren zijn, ze verenigen alles en laten alles los. We zullen dansen.

Maar een melancholicus is een slechte danser. Hoe kan hij dansen, als hij weet dat de dans ten einde loopt? Hoe kan hij verdragen dat hij je draagt, als hij je straks moet neerzetten?

Maar glimlachen zal hij, terwijl zijn ogen tranen. Bewegen zal hij, met ijlten in zijn hoofd. De regen zal hij zien, en weten dat de regen goed is. Wanhopen, en over de wanhoop inslapen. Huiveren en als een kind naar de huiver staren. Stil worden, en in de stilte het nieuwe horen dat zo oud is.

Dat leven van hem, het leidt zijn eigen leven. Treurig wordt het en blij, wanhopig wordt het en dan weer vol. Hij kijkt ernaar en denkt: hoe vreemd dat ik ben wat ik ben, hoe vreemd dit dansen, hoe vreemd geschapen te zijn.

En dan staat hij op, eet weer wat zijn lichaam vraagt, ziet weer wat de dag meebrengt, bemint weer wat hem aanraakt, en weet dat hoe meer hij dit alles doet, hoe meer hij zal moeten sterven.


De commentaren zijn gesloten.