13-05-11

De Aanraking (68)

 

 

IMG_3877.JPG

 

68.    Dansen

 

De wals van de tijd.

Met tranen in de ogen opkijken en glimlachen, zo, zomaar, alsof het niets is, en het is niets want in die glimlach draag je elke traan.

Straks door de sneeuw schoppen, en even bleek worden, en even koud worden als je adem, en heel ver kijken, terwijl je de warmte roerloos weet onder de grond, al die beelden die ook in jou zullen opschieten, je geheugen dat weer bloeien zal, je ogen die vol zullen lopen met dat eindeloze veelvuldige, en weer in de sneeuw schoppen als een kind waar men om lachen moet, dat zich omhoog getrokken voelt aan te grote koordjes.

Straks.

Ook de stad keert zich op zijn zij en wordt zo stil. Ook de nacht loopt weer leeg in de dingen.

Word ik niet dronken van al dit bewegen van voor- en achterkant, van einde in begin? Ik word gek en schop als een kind, en struikel en huil, en zink en schud ongelovig het hoofd en zie niets meer. En dan kijk ik op en glimlach en voel hoe de cirkels van mijn leven mijn gezicht uitslijten en hoe de droefheid ook een kracht is en hoe het leven zich aan dit alles toch niets gelegen laat liggen. Zo’n soort monnik ben ik.

Het is een bleke dag vandaag, met wolken zonder veel glans, fletse bladeren, gangen die in niets lijken op wat ze geweest zijn. Op de muren ligt oudgeworden licht.

Maar ook dit magere, benige licht moet iemand te vriend hebben. Ik rek mijn ogen uit om het aan te raken, en nog ‘ns wil ik kijken, en nog ‘ns. Voor wie in het niets gezeten heeft, is ook het weinige veel. Wie de volheid in zijn herinnering meedraagt, kan ook blij zijn met het bijna lege. Zo dans ik met de dag. Ook de volgende danspas heeft een aanloop nodig, ook de moeilijkste beweging moet een einde krijgen.

Zo’n soort mannetje ben ik, dat de zwaluwen ziet keren en probeert mee te vliegen, dat dadelijk loslaat als het leven dat wil maar nadien gek wordt, alleen, of bij zijn rug ‘s nachts, dat hoopt dat de volgende dag zal leren van de vorige, of er tenminste het kind van is, en dat met al die herinneringen een huis bouwt van geuren en kleuren, en stemmen die, als hij zijn ogen sluit, hem nog zullen aanraken. Hem altijd zullen aanraken.

 

 

Op de zijmuur van het Rathuis van Duisburg, een citaat van Immanuel Kant (1724 - 1804): Zwei Dinge erfüllen das Gemüt mit immer neuer und zunehmender Bewunderung und Ehrfurcht, je öfter und anhaltender sich das Nachdenken damit beschäftigt: Der gestirnte Himmel über mir und das moralische Gesetz in mir.

 

 

De commentaren zijn gesloten.