17-05-11

De Aanraking (70)

 

 

Berlijn juli 2010-49.JPG

 

70.    Lach

 

Het jaar kantelt maar de zon hijst zich uit de ochtendnevel. De ramen bedampen maar het licht breekt erdoor. Mijn gezicht wordt warm en vloeibaar, zachte massa die ik maar al te goed ken maar nu in nieuwe vormen gekneed wordt.

Met het dansen in en uit het verdriet ontdek je, slim als je bent, dat je ook kunt grinniken om je eigen ondergang, de miserie hansworstkleren aan kunt trekken en pasjes kunt laten opvoeren voor een publiek dat er niet beter aan toe is, dat de gaten in het bestaan zeer geschikt zijn om op te fluiten.

Zoek wat nutteloze momenten en wat nutteloze vrienden, er is niemand die op je lijf zit, en in een mum van tijd gooit de verzamelde aanwezigheid zichzelf op scène, speel maar, woorden en gebaren als clowns august, dansen met elkaars genoeglijk vallen en opstaan, en lachen bij elke geslaagde bocht.

Lachen is even van de grond komen, voelen dat je opgetild wordt door de beweging, door de juistheid van de beweging, de gewichtloosheid van de overgang, het pijnloos vervloeien van de ene situatie in de andere, van jezelf of van het leven dat naast je zit, van de gezamenlijke onmogelijkheid stil te staan, de dingen vast te houden, iets vast te houden van wat we dachten te zijn en te hebben. Lachen is vreugde om het samenvloeien, het kinderlijke plezier om onder te gaan en weer op te duiken, zo sierlijk en glad dat het lijkt of we allemachtig goed in het leven liggen.

Een mens doet dat graag in gezelschap, een mens heeft spiegels nodig, handen, ogen, stemmen, een mens wil zich graag vermenigvuldigen, zo’n groot lichaam dat samenvalt en zich niet meer afvraagt of het goed is, dat samen opspringt en neerkomt, en opgelaten even schatert.

En met de jaren en de schrammen leert een mens zichzelf herkennen, naar binnen te kijken in zijn eigen spiegel en te glimlachen om wat hij ziet. Het is vaak niet veel, maar hij herkent het en voelt genegenheid voor dat hobbelende ding dat botst en opspringt en over wie de golven gaan.

Samen dansen is natuurlijk biezonder, maar in je rug achterover leunen en grinniken om de blauwe plekken die je zelf oploopt, om het tuimelen dat je zo bekend voorkomt, om de zeurzangen in je arme hoofd, dat is nog veel straffer. Dan word je werkelijk groter, een hele vriendenkring verzamelt zich in jou, een die zeurt, een die er de draak mee steekt, een die lacht en van de grond komt, een die naar adem hapt en de randen voelt van zijn bestaan, een die onthoudt wat daar allemaal te zien is. En dat allemaal in één lichaam. Je zou voor minder een feestje geven.

 

(straat in Kreuzberg, Berlijn)


De commentaren zijn gesloten.