25-05-11

De Aanraking (74)

 

 

IMG_0102.JPG

 

 

74.    Soort ziel

 

Waar heb ik geleerd dat alles een ziel heeft die wil aangraakt worden? Van de moeder die mij schiep? Van de vader die stil werd van de muziek in de kerk, of van het licht op het land, en woorden had voor het grote waar hij tegen aanliep? Van de Indiaanse grootvader en zijn kleinzoon, die ‘s morgens het licht groeten? Van de wind die de bomen deed kraken, van het donker dat fluweeldiep over het huis en de kamer gespannen stond, van de stilte als alles was verdwenen? Van de sterren en de blaffende honden? Van de monnik die zich vooroverbuigt over de afgrond en hoopt dat zijn blik meegenomen wordt? Van de woorden die soms muziek werden? Van de dichters? Van de hond die er altijd was? Van je gezicht dat stilstond en omkeek en mij zag, en de sensatie weer gezien te zijn? Van al de tijd die stenen verzamelen? Van de zee, de grote zee? Van de vogels ‘s morgens vroeg? Van de handen die mijn gezicht betasten? Van de doden als ze een stap dichterbij zetten? Van de zieken als ze roepen, de kinderen als ze wanhopig worden, van de kromme vingers van oude vrouwen? Van de adem die mij in leven houdt? Van mijn ogen?

Soms, als je lang naar iets kijkt, worden de dingen van de schepping bijna transparant, alsof de ziel die hen schiep zich even laat zien, zomaar, omdat je stil blijft zitten en niet van plan bent hen te storen. Wilde dieren die even opkijken, zien dat jij er bent, en verder spelen, genadeloos dicht.

Soms, als je niet bang meer bent, niet meer cynisch, niet meer hard, mag je mee in de rij wachtenden voor je. Waarop ze wachten, de krant en het glas en de wind en de mensen en de duisternis en de woorden en al het andere dichtbije en verre, dat weten ze niet, net zomin als jij het weet. Maar in dat wachten gaat er een glans van het ene naar het andere, een soort medeplichtigheid in het bestaan, een vriendschap die ouder is dan elke wachtende afzonderlijk, een trouw aan elkaar.

Soms, als je even niet meer alleen bent.


De commentaren zijn gesloten.