06-06-11

De Aanraking (80)

 

IMG_5449.JPG

 

80.   Zoon

 

En weer is het zondag, en weer schijnt de zon. En ik zie de druppels die schitteren voor de hele straat. En het licht heeft zich in vol ornaat, met open rokken, tussen de huizen gezet die, ongewassen en slaperig grijs, al dit geweld maar laten gebeuren. En het licht dat in het blauw dringt, heeft iets van diamant, zo hard en scherp is het dat er geen vogels meer zijn om de afstanden op te meten. Als ze het toch proberen, moeten ze vlugger een tak zoeken, of hun vleugels af en toe dichtklappen, dat ze niet verbranden.

Helder is dit moment, als glas. Als nu een kinderstem riep, brak het.

Ha, dat ik uit een rusteloze slaap wakker mocht worden om dit overschot te zien.

Mijn zoon komt de kamer binnen, met die spottende blik in zijn ogen waarmee hij zijn vader liefheeft, die knoestige vorm waar hij al lang bovenuit is gegroeid, die bewegingen waar hij zich vrolijker over maakt naarmate hij ze meer herkent, alsof het bestaan niet meer is dan een goeie grap. Typisch mijn vader, zie ik hem denken, als ik adem of kijk of weer iets heb gezegd. Alsof de herkenning een aanraking is die licht geeft, en doet glimlachen.

Maar het grinniken is wederzijds. Als hij het niet ziet, bestudeer ik hem: zijn slome lange stap, als een giraffe in mensengedaante, zijn weerbarstig haar waar hij tevergeefs tegenaan wrijft en dat hem daarom dierbaar is, zijn lach die naast zijn ernst ligt te wachten, zijn plotse vurigheid.

Het is dat we naast elkaar zijn komen te staan, dat we van elkaar losgemaakt zijn. De blik waarmee we elkaar fileren, elkaar van de graten van bevliegingen, passies, obsessies en principes ontdoen, kan nu alleen maar het smakelijke deel overhouden, dat je met een glimlach en veel boter opeet, telkens weer.

Het is zondag, net de goeie dag om de geboorte van een man naast mij te vieren. Hij komt de kamer binnen, ik lig languit in mijn stoel door het raam te kijken, hij drukt mij nog dieper de stoel in, ik knijp hem terug, wij blazen, tot mijn ellebogen pijn doen en ik het uitschreeuw. Zo ruw vieren mannen de geboorte, of verjaardag, van hun vriendschap. Zo hard, zo doorzichtig als diamant.


De commentaren zijn gesloten.