10-06-11

De Aanraking (82)

 

IMG_2765.JPG

 

82.    Naam

 

Gisteren heeft hij zich onder de trein gegooid, met zijn vriend. De dag daarvoor was er een ander die het moest doen. Zijn er dan teveel mensen, dat we ze kunnen verliezen? Kunnen we ze niet meer tellen, dat we ze kwijt raken? Hebben we geen handen meer, dat de dingen ze moeten aanraken, grondig zoals dingen doen?

De auto’s glanzen van duur lak, ze scheuren hoeken uit de straten en repen stof uit de lakense stilte. De televisies glanzen binnen de huizen, scheuren repen uit de oren van de mensen als ze aanzwellen van dik applaus en gelakt licht, als ze lichamen als voddenpoppen in al die oneindige ruimtes laten vallen, opspringen en vallen, opspringen en vallen. Boven heeft de lucht zich dichtgetrokken in slordig uitgeknipt grijs, overschot uit de stock van vorige jaren. Onder siddert soms de aarde, maar dat zijn foutjes van het toeval, dat gaat wel weer over. Als de auto’s maar blijven rijden en de schermen maar blijven oplichten, één knop volstaat om te leven. Eén knop. Laat ons leven, toeval, sta niet toe dat we stilvallen, dat we dof worden van de grijsheid die uit al dit licht drupt, dat we verplicht zijn uit het raam te kijken, uit onze ogen, dat we de leegte voelen ademen rond onze oren. Eén knop. Schakel ons niet uit, toeval, het is onmenselijk alleen over te blijven.

Een blad dat valt, heeft geen naam, slechts de naam van het seizoen, slechts het weten van dit seizoen. En hij en zijn vriend en die andere jongen, hoe klinkt hun naam als het circus is gedoofd, als de stilte binnensijpelt?

O, moeder aarde, leg hun verhakkelde hoofd weer goed, vouw hun lichaam weer in de oude vormen, bedek het met die donkere warmte die alle seizoenen kent, herken je verloren zonen en neem ze op in de grote omhelzing. We zullen hen een naam geven en stil worden, en niets vragen.

 

 

(Geschreven toen een leerling van mij, één week na een andere jongen, van een andere school, zich van het leven had beroofd, samen met zijn vriend meegenomen door een trein...

Ik noem nog even zijn voornaam: Yves. En ik zeg nog even: dag Yves... )


(De tekst op de gebroken zerk: In memory of my dear son James Dunn, died at White Feather january 25 1895, after 34 years and 9 months. Inserted by his loving mother) (Die 9 maanden zijn het meest ontroerend, alsof ze elke dag van zijn leven heeft geteld...)



Commentaren

Ik noem nog even zijn voornaam: Yves. En ik zeg nog even: dag Yves...

...

En laat dit even eeuwig zijn ...

Gepost door: Uvi | 10-06-11

Die twee woorden van je, "even eeuwig", resoneren al de hele morgen in mijn hoofd, Uvi.
Overal in de wereld zie ik zoveel mensen, bijna net zoveel als er bladeren zijn aan de bomen. En toch willen we dat niemand verloren gaat...

Even eeuwig: meer begrip heb ik niet.

Wil ik misschien ook niet, omdat ik het niet aankan.

Gepost door: Guido Vanhercke | 10-06-11

Ik maakte het mee. Verschrikkelijk. Bijna niet onder woorden te brengen. Ik hield er een gedicht aan over en veel slapeloze nachten.

Flarden

Het hing in de lucht
het was niet te duiden
het was als de trilling van iets
waarvoor geen verklaring was

pas toen de trein
ging schudden en beven
maakte het voorgevoel plaats
voor wat afgrijzen heet

alles verliep in stilte
de komst van geüniformeerden
die de dood vast moesten stellen
de erbij geroepen ambulanciers
die hem opruimen moesten

een stompe beitel haalde het hout
van een dwarsligger
uit een aan flarden gereten mens

Iris Van de Casteele (2007)

Gepost door: Iris | 22-11-12

De commentaren zijn gesloten.