18-06-11

De Aanraking (86)

 

IMG_5622.JPG

 

 

86.    Beelden

 

Al die beelden die in mij achter zijn gebleven. Al die tegenlichtmensen, die zwart en wit ingepakte gezichten, die ogen op lichtsterkte, die monden en  handen, al die landschappen in nieuw uitgevonden kleuren. Een mens loopt niet alleen door zijn straat maar ook door de zonnen en werelden in zijn hoofd, opent niet alleen zijn voordeur maar ook zijn televisie, leest niet alleen de woorden van zijn krant maar wordt met huid en haar opgeslokt door de foto’s. In hoeveel werelden moet ik leven?

Al die beelden achtergebleven uit de stroom geluid en beweging, neergedwarreld als bladeren in hun seizoen, verwelkend, langzaam zoals bladeren doen. Zullen ze in mij zinken als humus en mij vruchtbaar maken?

Maar ik heb alles en ik heb niets gezien, alles en niets heb ik gehoord. Deze lawine van beeld en geluid verplettert mij, de stroom kolkt en slaat en breekt de ribben waaraan ik hang. Deze wildernis is ongevormd, wezenloos, lijkt op het niets waarin alles verdwijnt. Ik wil een gezicht waar ik lang naar kan kijken, ik wil een blik die mij lang aankijkt, ik wil een stem die mij vertelt hoe het is om mens te zijn, ik wil namen en verhalen, ik wil brokjes vleesgeworden tijd. Niet deze onophoudende stroom naamlozen, ongevormden, ongeborenen.

Want niet alleen voel ik mij verlaten, onaangeraakt, maar de ene wereld verziekt de andere. Hoe meer naamloze beelden, hoe meer naamlozen in werkelijkheid. Als er geen echte gezichten meer zijn, zullen de maskers ons overheersen. Als alleen de sterren nog mogen schitteren, zal iedereen ster moeten zijn, of niets. En het niets, daar loopt men over, daar trapt men in en men weet het niet. Het niets kermt niet, vraagt niets, het niets verpulvert onder je blik en je weet het niet.

Is er nog tijd om te luisteren? Is er nog tijd om te wachten, stil te zitten, een zin uit te spreken, weg te kijken en terug, is er nog tijd om te aarzelen? Of maak je geen beelden met onaffe mensen, met brokstukken, met verlegenheid, terwijl verlegenheid toch de weigering is iemand anders te zijn? In deze tijd van burgers is het beeld de feodale cultuur van koningen en horigen. In deze tijd van wetenschap viert de aanbidding hoogtij: naar het beeld van de koning en zijn koningin zult gij leven en sterven.

Terwijl de paleizen hun paljassen en wellustelingen en domoren  en hier en daar een mens afleverden, zo produceert het beeld zijn eigen piassen, geschminkt, kromtaal uitslaand en gestoord van motoriek. En de horigen, de laten, de lijfeigenen? Dat zijn de kijkcijfers, die horde naamlozen die het tiende deel aan de heren moeten geven en in naamloze putten worden gegooid als de heren weer eens zo nodig zich moeten laten purgeren.

Commentaren

Dag Guido,

dit is niet de eerste keer
dat u mij wenen doet.

Minstens zo goed als lachen.

Ik zie u tenminste nog
tegemoet.

Vriendelijk groetend,

Gepost door: Cor Beau | 18-06-11

De commentaren zijn gesloten.