20-06-11

De Aanraking (87)

 

IMG_0057.JPG

 

87.    Tussentijd

 

Kerstmis. En wij naar zee. En naar de zon, want de zon trok de dag zo wijd open, dat we zin hadden om erdoor te rijden, erdoor moesten rijden. We hebben niet voor niets heimwee naar oneindigheid. Daarom: op naar de horizon, op naar de grenzen.

De zee was wild, scheen zich als alles wat veel ouder is niets van ons aan te trekken, en joeg een messcherpe wind over de zeedijk. In je huid kwamen kleine scheurtjes tevoorschijn. We zagen, misschien omdat het Kerstmis was, twee Jan-van-Genten met afhangende vleugel, en een die mankte.

En in de tea-room dronken we koffie, terwijl de levens binnen- en buitengingen, zachtaardig, met zichzelf begaan, glanzend opgewreven door de wind. Het mooist waren de jonge vaders en moeders. Die hadden een soort zorgvuldige spanning die andere levens al kwijt waren geraakt. Er was een punt waar hun aandacht bijeen kwam, zichtbaar werd, en dat maakte hen biezonder.

Toen gingen we de straten in, om te zien of er nog wat flinke, oude gebouwen waren afgebroken in de tussentijd. En jawel hoor, weer een lege plek bij, het kan niet missen, de heren moeten bezig blijven. In plaats daarvan haden ze rode lopers in de winkelstraten gelegd en schalde muziek uit de luidsprekers. We zagen veel lagen van de beschaving zomaar gratis bijeen: haute-couturegezichten, burgerbaarden rond burgerbrillen, hairdressing voor de gewone man. En nergens een kreet, overal vrede en gerechtigheid, en kerstmannen die snoep uitdeelden, en hondenpoep, en oude mannen met bloot hoofd in de kou. Dit was een genadeloos brave Kerst.

Maar onze horizons kregen we. De zeedijk strekte zich, onder een vloed van tegenlicht en vogels, tot in het westen uit. Tussen het blauw hingen, toen we terugreden, rode wolken met grijs oranje. En de zon zelf zakte vuurrood in de grond en schoof dia na dia in de projector. Hier en daar zette ik een moment vast voor mijn geheugen: een kerktoren in de rode brand, een kanaal dat het heelal teruggaf, je haar zoals het toen om je hoofd lag, tegen al wat onderging en avond werd.

En zo eindigde de dag met nog wat horizonten in de gedachten: worden we verliefd omdat iets mooi is, of is iets mooi omdat we verliefd zijn? En kunnen we wel verliefd zijn, moeten we het niet elke keer opnieuw worden?

We hebben geluk, zeg je. Ik dacht het ook.

 

IMG_0060.JPG

 


*

(Die heren die maar mooie dingen afbreken om er lelijke voor in de plaats te zetten, was -en is-  een kleine hommage aan Nescio, die ongelukkig en kwaad werd als de Vooruitgang weer zijn lompe poten ergens had neergezet. Hij zag, in en rond Amsterdam, de kleine plekjes en hoekjes onder zijn ogen verdwijnen waar hij de zon zo mooi had zien ondergaan, of drie bomen majestatisch had zien wachten, of zelf een biezonder moment met het licht had beleefd... Die momenten zocht Nescio, en hij hield ze bij als een soort boekhouder van zijn innerlijke glans. Lees zijn NATUURDAGBOEK.)


De commentaren zijn gesloten.