26-06-11

De Aanraking (90)

 

IMG_3262.JPG

 

 

90.   Paradox

 

Nieuwjaarsdag. Kan ik nog stiller worden dan de dag buiten, nog minder bewegen? Het lijkt of al het geschapene collectief in slaap is gevallen.

Verre van mij om daar iets aan te doen. Ik zal hier zitten, dutten, wakker worden en wat bewegen, en voor de rest uit het raam kijken. Helemaal stil mogen zitten is een weldaad. Er moeten geen bruggen meer gebouwd, geen plannen meer besteld, er moet niets dan in leven blijven. Met de onbewogenheid van grijze lucht die zich onmerkbaar laat vollopen met donkerblauwe avond. Dieren kunnen dat, tijdloos de tijd voor schut zetten. Dingen kunnen dat, volmaakt niet meer bewegen. En kinderen ook, als ze, moegespeeld, in slaap vallen.

Soms is een mens moegespeeld en moet hij kunnen zitten. Even op adem komen, zoals men dat zo mooi zegt. De rand voelen van een bestaan dat door die adem opgepakt is en hier neergezet. Voelen hoezeer die adem en dat hele lichaam een geschenk zijn waar niet aan te tornen valt. Weten dat een leven bestaat uit krijgen, dat het hele universum langskomt, of we dat nu willen of niet.

Het maakt het leven tot zo’n paradox. Wie hard bezig, holt misschien van alles weg. Wie zijn vinger op twee ogen legt, heeft misschien een heel lichaam beroerd. Om te spreken kun je misschien het beste zwijgen. Om te weten dat je beweegt, kun je beter niet bewegen. Om intens te leven, kun je maar beter leren doodgaan.

Maar zo eenvoudig is het niet. Er zijn geen regeltjes die men kan opschrijven en doorgeven. In opa’s lichaam is ondertussen zoveel tijd binnengedrongen dat hij langzaam uiteenvalt. Zolang het sterven per beetjes gaat, is er nog zoiets als beheersbaarheid, als een evenwicht misschien. Maar wat als hij zijn lichaam niet meer bijeenhoudt en struikelt en alles morst en onder zijn ogen ziet verdwijnen? Hij is er bang van, opa, van dat moment is hij bang. Dan klaagt hij, opa, en ziet tegelijk dat wij hem niet begrijpen, dat hij wind voelt alsof hij buiten staat, terwijl wij in onze stoel zitten.

Maar misschien dat op dat laatste moment een nieuw evenwicht ontstaat, een nieuwe paradox. Misschien is opa wel dood in een nieuw leven.

Dat denk ik dan, achterovergeleund in een zetel van pure onbeweeglijkheid, terwijl de nacht is volgelopen met zwart en ik de lucht adem van de miljarden wezens van de schepping, mensen, dieren en dingen, en mij erover verbaas hoe weinig ik daarvan vast kan houden en hoeveel ik daarvan krijg.


De commentaren zijn gesloten.