08-07-11

Australisch dagboek (2)

 

IMG_3432.JPG

 

 

Vrij 11-03-2011


De dagen ontsnappen me hier. Niet systematisch, maar soms is er eentje dat er van tussenuit glipt. Ik zou geld gegeven hebben, zo overtuigd was ik dat het donderdag was. En nu blijkt het vrijdag te zijn. De tijd die een blackout krijgt. Niet erg, als het maar niet te veel gebeurt...

 

Wildwood, a journey through trees, van de Brit Roger Deakin, is zo’n zeldzaam boek dat je een nieuwe blik geeft, of de oude blik weer jong en fris maakt. Ik heb altijd van bomen gehouden, maar veel meer dan bewondering was het niet. Deakins bomen zijn wezens die een leven kunnen vullen, met hun weelderig, kleur- en geur- en smaak- en tastrijk bestaan, met hun bijna-tijdloosheid. De grootste levende wezens op aarde zijn bomen. Ze leveren kunstenaars materiaal voor grote kunst (ik ontdek de beeldhouwers David Nash en Roger Ackling en ben onder de indruk).

 

De vorige keer dat ik hier in Australië was, bladerde ik in een boek Remarkable Australian Trees, zo’n fotoboek dat je onmiddellijk zou willen nareizen. Als de kleine profeet Elias wat meer gewicht krijgt, is er misschien ook tijd om dat te doen.

 

Lezend in Deakin komen ook alle bomen terug waartussen ik opgegroeid ben:

 * de lange rij wilgen langs de dreef om de hoeve binnen te rijden, aan een sloot waarop wij soms in zelfgemaakte bootjes voeren (voor zover dat ging met al die overhangende takken en zo’n klein water);

* de populieren aan de westkant van het huis, aan de rand van het water dat het huis omgaf (als we er opklommen, was dat om indruk te maken, want zonder risico voor de edele delen en de dijen was dat niet);

* de kastanjes aan de zuidkant, die kraakten onder de herfst- en winterstormen (ik hoorde het geluid als ik in bed lag, luisterend in het duister);

* de beuk die half over het water hing en waarop ik klom als ik gevaar wilde voelen (ik wisselde die plek af met de nok van de daken rondom mij, van schuren en huis);

* de fruitbomen in de boomgaard (appels en peren en pruimen en ook vier kersenbomen, waarop we met de merels streden om de eerste blozende kersen);

* de vele elzen langs het water aan de oostkant, een muur tegen de noordenwind;

* de twee geweldige notelaren op een klein stukje gras waar het water rond  het huis een bocht maakte (in hun takken, die een klein Mariakapelletje schaduw gaven, maakten mijn broer en ik een manke boomhut van een oude trog waarlangs wij planken sloegen, maar vaker schommelden we op wat wel een perfecte schommel-in-de-luwte was);

* de grote scheve els aan de stenen brug waarlangs we het woonhuis binnenkwamen (hij overgroeide het ijzeren hekken en de stenen en het muurtje bijna tot aan de stallen);

* de seringenboom aan de maalderij, met zijn diepblauwe geurende bloemen;

* de vlieren waaruit wij proppenschieters sneden en boorden;

* de wilgen achter de grote open schuur, met daarachter de open vlakte van eindeloze velden zonder bomen (dit was een land bijna zonder bomen: ze waren er in die zware klei misschien nooit geweest, of ze waren na de verwoesting van de oorlog nooit meer willen terugkomen, of de lucht was te zwaar voor hen, enfin wie zal het zeggen, er was alleen een klein groepje bomen rond de bron midden in die velden, daar trokken wij ons drinkwater vandaan, een soort ondergrondse lag daar verborgen in al zijn geheimzinnigheid, en de bomen stonden er rond als wachters...);

* een bijna boomloze vlakte, ja, maar tegen het noordoosten gedrukt stonden in de verte, langs de weg naar de kust, drie kerktorenhoge olmen, met plukken takken, als een beeld dat het leven ook reusachtig kon zijn; ik heb ze maar in mijn jonge jaren gekend, ze moeten later gesneuveld zijn, met alle andere soortgenoten, aan de verwoestende olmenziekte die een bepaald soort kevers over Europa heeft verspreid, maar ik herinner me hun kolossaalheid als de dag van gisteren...

 

In de National Gallery van Canberra zien we, naast twee sierlijke vogels van Brancusi en een loden boek van Kiefer, een indrukwekkend werk van de Griek Janni Kounelis: een kruis met drie zijkruisen-zonder-armen in verpletterend zwaar staal, het middelste kruis draagt een overjas, de drie balken opzij, twee verticaal en een horizontaal, klemmen een broek vast, een jas en één verplettert van boven en van onder een schoen, de schoen van een mens... Kounelis, leren we uit de folder, is een vluchteling geweest.

 

IMG_5563.JPG

(foto's: eucalyptusbomen)

Commentaren

Guido,

ik wil u dan wijzen, voor zover u 't nog niet wist, op de oudst levende bomen ter wereld.
4600 jaar oud zijn de Bristlecone Pines; levende beeldhouwwerken van de natuur.
En allen hebben ze 'een naam'. Op te googelen ..?
De oudst getelde jaarringen op afgezaagde stammen ten tijde van de 'kolonisatie' op de Rocky Mountains liggen rond de zesduizend jaar. Een twee-, driehonderd jaar geleden ...

En, hà, tot zover goed(s) met Elias

Gepost door: Cor Beau | 08-07-11

Dank je, Cor, hij doet het goed, leven dat bloeit.
Ja, je vindt ze overal, die reuzen.
En ze hebben duizend gezichten. Ik zet straks wat "portretten" op deze blog.

Gepost door: Guido Vanhercke | 09-07-11

De commentaren zijn gesloten.