08-08-11

Australisch dagboek (4)

 

IMG_2766.JPG

 

IMG_2767.JPG

 

 

Zat 03 03 – Dins 19 03: Western Australia

De outback is een aangrijpende plek. Niet alleen harde schoonheid van rode steenaarde, van eentonige eindeloosheid die toch weer uniek blijkt als je te voet gaat en af en toe stil staat om te kijken, van ongrijpbare tijdloosheid waar de bomen en stenen en mensen en de achtergelaten voorwerpen iets van willen afdoen in een schamele poging om tijdelijk aanwezig te zijn, maar ook plek van droom: goud, de droom van een ander leven, de belofte van ruimte en aanwezigheid... 

Er is een wereld onder de grond die alleen de eucaplyptussen en de andere bomen kennen, wanneer hun wortels zo diep graven dat ze water vinden om de bitterste droogte door te komen. Onder deze rode woestenij bevinden zich de grootste onderwatermeren ter wereld. De aboriginals onthielden de bronplekken door er liederen van te maken: liederen die aardrijkskunde in kaart brengen, dromen die het aanwezige leven bewaren door het te drinken te geven. Bruce Chatwin noemde hen songlines. Zijn boek is beroemd geworden.

Waarom dan, aan de randen van deze multiculti maatschappij, maken ze zo’n indruk van zieligheid, de pas dan zichtbare oerinwoners? Zijn zij niet de oudste beschaving ter wereld, hoeveel klimaatwisselingen hebben zij niet overleefd? Strekken hun wortels zich niet uit onder en boven de grond, deze onhergbergzame grond die elke landbouwbeschaving uiterst hachelijk maakt en alleen nomadenleven toelaat? Ik zal moeten aanvaarden dat deze vragen geen antwoord zullen krijgen, de Ozzies zelf weten het ook niet, denk ik.

Weten de aboriginals het? Een maatschappij die leeft van en deelt in het moment, en privébezit allicht een vreemde blanke notie vindt, hoe moet die overleven in een wereld waar elke vierkante kilometer een hek en omheining en juridische papieren rond zich heeft? In Alice Springs hoorden we, bij een vorige reis, een blanke opaalhandelaar met onverholen onbegrip spreken over een aboriginalman die boven een rijke opaalader leefde en daar niets mee deed, niets mee wilde doen. Alsof geld dat je niet wil hebben een misdaad is.

De geschiedenis van de goudkoorts is fascinerend: die koorts, inderdaad, die duizenden (ook begoede avonturiers) aanstak als een epidemie, en waar nu alleen nog de duizenden kleine mijnputten van overblijven, en verder de horizon waar een bergrug een moderne openluchtmijn aanduidt, waar de bulldozers en huizenhoge vrachtwagens nu het werk doen. Zo’n dorp kon ontstaan gedurende een nacht, na weer een nieuwe ontdekking van een goudader, ijzeren golfplaten samengetimmerd tot krotten waar toch een familie in leven moest, en later soms hotels en banken en een station. En even vlug, overnight, kon iedereen weer wegtrekken...

De enige getuigenis die achterblijft, niet verdwijnt in het niets, zijn de kerkhoven. In de rode steenaarde liggen de naamlozen achter hun nummer, vaak zo jong, slachtoffer van alles wat het leven moeilijk maakt: weer en wind, armoede, ziekte, ongeval, misdaad. Hier en daar heeft iemand een zerk gekregen van zijn loving mother, een jongen die het verdriet achterliet. Ik zie graven van nurses, jonge vrouwen die hier een onmogelijke strijd voerden, soms ook vermoord werden. Hoe leeg ook, deze kerkhoven zijn nog vol van toen, en ik moet niet alleen een pijnlijke zon en irritante vliegen van mij weghouden, maar ook beelden van een te klein leven en een te grote dood, zeker als ik begin te letten op de leeftijd van zovelen die hier liggen.

En toch is dit een land om in te trekken, je kunt nu eenmaal niet anders, de afstanden zijn gewoon te groot, in die zin blijft iedereen in Oz een aboriginal, een rondtrekkende. Tenzij je natuurlijk op een kluitje gaat wonen in de torens van Melbourne of Sydney ontkom je er in Oz niet aan te bewegen, met je 4x4, of je uti (van utility car, zo’n centaur van half personenauto, half vrachtauto). Dit is het land van de trekkers, mensen die op kampeerplaatsen allerhande (soms zelfs de meest eenzame) dagen doorbrengen en dan weer verder trekken, ergens elders naartoe. Of die de ongebaande paden nemen dwars door nowhere, vertrouwend op genoeg water en benzine en eten en autobanden en good luck. Het Nieuw-Zeelandse koppel dat we ontmoeten (“Hi I am Dean, hi I am Trish, we are kiwi’s”) had niet alleen een stevige Toyotajeep (‘ the best!”), maar was ook lid van een nationale radio-amateurgroep waardoor ze honderden mensen konden contacteren en had ook de laatste satelliettelefoon en gps voorhanden (“otherwise it’s suicide to go there on your own,” vroeg ik; ze knikten, ernstig).

 

IMG_2778.JPG

 

IMG_2837.JPG

 

IMG_2853.JPG

Commentaren

Dag Guido,

met je pracht foto's, reizen, teksten.
Als Uvi's kamer, maar dan buiten.. uitvoeriger..

Een aantal jaren geleden volgde ik wel eens de programma's van ene Les Hiddens (op te googelen).
Ook wel, the bush tucker man.
En heb hier een boek over de geschiedenis van Australië; vanaf de deportaties vanuit Engeland.

De pracht van de Aboriginals, zo minimalistisch te kunnen volstaan met leven.
Dan krijg of blijf je in droomtijd.
Met net genoeg toe kunnen.

En hier zitten we; achter pc in het westen...

her innerend ?

De tand van de hand van de tijd van de mens
Aboriginals; bescheiden volmooie dromers

Gepost door: Cor Beau | 08-08-11

Oz is je blijkbaar niet onbekend, Cor.
Het blijkt, ontdekken wij, voor veel mensen een droomland te zijn (ik had vroeger een lief dat, als ze het niet meer zag zitten, zei dat ze naar Oz zou trekken).
Maar het is voor velen een kwestie geweest van overleven in plaats van dromen. Overleven, daar zijn de aboriginals al duizenden jaren kampioen in, maar ze overleefden in de voorbije eeuw de blanken niet of nauwelijks.
Toch is het prettig leven daar, met een ruimte en een zekere rust, hoewel de hele wereld er bijeen zit.

Gepost door: Guido Vanhercke | 09-08-11

prachtige reis, de Far West in de USA gaf me het zelfde gevoel.

Gepost door: manu | 09-08-11

Ja, staat ook nog op ons programma...
Was je toen nog niet de fotograaf Manu? Ik meen nog niets gezien te hebben van eventuele foto's van daar...

Gepost door: Guido Vanhercke | 09-08-11

De commentaren zijn gesloten.