07-09-11

Mijn wonderen: museum...

 IMG_3302-1.JPG

 

Mijn wonderen: museum...

 

Ik liep in het Museum voor Schone Kunsten van Gent, zag de zachte kleuren van de muren, het licht dat voorzichtig dicht kwam, de met leder beklede metalen zitbanken (van Maarten Van Severen? vroeg ik mij af), de kracht in veel schilderijen en beeldhouwwerken, de veloursgrijze plavuizen, de stilte die in mensen en ruimte hing, de onopvallende suppoosten, en ik dacht: wat is een museum toch een plek van hoge beschaving. En ik dacht: waarom toch blijft zo’n plek voor mij een geschenk?

Het zijn de keuzes die het doen, de heldere keuzes die je hier aantreft. Dat een kunstwerk zo belangrijk kan zijn dat men het wil bewaren voor alle geslachten die komen zullen, met alle zorg en kennis die daarvoor nodig zijn. Zelfs huizen en straten houden het niet zo lang vol, de keuze om kunstwerken over de eeuwen te tillen is dus wel een zeer opvallende. Bijna een uitdaging aan de dood zelf, want ook dingen kunnen sterven, op dezelfde toevallige of opzettelijke of chaotische manier als mensen. In die zin lijken musea op kerken: ze staan voor een geloof. In dit geval een geloof in schoonheid, al is dit woord ontoereikend voor al het wezenlijke dat zich in die werken heeft gelegd. Dat wezenlijke, dat moeten de verschillende eeuwen maar zelf proberen uit te leggen. Maar dat er een wezenlijke diepte in deze wereld ligt, dat is een credo dat dit gebouw met verve uitspreekt.

En zoals met alle diepe overtuigingen, houdt ook dit credo niet vlug meer op: als er zo’n respect is voor een kunstwerk, dan moet er ook het diepste respect zijn voor de toevallige mens die het tot stand heeft gebracht. Een mens dus, met alle geloof dat een mens verdient om toevallig die kunstenaar te worden wiens werk eeuwig is.

En voor wie is dit werk eeuwig? Voor de kinderen en de kleinkinderen, zeggen we dan. Maar wat in die komende ogen en hoofden moet worden aangesproken? Ook dat is niet zo onmiddellijk te grijpen, ook dat lijkt op een ritueel, eerder dan op een uitleg, of een preek, of een moraal. Het ritueel je lichaam  bij een ander lichaam te brengen, omringd door de leegte die stilte en zachte muren en zacht licht hebben voorbereid. Er is veel dat dan kan gebeuren.  

Wat aangesproken moet worden in de kinderen en kleinkinderen, is de ontvankelijkheid. De grote ontvankelijkheid, die mensen zo hevig kan openbreken, dat dingen mogelijk worden die men voor altijd wil bewaren. Maar ook zonder dat iedereen die kijkt een nieuwe kunstenaar wordt, is deze openheid essentieel om van ons het soort mensen te maken dat beschaving wil. We konden ons ook in rijen opstellen en laten bedwelmen door de waan en de klank van angst en macht.

Nee, dat die ene mens daar stil mag blijven staan kijken naar dat ene schilderij of beeld, met gedachten in dat hoofd van hem waar hij geen rekenschap van moet afleggen. Nee, dat dit gebouw met zijn goed bewaarde bewoners niet in de eerste plaats geld moet opbrengen, maar, boven het geld uit, een ode mag zijn aan zoveel dat zelfs het grootste geld niet kan kopen. Nee, dat beschaving evenwicht is, zoals de klassieken al dachten, zowel in de werken, als in de presentatie, als in de omgang met, als in het begrijpen. Nee, dat schoonheid begint voor het kunstwerk en niet ophoudt nadien, maar ook aanwezig is in het licht, in het bordje met uitleg, in de kleur van muren en lijsten en brochures. Nee, dat al die kunstwerken niet één waarheid verkondigen, maar elkaar mogen en kunnen verdragen, één groot zoeken en tasten van mensen die met zoveel zintuigen de wereld in gestuurd worden. Nee, dat wat mensen zoeken en vinden niet onbelangrijk is, maar waard om te vertellen en te bewaren, zelfs het onooglijkste museum getuigt daarvan. Nee, dat bewaren niet achterlaten is, maar beschermen tegen de alomtegenwoordige rover dood: ik liep in West-Australië door een oude zagerij, waar stoommachines nog naast zagen stonden, en mallen van de gieterij, waar zelfs de fiches nog op tafel lagen. Het leek of de fabriek net verlaten was en iedereen naar huis, hoewel alles hier al jaren zo lag. En ik voelde de spanning het leven zelf te betrappen, en ik voelde tegelijk hoe kwetsbaar alles achterbleef, klaar om te verdwijnen als iemand het wilde meegraaien. Hier van een museum maken is lijnen trekken waarlangs het publiek mag wandelen,is bescherming aanbrengen, is kaderen en omkaderen. De chaos van een verlaten fabriek betrappen was een indringende ervaring, zeker, maar ik voelde me ook voyeur van het verlies, van een heel traag sterven. En als ik moet kiezen, kies ik voor het genezen in plaats van voor de langzame dood, zelfs al is die sensationeler.

Want genezen is een keuze maken. Altijd weer en opnieuw die keuze. Als een mens moet kiezen, komt zijn bestaan heel individueel dichterbij. Een kudde kiest niet, een kudde stormt maar voort. Maar niet alleen de keuze om te bewaren in een daartoe uitgerust gebouw is een keuze, maar zelfs het oppakken en vasthouden en bepalen van het onooglijkste ding, hier op de grond of tegen de muur, is een keuze: hoe ga ik om met wat ik op deze aarde ontmoet, wat vind ik belangrijk om te verzorgen, bewaren, door te geven. Moeilijke vragen, zeker in een tijd dat het geld, zelf virtueel geworden, er in slaagt veel te doen verdwijnen...

 

IMG_3301-1.JPG

IMG_3327-1.JPG

 

Commentaren

zelfs het onooglijkste museum getuigt daarvan
en ik voelde tegelijk hoe kwetsbaar alles achterbleef
maar ik voelde me ook voyeur van het verlies, van een heel traag sterven

uw 'vitrages' van 'down under' Guido
doen me denken
en danken

die 'vastleggingen'; teer uitgeraafd

Gepost door: Cor Beau | 07-09-11

Avondlijke groet, Cor.
En veel goed toegewenst.

Gepost door: Guido Vanhercke | 07-09-11

En dan merk ik de spinnenwebben.
Om het miniscule leven te vangen.
Hoe de verleiding zich drapeert over de dood.

En soms word ik dan metaalmoe
van zoveel opgestapeld verlangen ...

En toen ik gisteren weer eens op een vernissage was
temidden van de woorden en de mensen
zag ik een stukje 'Verhaeren' geschreven tegen de muren.

En was dàt voor mij weer het mooiste werk ...
want ik ben ziende blind. Bij zoveel verf.

Gepost door: Uvi | 08-09-11

Nieuwsgierig welk stukje Verhaeren dat was.
Verhaeren dan nog. Da's mooi.

En moeheid in musea: misschien omdat veel geconcentreerds moe maakt?

gr

Gepost door: Guido Vanhercke | 08-09-11

Tijd voor de verzamelaars om een tandje bij te zetten

grt
manu

Gepost door: manu | 10-09-11

De commentaren zijn gesloten.