14-09-11

Mijn wonderen: huis van boeken...

IMG_3301.JPG

 

 

Mijn wonderen: huis van boeken...

 

Een boekhandel, met echte boeken, het lijkt wel een bedreigd oord te worden in deze virtuele tijden, die  sneller dan met de ogen knipperen, een boodschap doorgeven. En nog een, en nog, waarom zou het ophouden als het zo vlug kan. Alsof het daarom gaat, snelheid. Alsof het niet om veel meer gaat...

Bijvoorbeeld, in het geval van boeken, om het fysieke contact. Dat ding dat zich in je handen en ogen legt; beetje geheimzinnig als bij elk eerste contact, maar toch al terugkijkend, meestal minzaam. Anders had je het niet opgepakt, als er al niet die eerste sympathie was. Of die vraag, die zoveel andere vragen verbergt. Soms weet een boek dat al, en je herkent het, dat wederzijds verlangen naar een gesprek. En je hoopt dat het deze keer weer zal lukken. Dat het gesprek, later, thuis, ergens alleen, geen ontgoocheling wordt. Een boek is een mens, zoveel is zeker, je schudt een hand, stelt jezelf voor, en soms, ja, is er een vonk, die meer belooft.

Net als een mens heeft een boek een aanraakbaarheid die heel fysiek is: de textuur van kaft en papier, soms de geur van inkt, de glans van foto’s, de stijl (goed gekleed of slordig) die je ontgoochelt of juist een kleine kick geeft. Maar anders dan een mens kun je bij een boek vlugger naar de kern gaan: een boek verbergt zich niet zo lang in small talk, in onbenullig gekeuvel. Je mag vlugger de vraag stellen die zich opdringt, je verwacht vlugger woorden van gewicht. Heb altijd graag gepraat met mensen die veel weten, en boeken zijn zulke mensen. (Het enige wat je moet, is iets betalen voor die gespecialiseerde kennis. Hoewel: er is een speciale gierigheid die zich tegen boeken keert, een gierigheid die veel Vlamingen niet onbekend is...).

Maar boekhandels sluiten bij bosjes, worden vervangen door internetverkopers, of gazettenwinkels waar ook bestsellers liggen, tussen de landkaarten en de kookboeken. Waar is de boekhandel waar de eigenaar nog alles gelezen had, in elk geval genoeg om je boeken aan te raden, zoals ik als jonge gast mocht meemaken toen Jenny Walry in haar kleine boekenwinkeltje in Gent mij Chaim Potok aanraadde, en andere schrijvers. Niet alleen dat ik nieuwe namen leerde kennen, maar nog meer dat ik als lezer serieus werd genomen, is mij bijgebleven.

Misschien komt het boek nu in twee tijden: een eerste voor de media en het grote geld. En een tweede, rustiger tijd, om langzaam ergens oud te mogen worden, voor de liefhebber die tijd heeft om te zoeken, die niet (meer) de peptalk achterna loopt en gelezen moet hebben wat iedereen leest. In sommige van die oudereboekenhonks kun je nu ook een koffie drinken, in een beste sofa, en dan is het respect weer helemaal terug...

Is dat andere huis van de boeken, de bibliotheek, ook bedreigd? Ik hoop van niet, want bibliotheken hebben mijn leven gered. (Zei hij pathetisch.) Toch is het zo dat de boeken van de kleine dorpsbibliotheek mijn leven vulden met hun verbeelding en hun klank. Men zegt dat eenzame kinderen meer lezen dan andere. In mijn geval was dat zeker zo. In mijn wereld van seizoenen en resten van achtergebleven eeuwen leerden ze mij spreken, denken, reizen, kijken. Hoe was het leven als je geen kind was van een verloren polderhoeve, maar stadskind, kind van andere ouders, kind dat andere talen sprak, ook de taal van lichaam en vriendschap?

Het lijkt of mijn opgroeien gemarkeerd werd door de ontdekking van steeds grotere bibliotheken. En elke keer ging het door mij: waw, al die boeken... Alsof de wereld inderdaad een belofte was, en ik alleen maar op weg moest om hem te vinden. Ik weet nog hoe ik de eerste keer in de stadsbibliotheek van Veurne kwam, het stadje waar mijn half begraven internaatsjaren zich afspeelden. Waw. Ik weet nog hoe ik de faculteitsbibliotheek Nederlandse literatuur zocht in Gent. Waw. Als ik een citaat van Poe of Multatuli nodig heb en internet brengt mij dat zomaar op een schoteltje, dan denk ik vandaag: waw. Zoveel weten, zoveel bewaren, zoveel delen. Waw.

En toch, ondanks die laatste overvloed, hoop ik dat de fysieke gebouwen, en het fysieke lichaam dat een boek is, niet verdwijnen. Dat niet alles via een elektronische kabel doorgestuurd kan worden op een of andere kleine telefoon die zich ook laat lezen. Een boek is daarvoor een te mooi ding, met die hoge kunst die typografie en vormgeving toch geworden zijn. En rijen boeken bij elkaar: geheimzinnig, uitnodigend, van een merkwaardige stilte en wachten. Een wand met boeken blijft voor mij een uniek gezicht. Een winkel volgestouwd met zulke wanden geeft mij telkens weer de kriebels. Ik loop niet vlug, tot wanhoop van mijn vrouw, zo’n tweedehandsboekenhol voorbij. Niet alleen dat ze elke keer weer anders zijn (eivol of netjes gerijd, beetje muf of zonder geur, onder balken en op trappen of strak modern, enkel pockets of ook duur materiaal), maar ook die verrassing die er zeker tussen zit, dat boek dat je met een schokje ontdekt, dat tot je vreugde op jou leek te wachten, al zijn er anderen in de zaak die het ook hadden kunnen kiezen.

Zo’n ruimte met boeken, winkel of bibliotheek, lijkt zelf wel een verzamelaar, een carta mundi, een archief van de wereld. Zo’n boekengebouw verleent niet alleen vergeten schrijvers het verdere leven waarop ze hoopten, maar lijkt in zijn eentje de strijd te willen aangaan tegen verlies en verval. Dat iemand uit de 19de eeuw familie kan zijn van je, dat een man of vrouw van nog een paar eeuwen eerder iets tegen je zegt dat je raakt, dat is een ontdekking die je niet zal loslaten. Mensen hebben de tijd eigenlijk niet nodig om elkaar vast te houden. Een boek, nieuw of oud, volstaat. Oude woorden volstaan, als ze nieuw mogen worden in iemands hoofd. Daar zorgt dat speuren langs de wanden voor, en de onverwachte ontdekking. Zoveel bewaren is zeggen dat niets nutteloos is. Of dat we dat in elk geval niet zo duidelijk weten, en we daarom de keuze nog wat zullen uitstellen. Aan zo’n wand is plaats genoeg, voor veel boeken...

Tenslotte. Het kleinste huis van boeken dat ik ken, is mijn hoofd. Mijn hoofd heeft al zo lang leren lezen (dat is een dierbare, heel levendige herinnering, dat ik thuiskwam van school, op het grote hekken sprong en riep dat ik kon lezen) en heeft al zoveel gelezen, dat ik het oneer zou aandoen mocht ik het hier vergeten als wonder. Het bewaart voor mij niet alleen al die woorden, een van de diepste vreugden in mijn bestaan, maar ook zovele verhalen, personages, gezichten, sferen, zovele dichtregels waarmee ik leerde grijpen naar het mysterie. In mijn studeerkamer staan wanden van boeken, maar misschien ook in mijn hoofd, al weet niemand hoe het hoofd zijn kennis bewaart. Er zal daar ook wel sprake zijn van legplanken, waar alles naast elkaar ligt te wachten op gebruik, anders waren er geen contaminaties (wanneer twee woorden of uitdrukkingen willen voordringen, met kortsluiting tot gevolg), anders waren er geen versprekingen. Taal die zich aandient in duo of trio via ultrasnelle zenuwbanen, als glasvezelkabels van een hogere soort.

Eén plank in mijn hoofd is die van de herinneringen: aan de zwart-witte strip Erik de Noorman (die ik nadien nooit meer teruggevonden heb), aan Winnetou en Old Shatterhand (die in mij een levenslange liefde voor westerns nalieten), aan de glanzende stijl van Bomans (die ik imiteerde, onder andere van brandmeester Koperbuik uit Kopstukken een voetbaltrainer maakte, met spelers die nooit op de bal mikten...), aan het beeldengeweld van Claus (dezelfde klei zoog aan ons...), aan zoveel meer.

Een andere plank is die van de lievelingen, boeken die vrienden werden en dat bleven. Nescio’s verhalen en schetsen. Het boek der rusteloosheid van Pessoa. De gedichten van Milosz en Constantijn Huygens. Zitten, de praktijk van zen (Nico Tydeman). Job en de psalmen. Buysses kleine mensen, vooral jong meisje Maria Beert in Het recht van de sterkste. De jongen Hamlet. Thoreau’s Walden. John Berger. Kawabata.

Als je in zijn essays leest, zie dat Montaigne zijn bibliotheek ook in zijn hoofd meedroeg. In het hoofd van vroegere schrijvers en lezers was, ook door de tijd waarin ze leefden, blijkbaar meer plaats dan in het mijne. In elk geval onthielden ze meer. Dat had ik nog gewild: dat mijn hoofd meer dichtregels had kunnen opzeggen, met een muziek en in een akoestiek waar ik zelf telkens weer verbaasd van zou hebben gestaan...

Commentaren

Guido,

de computer lijkt wel de laatste projectie der techniek
van onze 'binnenkamer', en nog steeds in sneller ontwikkeling.
Tablets, Ipads, werkgeheugen, volumen,
maar ik ben het volkomen met je eens;
er gaat niets boven een (goed) boek; bladeren in de geuren, smaken,
her- en kennende her inneringen.
Dit toch groeiend weten

Gepost door: Cor Beau | 15-09-11

En, oh ja,
de verbazende muziek
het instemmend
daardoor meerstemmig
harmoniëren

Gepost door: Cor Beau | 15-09-11

Dag Guido,
Heel mooie tekst! Voor Johan Velter's blog heb ik - naast enkele bijdragen over de merel - ook een reeks korte stukjes gemaakt over verdwenen boekhandels in Gent. Wordt - vermoed ik - binnenkort gepubliceerd... Ik denk dat je ervan zult genieten...
Groeten,
Dirk (ex-drukkerij, ex-boekhandel, ex-bibliotheek)

Gepost door: Dirk Verschaeren | 30-09-11

Die blog van Johan Velter is een fameuze plek: scherp en beetje eigenzinnig, en mooi erudiet. En als hij van iets houdt, dan volledig...

Zoveel keer ex... Is dat verlies, of een bewuste keuze?
Wordt er niet af en toe, stiekem bijna, nog een boekje gedrukt?

mvg

Guido

Gepost door: Guido Vanhercke | 01-10-11

JV's blog: elke dag toch ergens verrassend, vind ik...
Soms een beetje onverbiddelijk!
Wat die ex-en betreft: eerder toevallig. Crisis in de drukkerswereld in die tijd; idem voor de boekhandel; dan naar bibliotheek met wat meer werkzekerheid, en nu op rustpensioen...

Gepost door: Dirk Verschaeren | 01-10-11

De commentaren zijn gesloten.