16-09-11

Dagboek: Maasvallei (Fr)

 

IMG_3606-1.JPG

 

Zat 0309 – Dins 0609: vriendenbezoek in Cunel (Maasvallei, Fr)

Toevallig het jaarlijkse concert van Johans vroegere koor uit Wageningen (Punt Uit). Kwikzilveren dirigent Herman Groenestein had een mix gemaakt van See me, hear me, touch me, heal me van The Who met een paar lijnen uit Stabat Mater van Pergolesi. Een geweldige vondst. Verdient bredere bekendheid. In mijn hoofd klonk het al met groot koor en orkest.

Die Who-regel is een scherpe herinnering van mijn eerste studentenjaar: op kot, met mijn klein radiootje, en dan die klanken en die felle stem van Pete Townsend, en vooral dié woorden, die helemaal van uit mezelf leken te komen. Zo voelde ik me toen. Zo kon popmuziek spreken voor iemand die zelf geen woorden had. Laat staan dat ie had durven zingen.

 

Lydia en Johan, ouder en niet ouder geworden...

Verhalen van ingesneeuwde winters, het paradijs van de Azoren, stormen op de Hurtigrutenboot die op de Noordkaap vaart, en natuurlijk, zoals bij alle bejaarden, kinderen en gezondheid en ziektes in alle mogelijke gedaanten.

De rood-geel-groene deuren en luiken van hun huis en schuur.

Het golvende dal aan de achterdeur, recht naar het grote Amerikaanse oorlogskerkhof van Meuse-Argonne, waar de witte graven manhaftig volhouden. En met veel toewijding gecoiffeerd en gemanicuurd worden. Er staat geen grassprietje teveel.

Maar de chaos die ze verbergen. Daar is geen naam voor...

 

In het koor Gabriel teruggezien. Karakterkop, steeds meer. Maar hij werkt er ook hard aan, twee keer per week in de gym, op zijn 56ste rugzakreis in de Lofoten met Herma, en nog altijd evenveel gedrevenheid en visie voor zijn school.

 

Op de terugweg, het dorpje Mont-devant-Sassey, met een romaanse kerk op een heuvel. Prachtige beelden vullen het portaal. Een madonna die, hand tegen haar wat verveelde, nog moede hoofd, probeert te slapen, ondanks al dat gekijk. Opzij van de kerk een oud, ingezakt kerkhofje, Engels aandoend, met een onvergetelijk half-reliëf op een van de graven (dat tegen de kerkmuur, beetje alleen): een mannenhand sluit zacht zijn duim over een verfijnde vrouwenhand. Steen die tot leven komt. Je kan zo de stemmen, of hun stilte, horen.

Tegen de kerkhofmuur aan, uitkijkend over een breed dal dat naar de Maas leidt, staat een groot zerk met een ontroerende tekst, een soort brief: zij, de vrouw en moeder, verloor op één dag haar man en dochter, en een maand later nog een dochter, en schrijft aan haar man hoeveel hij voor haar betekend heeft, hoe lief hij was, “comment ses talents étaient uniques”, en hoe vedriet bij haar zal blijven wonen tot ze zelf sterft; en daarna spreekt ze haar twee “anges” toe, vraagt ze om te zorgen voor hun broertjes...

Klokkengieter was de man. Het zerk naast hem draagt dezelfde naam: zijn broer, ook klokkengieter.

 

In Namen: bezoek aan het Musée Felicien Rops. Groot herenhuis, maar prachtig gerestaureerd (alleen de vitrages tegen de wanden op de eerste verdieping doen vreemd en stijlloos aan, met al die satirische werken van Rops ervoor). We krijgen een mooi Nederlands welkom. Van het bezoek zal ik mij de dood als uitgemergelde naakte oude vrouw herinneren, met jarretels en netkousen en hoedje en verleidelijke blik over haar benige schouder en een doorzichtig tulen rokje dat opwaait als dat van Marilyn Monroe. Maar de vergeefsheid van alles...

Ik zal mij de liefde en kundigheid herinneren waarmee hij borsten en lippen en halslijnen tekent van vrouwen.

En zijn virulente aanvallen op het instituut kerk. “Jesus et Cie”

En zijn talrijke bijdragen voor erotische, vaak ook satirische boeken (eentje is een catechismus van de seks, ik dacht door ene Madame La Comtesse du Coeur-Brûlant). Dat soort publicaties, bestaat dat nog? (Een kleine excursie op die naam in google en ik ken het antwoord: jazeker, erotica-uitgaven bestaan nog. Maar, naar ik zie, zonder het talent van Rops...)

Ook nog, maar niet van Rops, dacht ik: een schilderij naar het wereldberoemde Angelus van Millet, maar dan met twee grondig kussende geliefden, midden in het veld.

 

Daarna langs Charleroi, volgens een Nederlands dagblad de “lelijkste stad van de Benelux”. En ja, de fabrieken staan bijna midden in het centrum. Maar wat anderen lelijk vinden, legt zich lang- en breeduit in mijn fotolens. De regen maakt het alleen nog maar patina-voller.

 

IMG_3613-1.JPG

 

IMG_3615.JPG IMG_3617.JPGIMG_3618.JPG

 


 

De commentaren zijn gesloten.