30-09-11

Mijn wonderen: merel...

IMG_3269-1.JPG

 

 

Mijn wonderen: merel...

 

De vogel die mij het meest nabij is, is de merel. En wel om de eenvoudige reden dat hij het meest voor mij zingt. Elke avond, als het donker, op die ongrijpbare manier van opkomende duisternis, een stap naar voren zet, als de lucht leeg loopt van alle opgespannen energie en beweging, als het licht dun wordt, oplost in wat lijkt op fijn water, zingt de merel. Het liefst op de nok van een dak, klein silhouet van een grote stem.

Het zijn klanken die zo helder zijn dat ze je telkens weer doen luisteren. Helder is meer dan luid, helder is een aparte categorie voor deze vogel. Elke klank is zo scherp, bijna tastbaar aanwezig. Gebeeldhouwde klanken die niet verdwijnen willen. Kleine harde ruimtes in wat een steeds stillere leegte wordt.

Misschien heeft het te maken met de akoestiek van deze grote concertzaal die de avond is. Misschien glijden klanken dan beter. Maar het heeft ook te maken met wat hij zingt. Geen melodietje, noch eentonige herhaling, maar, losgekomen van alle lawaai van de dag, weer de zuiverheid van een klank. Misschien is de merel wel een Platoonse filosoof, die van het gegeven geluid het diepere wezen zoekt. Telkens weer het uitproberen van een heldere klank, in een vrijgemaakte ruimte, tot aan den lijve, hoe klein dat lijfje ook is, iets van het wezen van helderheid hoorbaar wordt. En hoorbaar wil in dit geval zeggen: niet alleen diep in het lichaam (het zijne, het mijne...), maar ook diep begrepen. Al zijn er voor dit laatste geen woorden. Je kunt deze wereld enkel helder laten klinken.

Maar wat een ambitie: het bestaan verstaan door het zo zuiver mogelijk te laten klinken. Zoals St Kevin, in dat bekende gedicht van Seamus Heaney, zijn armen uit de ramen van zijn te krappe eremietkluis moet steken om te kunnen bidden, en dan voelt hoe een merelvrouwtje in zijn open handpalm komt nestelen en broeden en jongen maakt, zoals St Kevin dus aan den lijve, door het te doen, de overgave leert aan dat grote leven dat door ons trekt, zo kan dit zwarte merelmannetje met zijn gele bek niets anders dan zingen, zingen, zingen. Vraag hem niet waarom, hij heeft geen woorden, zoals St Kevin geen theologieboek nodig heeft om te weten dat hij wat begonnen is, nu ook moet voltooien, al doet het overal, van zijn schouders tot aan zijn knieën, pijn (Heaney staat ook bij die pijn en die overgave stil, in de tweede helft van zijn gedicht).

Terwijl op de achtergrond biologen hun kostbare hoofd schudden om zoveel verbeelding mijnentwege, blijft voor mij de merel veel meer dan een vogel in jacquet (oeps, weer verbeelding), die zingt om zijn territorium af te bakenen, of zoiets. De merel is een zanger in de meest zuivere zin van het woord (oeps, weer een Platoonse opwelling). De merel is schitterende nutteloosheid. De merel is een oefening in leegte en volheid, zodat je niet meer weet wat luistert, de leegte van de invallende nacht naar die grote klank, of die klank die wrijft langs de grote randen van weggaan. De merel is kleinheid die zich niets meer aantrekt van dat onderscheid groot of klein, omdat hij zich vergeten heeft in dat zingen, totale overgave, voor geen enkele andere reden dan de overgave. Zo groot is de merel dan, even groot als de vochtige, voorzichtig binnenkomende, zoveel grotere nacht. Dat grenzen zomaar kunnen wegvallen, dat is de merel voor mij, zoals een vogel kan broeden in je hand, als je maar lang genoeg wacht.

 

 

 

*

St Kevin and the Blackbird (Seamus Heaney)

 

And then there was St Kevin and the blackbird.

The saint is kneeling, arms stretched out, inside

His cell, but the cell is narrow, so

 

One turned-up palm is out the window, stiff

As a crossbeam, when a blackbird lands

and lays in it and settles down to nest.

 

Kevin feels the warm eggs, the small breast, the tucked

Neat head and claws and, finding himself linked

Into the network of eternal life,

 

Is moved to pity: now he must hold his hand

Like a branch out in the sun and rain for weeks

Until the young are hatched and fledged and flown.

 

And since the whole thing's imagined anyhow,

Imagine being Kevin. Which is he?

Self-forgetful or in agony all the time

 

From the neck on out down through his hurting forearms?

Are his fingers sleeping? Does he still feel his knees?

Or has the shut-eyed blank of underearth

 

Crept up through him? Is there distance in his head?

Alone and mirrored clear in Love's deep river,

'To labour and not to seek reward,' he prays,

 

A prayer his body makes entirely

For he has forgotten self, forgotten bird

And on the riverbank forgotten the river's name.

 

 

 

 *St Kevin en de merel

 

En daar: St Kevin en de merel. De heilige knielt, zijn armen uitgestrekt, in zijn cel, maar de cel is smal, en daarom steekt een handpalm, open naar boven, uit het raam, stijf als een dwarsbalk, en een merel landt en legt een ei en gaat zitten broeden.   Kevin voelt de warme eieren, de dunne borst, het ingehouden fijne hoofdje en de klauwen, en, zo verwikkeld in een netwerk van eeuwig leven, loopt hij vol met medelijden: nu zal hij zijn hand als een tak in zon en regen moeten houden, wekenlang, tot de jongen uitkomen en groeien en wegvliegen.

En omdat dit alles toch verbeelding is, verbeeld jezelf even Kevin. Vergeet hij nu zichzelf, of lijdt hij de hele tijd pijn, van zijn nek tot aan zijn stekende voorarmen? Slapen zijn vingers? Voelt hij zijn knieën nog? Of kroop de dodeogenblindheid van onder de aarde al in hem op? Is er verte in zijn hoofd? Alleen en helder weerspiegeld in de diepe rivier van Liefde, bidt hij: "Werk en zoek geen beloning", een gebed van zijn hele lichaam, want hij is zichzelf vergeten, de vogel vergeten, en op de rivieroever de naam vergeten van de rivier.


Commentaren

Ik kom vanavond terug Guido;

om dit rustig te lezen;
om
turdus merula,
de zwarte lijster,
merlet,

rustiger aan te horen

wellicht een amen
op zijn zingen

Gepost door: Cor Beau | 30-09-11

Zijn het pruimen die hij verschalkt ? Merel met pruimen, het klinkt als een oorlogsmenu ;-)
Ik heb genoten van deze mooie tekst
grt manu

Gepost door: manu | 30-09-11

Yo Guido,

de merel,
die belijster;
die verhaalt in zijn wellend, luidende, welluidende traan van de dag
naar de zee van de nacht; zoals Uvi vaak zegt over prachtige weemoed.
Dapper veerpakje, zachtgele snavelmanstem.

U zegt het:
Zo groot is de merel dan, even groot als de vochtige, voorzichtig binnenkomende, zoveel grotere nacht. Dat grenzen zomaar kunnen wegvallen

U benoemt overgave;
bange zingzang die beoefent,
op de nok van het dak in de laterende zomeravond.
Wie anders heeft moed

Alleen de spreeuw benadert schalkig zijn stem; hij's meer spelend

Maar u, uw oor...
ik zou graag eens u in een oog wenken.
Versta u en uw meer in per dag.
En dank voor wat u hier loopt weg te schenken
Dit belijsteren van een moment
Deze zang, dit gegeven lof
in de hof van het leven

Gepost door: Cor Beau | 30-09-11

Thx mates

Gepost door: Guido Vanhercke | 01-10-11

Deze tekst over de merel raakt me diep. Welluidende melancholie. En het gedicht van Seamus Heany kende ik nog niet: ook dat is subliem gezang. Bedankt.

Gepost door: martin pulaski | 02-10-11

En komende van een "zingende" mens als jij, telt dit complement dus dubbel.
Thx.

Gepost door: Guido Vanhercke | 03-10-11

De commentaren zijn gesloten.