03-10-11

Mijn wonderen: stem...

 

IMG_3293-3.JPG

 

Mijn wonderen: stem...

 

Stemmen zijn hun eigen muziek. En zomaar, zonder dat we school hoeven te lopen. En goedkoop, met die uitgewerkte lucht die toch weer naar buiten moet. Maar soms zo wonderlijk uniek dat je ze nooit meer vergeet, en bij de eerste klank al weet wie het is die spreekt. Ik kwam op een voordracht van een boeddhistische leraar, wel wat te laat, en naast hem zat de man die de avond had georganiseerd. Het hele uur lang keek ik recht in zijn gezicht (voor zover een mens naar buiten kijkt als een boeddhist hem meeneemt...) en pas toen hij de spreker bedankte, viel het mij met een klap in: maar dit was een oude studiegenoot geweest! Jawel, jaren waren er over gegaan, ik had hem niet herkend, en de muziek van zijn stem had mij gered.

Men zegt wel dat de stem het mooiste instrument is. Ik zou het niet weten, dat soort uitspraken is meer een zucht dan een mening. Zucht, omdat een stem inderdaad kan toveren: adem en vlees, en dan zo uiterst subtiel, zo verontrustend mooi. Zelf haak ik nogal snel af bij klassiek geschoolde stemmen en opera, twee maal kunstmatig is één keer teveel. Maar het klassieke lied bekoort mij dan weer wel, een volle toon hoeft niet nog eens te trillen, luid kan ook heel ingehouden bijna stil zijn. Ik hoorde Felicity Lott Schubert zingen en het was of ze lijnen tekende in de lucht, lijnen vol begrijpen, lijnen waarachter al het onbegrijpen lag. En van Maria Christina Kiehr heb ik geleerd dat een noot het mooist is als ze gewoon onopgesmukt vol haar lichaam toont, geen tierelantijntjes, geen muffigheid. Je hoort niet veel sopranen die niet aan het kwinkeleren gaan, maar misschien zeg ik dat maar uit onkunde, was ik te weinig op de juiste plek, waar het zingen en het luisteren magie werden, ben ik teveel slachtoffer van mijn eigen vooroordeel tegen sentimentaliteit.

Het zijn andere stemmen die mij tot op het bot stil maakten. Als Billy Holiday zingt, dan hoor ik hoe snikken zingt, of een weggedronken snik. Als Nina Simone zingt, dan gebeurt er iets met je mensbeeld, dan wordt een stem een geloof. Geloof in kracht en opstanding, dwars door generaties van pijn. En dat pijn schoonheid niet kan vernietigen, zoals zij dat orgel in haar stem heeft bewaard. Als Jacques Brel zingt, dan hoor je een schreeuw (hij had er ook de mond voor): schreeuw tegen de leugen, tegen het verval. Als Dylan zingt, dan hoor je die kreet ook, maar ijler, met wind in zijn stem. Hij kijkt ook vaker van je weg, Dylan zingt ook meer voor zichzelf, vertrouwt je niet, en al zeker zijn eigen boodschap niet. Het veiligst voelt Dylan zich als hij gewoon kan zoeken, of een bluesverhaal vertellen dat iedereen lijkt te (her)kennen. Ach, ik zou tientallen namen kunnen noemen, sommige pas ontdekt, andere al bekenden van een heel leven, maar allemaal hebben ze dat uniek dat je niet meer vergeet.

Het mooist vind ik de gesproken stem als er brons in zit. Stem met klok in, en het is of je mee gaat klinken als je er naar luistert. Acteurs en radiomensen zijn soms gezegend met zo’n bronzen stem. Leonard Cohen zingt er mee, Dirk Roofthooft en Jan Decleir acteren er mee,  Jan Hautekiet maakt er radio mee. Hoe dat brons er in kon sluipen en dan zo precies kon verharden, daar zou wat wetenschappelijk onderzoek naar mogen gebeuren. Het is die galm, die toch geen weergalm is. Het is alsof er een orkest zacht en precies meeklinkt. Alsof er plots een ander soort stereo uitgevonden wordt. Alsof er in klank ook duizenden zenuwen kunnen zitten, die ook duizend keer meer registreren.

Opvallend is dat een taal ook een soort heldere bronsklank heeft, als ze zuiver en verzorgd wordt uitgesproken. Dus niet geaffecteerd als statussymbool, maar ook niet half opgegeten en doorgeslikt, of getatoeëerd met de wildste accenten. Goh, ik heb niets tegen accenten, maar mogen we af en toe nog eens die eigen mooie zuiverheid van een taal horen. Dat Nederlands dat zo verrassend opklinkt in zijn lange klinkers. Maar ook bij de andere talen die ik ken (of herken, zoals het muzikale Hongaars) is er een heldere slag die af en toe hoorbaar wordt, en elke keer weer valt het mij op: hoe een taal een grote klok is, hoe een taal door generaties is afgesteld en gepolijst...

En dan zijn er die stemmen die met niets te vergelijken zijn: kleine doedelzakken, hoestbuien, klein gebleven stemmetjes, gescheurde stemmen (Tom Waits...), stemmen die een heel leven hebben gezien, hondenbrokkenstemmen, stemmen die altijd lachen, of altijd grinniken, voorzichtige stemmen, zeur- of bazige stemmen die je nerveus maken, stemmen die gewoon aanstekelijk zijn en het niet weten...

Louis Armstrong, die had een unieke stem, met niets te vergelijken. Lyrisch brommen, dat deed Satchmo.

Stemmen die samen zingen, kunnen een gebouw de lucht in tillen. Heb ik zelf meegemaakt. Niet in een operatheater, maar in een kerk. Paul Van Nevel liet zijn Huelgas-ensemble zo onwezenlijk zingen, dat ik steeds hoger begon te kijken, of de smalle kerk waar we zaten, niet echt de lucht in ging. Die ging inderdaad omhoog, maar het publiek ging mee, dus echt opvallen deed het niet, en het stond ’s anderendaags niet in de krant.

Of die keer dat we, net aangekomen in Vezelay, op een zondagmiddag om 11 uur binnenstapten in de schitterende romaanse pelgrimskerk, en terechtkwamen in een kerk vol mannen, en al die mannenstemmen begonnen net op dat moment als één brede borst te zingen. Ook dan was de omvang van deze stemmen samen veel groter dan de kerk aankon en tuimelden de muren als bij Jericho. Althans, zo leek het even, omdat ik mee open ging. Dit was religie voor het grote aantal, honderden pères de famille die daar een pelgrimstocht van verscheidene dagen beëindigden, met alle overtuiging die onderweg in hen was samengestroomd. Dan werd me duidelijk: zo’n kerk is in feite gemaakt voor deze grote stem, voor dit machtige volume. Als we toch willen smeken en danken, dan het liefst groot. Zo zijn mensen. In het oude bijbelverhaal was de Onnoembare nochtans niet in het grote geluid van storm, aardbeving of vuur, maar integendeel in het lichtste suizen van wind. Maar dat is het vragen niet meer, dat is het antwoord. Zo klein, dat je het misschien niet horen kunt.

 

IMG_3292.JPG

Twee schilderijen uit een tento die ik in Barcelona zag: The Jazz Century


Commentaren

Tja, Guido,

ver voerend
en
te
her lezen...

in stilte be(f)luisteren
en dat met uw in stem

Gepost door: Cor Beau | 03-10-11

Oh ja,

uw bovenste afbeelding,

het lijkt welhaast een luid schreeuwdode Ensor
iemand waar ik ook van houd
in zelfs deze tijd

Gepost door: Cor Beau | 03-10-11

De commentaren zijn gesloten.