05-10-11

Dagboek: 09/2011

IMG_0268.JPG

 

 

Zond 1109

Openmonumentendag in Gent. Een executieplaats midden in de stad. Een oud leeg karmelitessenklooster midden in de stad. Het grote socialistische huis op de Vrijdagsmarkt.

Gesprek met oud geworden, met medailles behangen nationalistische vrijwilligster. Gidsbeurt door jonge, van slordig haar en kleren opgetrokken jonge meid, die alles wist van de stenen en niets begreep van wat die slotzusters daar al die eeuwen hadden beleefd. Gidsbeurt door een medewerker van de vakbond, die over het gebouw en de geschiedenis sprak in persoonlijke termen: ons huis, onze vakbondsmensen, onze strijd...

En dan weer de regen, die even hard viel als in de eerste wereldoorlog, als in de 16e eeuw en de 19de eeuw...

 

Maand 1209

De laatste Houellebecq was mijn eerste: De kaart en het gebied. Ik was onmiddellijk zeer onder de indruk van ’s mans schrijfcapaciteiten: het boek leest als een trein, er staat geen woord teveel in, hij maakt voortdurend scherpe opmerkingen die een grote intelligentie verraden. Voortdurend ook kleurt hij wat hij aan het vertellen is in met uitweidingen over geschiedenis en wetenschap en economie, en die verdiepen het vertelde, want ondertussen gaat de vaart er niet uit, integendeel.

Maar geleidelijk wordt het duidelijk: zijn hoofdpersoon blijft een schim. Je begrijpt niet waarom hij doet wat hij doet. Er worden woorden en zelfs essays van anderen bijgesleept, om te verklaren waarom hij de kunst maakt die hij maakt. Maar hij blijft een schim van een personage. Het is meer dan alleen zijn nihilistische kijk op de wereld, er brandt gewoon niets in hem. Zelfs zijn maniakaal zich afzonderen, soms maanden- en jarenlang, om bijvoorbeeld kaarten te fotograferen als kunstwerken, doet eerder autistisch aan dan gepassioneerd. Hij heeft ook geen geluk: de weinige relaties van vlees en bloed, bijvoorbeeld zijn ouders, bijvoorbeeld een langskomende liefde, laten hem koud in de steek. Veel is koud bij Houellebecq.

Daarom ook al die uitweidingen naar wetenschap, sociologie, economie: ze moeten verklaren wat deze mens in essentie mist: diepte. Een mens is een illusieloos speelballetje, dat denkt dat het de kaart is van een heel groot gebied, maar in feite niets overziet, niets begrijpt, niets overhoudt. Op de duur wordt het een tic: het menselijke ontmenselijken met wetenschappelijke data. Zelfs het sterven van zijn vader wordt onmiddellijk verteld in klinische biologische gegevens over de afbraak van een mensenlichaam. Er zou eens iets van ontroering kunnen ontstaan. Kan toch niet als het gebied slechts stompzinnig, dood gaand vlees is...

Er over dubbend achteraf dacht ik: deze hoofdpersoon, en bij uitbreiding Houellebecq zelf, missen a sense of history. Je merkt het aan de roman: het is moeilijk bij te houden hoeveel tijd  er verloopt, en vooral hoe die tijd beleefd wordt. Maar het gaat dieper: afwezigheid van een besef van geschiedenis (ten goede of ten kwade) wordt bij deze auteur opgevuld door legio bedenkingen over onze westerse maatschappij, die in feite ook zonder de roman gelezen zouden kunnen worden, en vaak ook pertinent zijn. Alleen, ze gebruiken om een hoofdpersoon betekenis te geven, of zijn betekenis af te breken, werkt niet. Toch niet bij mij.

Er zit ook een merkwaardige structuur in het boek. Alsof Houellebecq zelf aangetast is door zijn geschiedenisloos hangen in het moment, laat hij op een bepaald moment zichzelf optreden als personage in de roman. Dat kan even grappig lijken (verteller over auteur: welke spiegel hangt hij op?), maar overtuigt niet. En als dan, tot mijn grote verwarring, in de tweede helft van de roman plots de hoofdpersoon een politieinspecteur is die de moord op Houellebecq-auteur-personage moet oplossen, en daar bladzijden lang mee doorgaat, alsof de vorige hoofdpersoon er niet meer toe doet, dacht ik: het lijkt wel of hij zijn eigen roman beu is. Inhoudelijk dan. Alles is toch zo verschrikkelijk zinloos, dat je er moe van wordt. Dan wring je je eigen roman de nek om. Critici spreken van een gematigde Houellebecq, zonder de seks en de kwaadheid van zijn vorig werk, hij krijgt er de Goncourt voor en verkoopt een miljoen exemplaren: geen slechte opbrengt voor een vermoeid boek...

 

Nu ben ik in zijn eerste bezig: Elementaire deeltjes. De schrijfstijl is iets minder superieur, maar ook hier merk ik die geschiedenisloosheid. De twee broers groeien wel op, maar veel evolutie zit er niet in. Tragiek die je met hen doet meeleven in hun liefdeloos opgroeien, is er ook nauwelijks, ze worden haast klinisch getekend.

Enkel de grootmoe die de moeder vervangt, is een vrouw met een groot, trouw, zorgzaam hart. Die passages raken, want zij is het enige wat die door zijn ouders achtergelaten jongen in zijn leven heeft. Zijn superieur verstand doet hem niets, zijn hart heeft enkel haar. En dan sterft ze, zoals alle mensen sterven. Maar voor het verdriet zijn geen woorden. En de kille verteller kan het niet laten om haar op te voeren als een aparte menssoort: de liefhebbende mens, die is er dus ook... Hoewel mensen slechts elementaire deeltjes zijn, in een universum dat ze wel enigszins begrijpen en kunnen manipuleren, zijn er ook die, om onverklaarbare redenen, blijkbaar uit het niets, een soort edelmoedige, diepe liefde kunnen uitdelen.

In dat wel grote geschiedenisboek, de bijbel, staat ergens het verhaal van het handjevol rechtvaardigen dat de stad Sodom van de ondergang moet redden. Het is prachtig gesjacher van Abraham, van 100 naar 10. Maar als er minder dan 10 rechtvaardigen te vinden zijn, houdt hij op met pleiten. Dat geeft te denken. Grootmoe redt in deze roman van Houellebecq dus op haar onmachtige eentje de mensheid niet...

De commentaren zijn gesloten.