12-10-11

Mijn wonderen: wind...

IMG_2680-1.JPG

 

Mijn wonderen: wind...

 

Als ik in de tuin zit -het is een namiddag die naamloos als alle andere voorbij glijdt-, hoor ik de wind in de esdoornbladeren. Ze zijn groot en grootsprakerig, ruisen luider dan de dwergneefjes van de berk.

Ruisen is hier een verzamelwoord. Er is het stille suizen, dat nauwelijks opvalt, zozeer is het maar een licht wrijven, hier en daar, door een haarlok bladeren, van een beweging die achteloos zichzelf vergeet. Maar dan, ineens, zwelt het suizen en wordt het een opvallend ruisen. Nu wiegt de hele boom, alle takken doen mee, en alle bladeren. En soms lijkt het wel een confrontatie, alsof een onzichtbaar maar zwaar lichaam pardoes op deze bomen valt, en wordt het ruisen een hevig gedruis, waarvan je niet weet of het nog wel zo welkom is. Die kruin die in zijn geheel zwiept, misschien houdt een boom wel van wat gevechtssport, misschien ook niet, stoort dat onverwachte geweld de oude mateloos.

En dan is het helemaal stil. Zo, zonder reden, stil. De bomen en de planten houden hun adem in, zie ik. Hoogstens trillen ze nog wat na. Het is een wonderlijk gezicht, dit even ophouden van een beweging die anders overal en altijd zichtbaar is, veroordeeld als alles is tot elkaar, lucht en takken en bladeren en bloemen en wolken en vlekken licht en stille schaduwen.

Je vraagt je af wie die beweging bepaalt. Afstelt. Er kleine en grote partituren voor schrijft. Het is de zichtbare onzichtbaarheid, die me deze vraag doet stellen. Er is een grootheid die slechts zichtbaar wordt via omwegen, in porties, in wat ze met iets anders doet. In de lente wentelt een groot wiel voorbij, en wat zie ik er van: duizenden knopjes die plots, met veel gedrang, bladeren en bloemen worden. Dat alles in deze wereld in beweging is, en ik moet mij noodgedwongen beperken tot deze windvlaag nu, en dan nog zie en hoor ik hem niet echt.

Stormwind komt mij nog het dichtste bij in mijn verlangen om de grote beweging te zien. Als kleine knaap trok ik mij ergens onder een luifel terug om niet nat te worden en ongestoord te kunnen kijken naar de razernij die zich voor mijn ogen in de grote lucht voltrok. Nog altijd kijkt, als het begint te stormen, mijn vrouw mij langer aan dan anders en zegt ze: dat heb jij graag hé. Geen vraag, geen aanmoediging, het is het soort vreemde communicatie dat evenveel voor zichzelf uitgesproken wordt als voor de ander.

Maar inderdaad, stormwind die de wolken striemt en regen slaat tot harde vlagen en stammen doet kraken en bladeren van de takken veegt alsof ze niet elk een dapper steeltje hadden, dat soort wind opent in mij hoge en verre poorten. En ik luister anders, en adem anders, heb een hoofd dat ouder lijkt en groter. Alsof ik iets waarneem van de oerstormen die over land en zee hebben geraasd, al van voor de mensen, en ook toen mens en dier er al waren. Alsof de beweging die bestaan loslaat, af en toe zichzelf niet meer kan controleren, razernij wordt die slaat en blijft slaan. Het komt misschien omdat de luchten, toen ik klein was, zo groot waren. Het komt misschien omdat de beweging tussen mijn ouders ook af en toe een slaande furie werd, een spanning te groot en te sterk voor elk van hen, en zeker voor een jongen die er bij staat en kijkt.

Wind is een oefening in luisteren. Naar stormen en naar stilte, en al wat daar, in zovele toonaarden en veelstemmigheid, tussen ligt. Je leert naar de ruimte te luisteren, en naar het dansen van de tijd. Je leert dat het essentiële onzichtbaar blijft, maar toch in de kleinste vezel zijn werk doet. Je leert dat begrijpen vooraf gaat aan begrijpen. En dat begrijpen ook een soort wind is, evenveel af- als aanwezig. Je leert dat er muziek gemaakt wordt in dit leven. Je leert dat je niet groot hoeft te zijn om helemaal open te gaan. Je leert dat je altijd weer dicht kunt, dicht bij jezelf, of bij een dak boven je hoofd. Je leert dat gebeurt wat gebeurt. Je leert dat je beter kunt meedansen dan te breken. Je leert dat je vaak helemaal niets hoort, en toch beweegt. Je leert dat je maar beter goed leert luisteren, met je hele lichaam, om alles, in elk geval veel, te kunnen voelen. Je leert dat ook je adem een wind is. Je leert dat je bloed ook suist, en misschien ook ruist, soms.  Je leert dat verwachting wind is, en ook angst dat is. Je leert de kortstondigheid van alles, hoe groot ook. Maar ook de nabijheid, hoe onopvallend klein je ook bent. Je leert te krijgen, zoals die tak zo volkomen meewiegt met de windvlaag (takken zijn op dat krijgen gebouwd, staan en vliegen tegelijk). Je leert terug te geven, met de bedachtzame blik van een mens die weet er met hem is gebeurd. 

 

Commentaren

"Geen vraag, geen aanmoediging, het is het soort vreemde communicatie dat evenveel voor zichzelf uitgesproken wordt als voor de ander."

Zo ben ik graag bij mekaar.
Wat een stuk uit de stukken Guido.
En je laat me bekant huilen als wind

Gepost door: Cor Beau | 12-10-11

Graag gedaan hoor, Cor ;-))

Gepost door: Guido Vanhercke | 12-10-11

Het is een wonder hoe een mens zich kan verwonderen! En als je dat wonder dan ook nog delen met anderen is dat nog een groter wonder.

Gepost door: Mia | 16-10-11

Samen verwonderd zijn is ook mooi, Mia... :-)

Gepost door: Guido Vanhercke | 17-10-11

De commentaren zijn gesloten.