17-10-11

Sleeping beauties (tentoonstelling kasteel Gaasbeek)

 

 

 In de tentoonstelling over het mysterie van de slaap, Sleeping Beauties (kasteel Gaasbeek), zijn prachtige werken te zien. Wat mij raakte was een sculptuur van de jonge Nederlander Tobias Schalken: Paard. Een levensgroot paard in witte kalksteen staat op een wit bed, op een wit deken, met de witte hoeven net naast het slapende hoofdje van een meisje met kastanjebruin haar. Alsof de hoeven haar onderstoppen, het deken zo aandrukken dat ze goed warm heeft. Of, anders gezien, het deken aandrukken dat ze langzaam stikt...

Op een stenen trap, in een hoge traphall, staat een luisterende figuur van Nunoz, zijn oor  bijna tegen de zware muur gedrukt. Misschien moet levensgevaar bezworen worden. Misschien is er in deze muur een grotere stilte hoorbaar. Ook de toeschouwer moet even zwijgen.

 

In een verzonken, totaal verduisterde kamer (want Gaasbeek is een doolhof van gangen en kamers) glanzen vier grote glasbakken in de donkerte heel voorzichtig op: het zijn vier schimmige beelden van Venetië. David Claerbout leert ons het duister te vertrouwen. In elk geval is dit een ander zien: een dat ook kan kijken in de nacht, dat toont dat de nacht ook zijn licht heeft, nooit helemaal dicht is, zoals je dacht toen je al tastend binnenkwam.

Michaël Borremans verbluft met zijn schildertechniek en zijn Bruegelblik: als een vogel boven het aardoppervlak zien we mensen “werken” aan een landschap met kleine huizen en straten en velden, diep onder hen zodat ze moeten buigen en knielen, zoals kinderen hun werelden bouwen met lego en speelgoedauto’s. Zo klein en toch duidelijk schilderde ook Bruegel zijn mensen, dieren en dingen. Maar het mooist is Borremans als hij het portret schildert van een slapend meisje. Ze ligt niet, ze staat en heeft net haar ogen gesloten, zo moe is ze. Het wordt haar allemaal teveel, misschien, hoewel het licht zo prachtig in haar lokken valt en op haar wang en voorhoofd.

 

 

Hans Op de Beeck heeft een fascinerende zwart-wit video, Determination, waarin gezichten van jongens en meisjes met gesloten ogen dromen dat ze iemand anders zijn, en dan traag en voorzichtig in elkaar overgaan. Enkel die gezichten, er omheen ligt diep duister en klinkt polyfonie. Het stoort soms als een gezicht nieuwe lippen krijgt, of andere wenkbrauwen. Maar dan komt de rest van het gezicht, de lengte, de andere ogen, en valt alles op een merkwaardige manier op zijn plaats. Elk mens is uniek, weet ik, als ik het gezicht zie zoals het is. En dan is het leven alweer aan het veranderen. De reeks eindigt met holten in het laatste gezicht, en uiteindelijk een mensenschedel. Memento mori. Stopt de beweging nu?

 

Ook Andres Serrano is een fotograaf, en ook hij maakt foto’s van de dood. Hij toont twee (delen van) lichamen in een lijkenhuis, maar stopt de dood weg. Wie het niet weet van de titel, The Morgue, verwacht twee slapende mensen. Het mooist-aangrijpendst is het gezicht dat half verborgen in het witte laken-doodskleed ligt.

Zoveel werken die aangrijpen, dan mag je toch van een uitzonderlijke keuze spreken...

Die befaamde Spencer Tunick, die overal ter wereld grote groepen naakte lichamen fotografeert, heeft hier voor het kasteel hetzelfde gedaan en het resultaat hangt uit. Maar ik kijk naar een gimmick: steeds weer en meer van hetzelfde. Een idee, meer niet. Net zoals Lili Dujourie en Sofie Calle. En bij Fabres spijkerman-aan-tafel (en ook de tafel is volledig bedekt met spijkers en punaises) blijf ik siberisch koud. En waar is het spek dat rond de benen van man en tafel moet hangen (zoals ik later zie in de catalogus)? Dit is maar half werk, dus, onverzorgd, Fabre zal zelf de handen uit de mouwen moeten steken, ai ai. En Bill Viola, hoewel een van onze favorieten, overtuigt nauwelijks met een video over een slapende vrouw en haar wegschietende dromen. En die Robert Devriendt, die zo fantastisch kan schilderen, waarom moet dat nu net op een formaat niet groter dan een hand? Alsof hij een domper zet, bewust, op iets dat geweldig veel indruk zou kunnen maken. Toch niet omdat hij te weinig verf en doek heeft...


Al schrijvende in dit dagboek en met de ontbijtlectuur van mijn verse gazet achter de rug, denk ik: ik zit hier een tentoonstelling te herkauwen, terwijl buiten jongeren en ouderen over de hele wereld de straat opgaan, banken maar blijven risico’s nemen en om hulp roepen, mensen aan kanker sterven, het vandaag werelddag tegen extreme armoede is, Dirk Barrez een nieuw boek klaar heeft dat de utopie van een rechtvaardige en goede wereld levend moet houden, de macht doorslaggevend blijft voor al wie aan politiek doet... Steekt zo’n tentoonstelling niet bitter af tegen de vlagen en slagen van de wereld?

Maar nee, denk ik dan, net deze schoonheid zal, wie weet, eeuwen overleven. Misschien dat binnen honderd jaar andere kinderen van ons dezelfde werken zullen bekijken en verwonderd naar huis rijden. Schoonheid als vorm van rechtvaardigheid: tegenover de wereld (dat ze mooi kan zijn, en niet louter lelijk), tegenover de kleine mens (dat een onbekende daartoe in staat is, en niet de macht), tegenover het leven (dat uit meer bestaat dan vechten voor brood en bezit).

En in de late zondagnamiddagzon van oktober lopen nu veel kasteelheren en –vrouwen door het park en langs de kasteelvijver. Dat was honderd jaar geleden wel even anders...

 

 

De commentaren zijn gesloten.