19-10-11

Mijn wonderen: kerkje...

IMG_0117-2.JPG

 

 Mijn wonderen: kerkje...

 

Kerkjes zijn geen kerken. Kerken zijn ambitieus, en dat zal de bezoeker merken. Groot, hoog, breed, duur, de beste heiligen en het rijkste orgel, het schitterendste licht. Sint Pieters in Rome is dan weer zo ambitieus dat ze nederig lijkt: ze verstopt haar immensiteit achter een perfecte verhouding van volumes, waardoor alles weer kleiner wordt. Tot je er voor staat en een dreun om je kop krijgt van de grootte. Dat is alleen voorbehouden aan Gods plaatsvervanger op aarde: ambitieus nederig zijn.

Kerken zijn voor mij buitenkant. Die kan wel mooi zijn, of knap gemaakt, maar het is toch teveel kijkdoos voor wie het met minder buitenkant moet doen. Gewaden, kaarsen, wierook, koren, kerkgelui. Geef mij maar concerten, die zijn tenminste eerlijk in hun bedoeling. Hoef ik niet de uitverkoren prins te zien die droomhuwelijkt, hoef ik niet de prins-bisschop te zien die door zijn brokaat over de plavuizen wordt gedragen, de allelujahs van de macht.

Nee, kerkjes zijn geen kerken. Ze zijn om te beginnen veel te klein om te verpletteren, lijken wel huizen voor iets als een verdwaald hoofd, of een hart dat al een tijd dichtgeknepen door de dagen moet, of een of ander roemloos lichaam dat zich toch komt laven aan wat rust en namiddaglicht. Je moet aan mensen niet onmiddellijk de grote beweging geven, weten kerkjes. Het mag ook klein zijn: opkijken, stil worden in de ademhaling, even gaan zitten en voelen hoe koel en glad hout kan zijn, en dat het geen onderscheid maakt tussen mensen.

Misschien zijn kerkjes beter in het luisteren naar mensen dan hun grote broeders. Misschien is het zwijgen van zo’n kerkje wel het diepste luisteren. Luisteren gebeurt tussen twee die bij elkaar zijn. Of het een mens of een landschap is, een gebouw of wat muziek, als de een maar naar de ander luistert, welt iets op dat zin meebrengt, dat van binnen schoonwrijft, dat lijkt op vergeven. Zo’n kerkje heeft er al duizenden gezien en gehoord, en zijn begrijpen is er alleen maar dieper door geworden.

In sommige van die kerkjes liggen intentieboeken. Dan lees je iets van de kreet die door mensen gaat en hier door de stilte gehoord wordt. Het gaat niet om oplossingen, dat weet degene die roept ook. Zij hoopt het wel, maar hopen is iets anders dan zeker weten. Het gaat erom niet alleen te staan, het gaat om de nabijheid in het verdriet, in de onmacht, in de vreugde. Dat dit bestaan gedeeld wordt.

En dat doen kerkjes. Zoals allicht ook cafés dat doen, en concertzalen. Plaatsen om het grote leven te laten stromen, tot het alles doordrenkt.

Zijn kerkjes dan geen plekken van geloof, van een dienst van eer aan een godheid? Dat zijn ze, maar ook die godheid is in de eerste plaats stil luisteren, is belofte die ook de kleinste mens kan horen, tot ze hem hier brengt, voorzichtig of in grote verwarring.

Laat ze maar staan, die kleine kerkjes. Ze brengen mensen samen, ze omarmen de grote gebeurtenissen des levens, ze bieden esthetiek voor kleine, niet verwende zielen (mijn vader koesterde zich elke zondag in het gregoriaans, tot men daar mee ophield). Je hoeft niets te bewijzen, je mag gewoon gaan zitten, dit is gemeenschappelijk bezit, dit is groot welwillend wachten.

Het mooist is als die kerkjes ook mooi zijn. Romaanse parels, die een stille glans afgeven. De kapel van de trappistenabdij van West-Vleteren, waar de bakstenen vloer en muren in de vooravond woestijn worden, diepe zandkleur voor al die halve en hele eremieten. Zo’n pretentieloos parochiekerkje, dat wat afbladdert in de verf, maar met de jaren zachter is geworden in licht en rust, met misschien ook zo’n afbladderende maar uiterst zachte mens als herder, mee verdiept met zijn kerkje. Het kan. Het zou moeten kunnen.

 

IMG_0118-1.JPG

 

 IMG_0119-1.JPG

 Kerkje in Basse Normandie, Omonville la petite (wat een heerlijke naam...), waar Jacques Prevert het laatste stukje van zijn leven woonde en waar hij begraven ligt.

IMG_0111.JPG

Commentaren

En dan heb je nog: de kapel.
En dan bedoel ik niet 'waar men gaat langs Vlaamse wegen ...'.

Gepost door: Uvi | 19-10-11

Nu je mij er over doet denken, Uvi: kapel is voor mij te klein, te privé ook, tezeer klooster of kasteel. Kerkje is opener, voor iedereen, enfin dat was toch zo voor de handel in kerkschatten begon...
En er zijn ook kapellen waar twee kerkjes in kunnen. Ik veronderstel dat Ratzinger niet tevreden is met zomaar een kapelletje naast zijn slaapkamer. Hij moet minstens kunnen schrijden...

Gepost door: Guido Vanhercke | 19-10-11

Dag Guido,

tja, begrijp je,
hoewel niets mis met het adjectief, zoals in kleine dagen
en zoals Dirk De Wachter spreekt over 'de kleine goedheid'.

The sky is the limit.
Wij weten ondertussen dat de hemel op onze kop kan vallen.

mvg

Gepost door: Uvi | 19-10-11

De commentaren zijn gesloten.