14-11-11

Soms vraag ik mij af of ik niet vloeibaar ben...

IMG_3765.JPG


Soms vraag ik mij af of ik niet vloeibaar ben...

 

Soms vraag ik mij af of ik niet vloeibaar ben.

Vreemde vraag voor iemand die stil kan zitten

op een stoel. Niet vreemd als ik denk aan

alle adem die in mij aanspoelt, oude kustlijn.


Zo is het: ik neem een boek uit het rek

en woorden drijven voor mij uit.

Ik wil ze herhalen, met de stem in mijn hoofd,

maar ik raak slechts hun schaduw, nauwelijks.

 

Zo is het: deze tafel beweegt niet, maar

zoveel dat komen moet, zal hij dragen.

En dit raam dat wacht op alles

wat tijd wordt. Niet te tellen.

 

En dit zijn dan nog stille zwijgzame

dingen. Ze hebben ooit aanvaard

dat ze gemaakt zijn om te wachten.

Om overspoeld te worden.

 

Maar ik, die een hoofd zonder grenzen

heb, en mezelf zo onvoorzichtig openzet,

welk dun schutsel houdt mij tegen?

Waarom toch wil ik mezelf tegenhouden?

 

Niet te lang door het raam kijken, zeg ik

tegen mezelf, niet met een volle kop van wind

en mensengezichten thuiskomen. Mij hard

wassen dat mijn huid weer dik wordt.

 

Ach, maar dan begin ik weer te denken dat ik

kan opruimen als een ding, bij elkaar

kan zetten succes en vernieling, kan meten

de eindeloosheid, ik die zo klein ben.

 

En ga ik dicht als dingen in de nacht,

terwijl ik nooit heb leren wachten als zij,

er sijpelt onrust door al mijn voegen,

hoeveel lichamen verlies ik als ik slaap.

 

Ach, hoe zou het anders kunnen. Mijn vader

verbouwde luchten en bedwong einders,

het graan schoot op tussen zijn handen, maar

alle woorden riepen zich verloren in zijn mond.

 

En mijn moeder: ze bette haar ogen met

de dagresten die in haar achterbleven, en als

ze opstond om weer aan het werk te gaan,

wist ze niet wie opstond, dat lichaam van haar,

 

of een verlangen dat nooit opgaf, en haar

meenam, tot ver buiten haarzelf.

Ze was moeder buiten en binnen haar lichaam

en had ook twee gezichten, één open, één toe.

 

Als kind grijpen je vingers, maar bij haar

grepen ze in een droom. Zo heb ik

leren schommelen tussen in en uit,

tussen vloeibaar en vast, tussen

 

weten en vergeten. En dat je ook kunt

willen wat je hebt en achterlaten

wat je niet, of nog niet hebt.

Dat laatste is meer. Of minder.



(foto: wachtende kinderwagen op markt van Nijvel, zaterdag 12 november. We waren op weg naar de academie van Halle, naar de opening van een overzichtsexpositie van Jan Decreton, fotograaf, oude vriend. In Nijvel scheen de zon overvloedig. Weldadige overvloed, waardoor het stadje leek te drijven op een bed van licht. Vooral de kerk van St Gertrudis was een hoog schip. We aten volaille in een resto achter de romaanse kerk, en ook dat was lekker)


IMG_3762.JPG

Commentaren

de avond hangt moe
in mijn trage vingers en kunnen slechts stamelen: mooi, jawel, mooi ...
en nu naar m'n vloeibare dromen.

Gepost door: Uvi | 14-11-11

Zei de man die zelf zo vloeibaar is, en daar elke dag weer woorden voor zoekt...
Wat vastigheid.
Maar ook wat schittering.

Gepost door: Guido | 15-11-11

De commentaren zijn gesloten.