30-11-11

Oefeningen in ver kijken (de foto's van Jan Decreton)

IMG_0074.JPG

 


Jan Decretons landschaps- & zeefoto’s zijn even zovele oefeningen in ver kijken. Ver kijken betekent niet voor iedereen hetzelfde. Er zijn er die dat schoon vinden, en als daar bijvoorbeeld wat rood van een ondergaande zon bij is, nog schoner. Of indrukwekkend, als je eerst je adem en je borstkas hebt getergd door een helling of twee te beklimmen, en dan ver kunt kijken als een soort beloning. Een mens kan nu eenmaal niet vliegen. En vanuit de hoogte (hoe relatief ook) lijkt alles veel verder en groter.

Dan zijn er de stappers. Die zien graag verten, omdat ze zo spontaan goesting krijgen om op weg te gaan. Verten zijn er om hun grenzen af te tasten: lichamelijke grenzen in de eerste plaats, geestelijke grenzen soms ook, en ten slotte ook wel uit grote genegenheid voor een landschap. Geef mij Engeland, en ik begin ook te stappen. Een verliefde wil ook voortdurend naar zijn geliefde trekken, en op een landschap kan je verliefd worden.

De derde categorie verre-kijkers is van een andere orde. En vanaf nu heb ik het over Jan Decreton (en ook over mezelf, en over al wie zich in dit andere kijken herkent). Voor sommigen is ver kijken iets dat buiten de woorden valt. Iets dat bijna raakt aan mystiek. Al geeft dit woord mij schroom, wegens al zoveel misbruikt  (net zoals wellness zen is, en driesterreneten/duiken/een concert van Bjork een waar mystiek moment kan zijn, althans volgens de copywriters en de boekskens). Dat neem ik aan (ik ben een leek als het op verzamelen van ervaringen aankomt, ik begin nog maar), maar het is dus niet die mystiek die ik bedoel.

Zo ver kijken als Jan Decreton doet, is een onderzoek naar eindeloosheid. Hoe dicht is zichtbaarheid? Wat ligt er achter die zichtbaarheid? Hoeveel daarvan kan ik nu al bespeuren, in wat ik zie? Hoe kijk je dan?

Is onzichtbaarheid voorbije tijd? Dan kijkt Jan naar de IJslandvisschers die zijn voorouders waren, en ziet alleen maar leegte. Maar zonder die visschers was hij er niet, noch zijn kinderen. Hoe gaat dat dan, dat doorgeven, dat onttrekken van zichtbaarheid aan de onzichtbaarheid? Of dat bewaren van de onzichtbaarheid door de zichtbaarheid?

Of is onzichtbaarheid enkel een nog grotere ruimte? Zoals het heelal slechts grotere ruimte is, ondefinieerbaar, onmeetbaar? Dan is zo’n horizonlijn, zoals Jan die graag vastlegt in zijn foto’s, meer dan zomaar een lijn in de verte. Net door een streep te zien, beseffen wij dat er meer is dan wat we zien, dat onze ogen niet alles kunnen vatten, dat er een grens is voor al wat leeft. Zo’n streep aan de rand van de eindeloosheid doet mij altijd iets. Dan betrap ik er mijzelf op dat ik kijk als een kind: dat wil zeggen met ogen die helemaal open staan, en veel te weinig begrijpen. Onderschat die ervaring niet: begrijpen gebeurt later ook al zo weinig, als het kind groter en ouder is, maar wat niet begrepen kon, is wel binnen gekomen. Heeft zich wel in dat kleine, en later grotere, lichaam genesteld. Is het daarom dat mensen die hunker hebben naar verten? Die zeeën, die maar het begin lijken van iets veel groters? Die luchten, die nooit leeg lopen en toch altijd doorzichtig blijven?

Voor een fotograaf, die per definitie de werkelijkheid vast moet leggen, is zo’n hang naar onzichtbaarheid misschien wel wat vreemd. Maar zo vreemd is dat toch niet. Jans foto’s doen met de verten wat portretten doen met het dichtbije, aanraakbare: tonen dat iemand er is, en toch weer niet. Dat je iemand mag bekijken, maar dat je haar of hem daarom nog niet kent. Niet haar geschiedenis, niet de stormen in zijn ogen. Niet het mens- en wereldbeeld dat in die licht spottende glimlach zit, niet de wilskracht in de gezichtsgroeven. Ook een gezicht is een horizon...

Hoe is bestaan, als de helft ervan ons altijd onbekend zal blijven. Daarom heeft Jan een voorkeur voor wat veel en veel ouder is dan een mens van een armvol jaren: water, stenen, zand, licht, wind, stilte... Elke foto is een poging om met die oeroude elementen een gesprek aan te knopen. In de hoop iets te vernemen van dat ongrijpbare. Als er iets ervaring heeft met dat waarvoor mensen te klein zijn, dan zijn zij het wel: het geduld van een rots, de herhaling van water, het voortdurende geboren worden van licht...

Daarom maakt hij ook foto’s. Door uit te knippen, vrijwillig te beperken, maakt hij het hele grote iets hanteerbaarder. Iets toegankelijker misschien. Iets makkelijker om er over te reflecteren, zoals elk kijken een vorm van reflectie is, zelfs al weten wij het vaak niet (in die zin zijn we dat kind gebleven). Woorden worden beperkt door het woordenboek, maar zijn uit hun aard veel en veel groter. Ze beginnen ver voor ons, ontstaan in ons op een manier die geen enkele wetenschapper tot nu toe kan uitleggen, en gaan niet mee dood met ons. Idem voor hun betekenis: ik kan hier spreken over eindeloosheid, maar ik kan onmogelijk vatten hoe breed en hoog en diep dat is. Zo’n betekenis begint al ver voor ons, en loopt ver na ons door. En toch denk ik dat, elke keer als wij het gebruiken, we heel dicht in de buurt komen...

Dat dichtbij komen is voor een foto zoals een schaduw is voor mens en ding: de nabijheid die het meest gelijkt op de grotere aanwezigheid. Zo’n portret: dichterbij kunnen we niet komen, maar die vorm hebben we toch al, en we kunnen blijven kijken, en we kunnen blijven vragen en nadenken. Jan Decretons verten: zijn voorouders zijn er niet meer, maar hun zeewater wel, en al de wegen die ze voeren, liggen daar ook nog ergens. Zij hebben letterlijk gevaren in de verten, soms wekenlang drongen ze door in de elementen, op een manier  waar ze aan wal allicht niet veel over spraken, konden spreken. Het Noorden, dat was hun plek. En het Noorden ligt aan de rand. Daar waar iets ophoudt, en iets anders begint...


(Ik heb niet direct een foto van Jan Decreton bij de hand -enkel een kleine download hieronder-, vandaar boven een van mijn eigen foto's: een van de meest herkenbare silhouetten van Frankrijk, bij morgenlicht)

decreton zee.jpg


Commentaren

Goedenmorgen Guido,


Ver-moeden,
ver-geten,
ver-leden, ... verte.

Weemoedig.
Ook daarin ligt verte.
Herinneren zoals een koe herkauwt.

Uw prachtige foto zou een Koekkoek kunnen zijn.
Geschreven zonder de autoriteit van een ornitholoog te hebben.
Of de pretentie van een museale kenner.

Maar ik zie een vleugje 19de eeuw. En geen anachronisme te bespeuren.



http://nl.wikipedia.org/wiki/Barend_Cornelis_Koekkoek

Gepost door: Uvi | 01-12-11

De commentaren zijn gesloten.