02-12-11

Tijd tegenhouden (dagboek)

IMG_4100.jpg

 

 

Woen 2311

Tabea Zimmermann, altviool, en Kirill Gerstein, een jonge Russische pianist, in de Gentse Handelsbeurs. Zo’n altviool heeft een ongrijpbare klank. Niet de buik van een cello, niet de keel van een viool, maar zo ergens tussenin, mannelijk én vrouwelijk, breedte én hoogte.

De avond eindigde met Sonate voor altviool en piano, opus147, van de donkere Rus Sjostakovitj. Dat was hevige emotie. Die twee instrumenten die met elkaar spraken, maar dan met al die stiltes tussen hen, al die aarzelingen. Zinnen die begonnen en niet eindigden. Omdat het belangrijkste niet uitgesproken kon of niet mocht worden?

Zelf kwamen ze, nadien, maar na ettelijke seconden uit hun concentratie. Ook voor hen was het intens geweest, dat zag je. Je applaudisseerde, maar hoopte ondertussen dat er geen bis zou komen. Die kwam er ook niet.

 

Zater 2611

Dat opschrijven van mezelf is een tegengif tegen het verraderlijke wegvluchten van de dagen. Je denkt ’s morgens dat ze van jou is, de dag, maar ze trekt zich van jou zo weinig aan. Ze doet haar ding, en soms komt daar iets van in het nieuws. Maar of en waar de dag van jou is...

En zo schuiven jaren voorbij, en zelfs een heel leven. En mensen kijken verbaasd achterom waar al die dagen naartoe zijn. Zijn wij dan toch maar stomme bakstenen in een gebouw? Het wordt door ons overeind gehouden, die eer mogen we opeisen. Maar een naam en een gezicht hebben we nauwelijks, tenzij iemand heel dichtbij komt, en zijn vinger langs onze huid laat gaan, of ziet hoe speciaal de kleur is die we dragen, en hoe recht of krom we gebakken zijn.

Vandaar dat opschrijven. Dat is luidop denken, zelfs een beetje luidop muziek maken. Een kleine nieuwe bries tussen de grote wind die nooit overgaat. Misschien hoort iemand, die wil stilstaan, er wel een flard van.

Maar het zijn vooral markeringen voor mezelf. Stukjes van mezelf die ik bijeenvoeg, een vormpje geef, zodat ik ze kan sparen. Vreemd dat zoiets groots als de dolle tijd door zoiets kleins als een paar woorden kan worden tegengehouden. Enfin, toch even. Maar genoeg om mezelf  niet te voelen verpulveren in mijn eigen hoofd en handen. Genoeg om nog te weten waar ik begin en ophoud. Genoeg om te kunnen fluisteren: ik...

 

Kleinzoon Elias groeit en bloeit. En elke zaterdag zien we voor het schermpje iets van weer een week meer mens worden. Dat is zo vol wonder dat de afstand ons geen parten speelt, geen verlangen of frustratie achterlaat. Telkens zien we weer dat magere mannetje van iets meer dan een kilo, met zijn huidje zonder vet op zijn ribbenkast, en dan is de aanblik van hoe hij nu kijkt, lacht, graait, eet, gaapt, rondkijkt, onrustig of rustig, wonder genoeg om ons volledig te vullen. Ook daar zijn we sterker dan de tijd: zo’n kleine mens is sterker dan al dat onbepaalde, vormloze, eeuwige voorbijvloeien...

Commentaren

Nix gelezen nog Guido

alleen een oefening in ver der kijken
alleen die kinderoogjes
en dat mondje
wàt gezicht

tot later..

Gepost door: Cor Beau | 02-12-11

"Maar genoeg om mezelf niet te voelen verpulveren in mijn eigen hoofd en handen. Genoeg om nog te weten waar ik begin en ophoud. Genoeg om te kunnen fluisteren: ik...

ik ben al jaharen tussen de vijfenvijftig, zestig kilo Guido.
Het schijnt dat juist die mensen
de taaiste wezens zijn.
Het grootst uithoudingsvermogen.
Een 'gegeven'; niets om een veer ergens te steken.

Dit machtig mooi jongetje;
oogjes, voorhoofd en mondje

neusje tussenin

die uit drukking van stilteaanschouwing

men zou mogen willen zo te zijn

Gepost door: Cor Beau | 02-12-11

thx taaie Cor
mijn vader woog ook (maar) zoveel
was ook een taaie
werd 96
versloeg nog heel de wereld in z'n kop

Gepost door: Guido | 02-12-11

De commentaren zijn gesloten.