12-12-11

Mijn wonderen: bomen...

 

IMG_3498-1.JPG


Mijn wonderen: bomen...

 

 De eerste keer dat ik rondreed in Kent, moest ik de hele tijd aan een park denken. Al die bomen, die daar blijkbaar al langer dan de mensen stonden. En als ze omvielen, mochten ze blijven liggen voor nog een generatie of twee. En als ze in de weg stonden, ging de weg beleefd opzij of errond, dat vond ik heel intelligent. 

Nu heeft Engeland geen tekort aan parken, verre van, maar een heel landschap als park, daar keek ik van op. Soms liepen er vernuftig kronkelende beken door, die landschapskunstenaar Andy Goldsworthy niet beter had kunnen verzinnen. En hier en daar was een dorp wat uit de grond recht gekropen. Niet veel, net voldoende om verschil te maken en kleine deuren te kunnen installeren, en kleine ramen met zo’n luchtbel in. 

In een van die echte parken stond ik plots voor een eik. Het begon naar de avond te gaan, misschien daarom, maar dit wezen maakte indruk. Alsof de wereld plots rechtop was gezet, en ik het park nu ook in de hoogte zag. Er is iets aan een oude boom dat mensen herkennen. Is het zijn leeftijd? Want ook mensen kunnen oud worden. Is het trouw? Want ook mensen kunnen grond van een bepaalde plek in zich dragen, in hun taal en gezicht en handen, misschien in de manier van lopen of gaan zitten. Is het dat brede ademen dat je in die blaadjes ziet? Want ook mensen moeten het van die brede borst hebben, die in hen open en dicht gaat en er eerder was dan zij. Is het dat verre kijken? Want ook mensen hebben iets met wat achter het nabije ligt, met uitzicht en uitkijken en wachten. Is het dat armgebaar waarmee takken ruimte innemen? Want ook mensen slaan hun armen open als ze willen omhelzen en dichterbij komen. Zijn het de schaduwen die zich zo makkelijk kunnen verbergen? Want ook mensen dragen horden bekende en onbekende schaduwen mee. 

In elk geval, ik bleef staan en kijken, en besefte het niet. Dat gaat zo als je plots gefascineerd raakt. Dan maakt de wereld een kwartdraai en jij buigt mee. Ik kan begrijpen dat bomen indruk maken. Zij zijn van de oudste levende wezens op aarde, en ook van de grootste. “Broer boom,” zei Pallieter, expert in het aanvoelen van de ziel van de dingen. Lees het boek maar na, zijn genieten verveelt na al die jaren nog altijd niet. En hij omhelsde zijn boom en kocht hem vrij uit de handen van de koopman die er andere plannen mee had. 

Broer boom: misschien moest de boom wel grinniken bij zoveel sentiment van een menswezen dat op zijn best 80 jaar oud wordt en niet hoger komt dan een alledaagse struik. Wat weet dat menswezen van leven dat meer dan duizend jaar kan meegaan, van een geheugen dat alles nauwkeurig in jaarringen bijhoudt, van de geheimen van de grond, van het grote stromen van water in de takken, van het veroveren van kubieke meters lucht? Van kleuren en vruchten, en nesten en vogels, van wind en stormen, van kou en warmte en de grote grote beweging van seizoenen? 

Maar het mooiste vind ik dat ze aarde en lucht aan elkaar knopen. Letterlijk. Al wat vertikaal leeft, heeft weet van de diepte. Dat zou ook voor ons mensen kunnen gelden, als we wat meer wilden stilstaan, niet zo druk heen en weer liepen. Maar bomen hebben die ascese bereikt die zich tevreden stelt met de wereld rondom de voeten, en daar een nest maakt voor een hemel. 

Toen ik klein was, heb ik wilgen gekend, taaie magere oude vrouwtjes waren dat die nooit opgaven. En kastanjes, met hun statig staan. En atletische, afgetrainde populieren. En rare donders van fruitbomen. En elzen, die niet opvielen. En zachtaderige vlieren, waar we blaaspijpjes van maakten. En olmen, die je van ver moest zien, die hadden iets met de horizon. En timide berken. 

En later heb ik linden gezien die ouder waren dan de dorpen waar ze midden in stonden. En beuken die van steen leken. En platanen, aangekleed als voor een uitstap. Elke boom is mooi, hoe krom hij ook is, hoe onzeker of scheefgewaaid. Maar van de mooiste zijn de eucalyptussen, die vreemde kunstenaarsfamilie, met stammen als dreadlocks en eeuwig jonge stralende teinten en de meest eigenzinnige vormen. 

Ach, de intelligentie van bomen. Mensen plaatsen nu overal zonnepanelen. Maar wat is een boom anders dan duizend kleine buigzame zonnepanelen, tel maar even op. Ingenieurs moeten jaren studeren om koepels en overhangende daken te kunnen bouwen. Dat doen die zogenaamd ongeletterde bomen al eeuwen. Geen blad dat zich niet 100% vol laat lopen met licht, tot aan de dunste randen die geen randen meer zijn, van efficiëntie gesproken. 

Een boom is sierlijke danser, sterk en fraai zijn zijn bewegingen. Een boom is geoefende zanger, met die hese stem van oude volkszangers. Een boom is een bed voor lucht, dak en raam tegelijk, deur die zachtjes opengaat en vogels vrijlaat. Een boom is van twee werelden, zichtbaar en onzichtbaar, en daardoor tijdloos. Een boom kan groot zijn, tegen de verten, maar met hetzelfde gemak klein, als hij even knikt, of even een tak buigt, of zijn schouders ophaalt.

Een boom is zijn eigen sterkte. Wat hij aan energie en groei heeft geproduceerd in één jaar, houdt hij netjes bij. Hij maakt zijn eigen ruggengraat. Kunnen uitrusten in jezelf: als dat niet hoge kunst is...

Commentaren

Guido,

Toen ik op zolder woonde, was ik dichter bij de bomen
en de wolken.

De boom is geen zanger, maar een koor.
Vooral in de zomer als zijn stembanden in blad staan.

Mag ik je als opa iets aanraden. Het moet jou raken, of ik 'ken' je niet.
Ik ken je natuurlijk niet. Maar je houdt van bomen. En van Elias.
Dan 'moet' je nu luisteren naar:

'De Gulle Boom' van Shel Silverstein.
Het duurt amper zeven minuten. Een gans boek.
Het verhaal van een jongen en de boom.

Klik hierna de link aan en schuif gerust door naar minuut 31.



http://internetradio.vrt.be/radiospeler/v2_prod/wmp.html?qsbrand=11&qsODfile=/media/audio/r1frdl311010

En als je het boekje nog vindt, geef het dan aan je kleinzoon.
Hij zal je ooit dankbaar zijn.

Gepost door: Uvi | 12-12-11

Dag chlorofyle mannen

en wat laat u genieten.

De dichtheid van leven in jaarringen en allegorie vervat.
Is het te vroeg
om namens de kleine Elias alvast een 'dank' te zeggen?

In het voorlezende verhaal mis ik
een jongste loot, uitspruitend en het diepe bergend wortelen (weer minder).
Ik had zo graag gehoopt, denk ik, op doorgaand leven

wie weet; het bleef een 'open einde'.

Gepost door: Cor Beau | 12-12-11

Deze morgen een commentaar geschreven die blijkbaar niet doorgekomen is.
Ook maar via een omweg kom ik op mijn eigen blog terecht, ik werd voortdurend doorverwezen naar de homepage van skynetblogs... Damit.

Meldde deze morgen dus al dat ik het verhaal echt eentje voor opa en kleinzoon vond.
Met de diepgang die daar ook in het leven al in zit.
Hoop dat ik het idd later aan hem eens kan voorlezen...

Was ook verblijd door de poëtische blik van Uvi (de boom als een koor, stem in blad): jij wil jezelf geen dichter noemen, Uvi, daar zit respect in en ook beetje afkeer voor etiketjes die willen plakken.
Maar ik kan je wel iemand met een grote poëtische blik noemen. Als een poëtische blik op de werkelijkheid valt, dan lichten de dingen op zoals in vers zonlicht...

bedankt dus

Gepost door: Guido | 13-12-11

De commentaren zijn gesloten.