16-12-11

Een gesprek (Toon Tellegen)

IMG_3125.JPG


Een gesprek

 

"Waar zullen wij afscheid nemen?
"In de regen"
"Zullen wij schuilen?"
"Nee!"
"Hoe zullen wij ons voelen?"
"Ziek, vals en verlegen."
"Wat zullen wij zeggen?"
"Wij zullen het niet weten."
"Wat zullen wij denken? "
"Was het maar gisteren, morgen of nooit."
"Zal een van ons gelijk hebben?"
"Geen van ons zal gelijk hebben."
"Zullen wij elk een andere kant op gaan?"
"Wij zullen elk een andere kant op gaan.
""Zullen wij omkijken?"
"Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken"

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

 

Toon Tellegen
Uit: Mijn winter
Querido Amsterdam 1987

 

(Een van die gedichten die leerlingen biezonder aanspraken. Dat zijn dan diezelfde mensen van wie men zegt dat ze geen poëzie meer lezen... Ik denk dat het eerder een leerkrachtenprobleem is, dus ook een docentenprobleem. Het is zoals met koken: wie de kans krijgt om uitzonderlijke gerechten te proeven, zal leren eten, zal zijn smaak ontwikkelen. Altijd weer een hamburger, daar word je alleen maar dik van.

Ik liet ze kiezen uit een zelfgemaakte bloemlezing van honderden gedichten. Er eentje uit kiezen, van buiten leren, en dan in de klas op papier perfect opschrijven, zonder een komma te vergeten. En dan, aansluitend, proberen onder woorden te brengen waarom je dat gedicht had gekozen. Wat soms hele treffende besprekingen opleverde.

(Ik gebruikte die bloemlezing ook om veel gedichten gewoon zelf voor te lezen. Ook dat is klank. Zoals ik hele boeken voorlas (niet overdrijven, Guido, alleen maar verhalen of novellen, zoals Het behouden huis, van Hermans; of De uitvreter, van Nescio; of De roos en het zwijn, van Anne Provoost; of verhalen van Buysse, altijd indrukwekkend, lees maar even het kortverhaal Verkiezing, of het wat langere De biezenstekker; ook de hele Reynaert de vos las ik voor. Dat voorlezen werd natuurlijk onderbroken door toelichting, dat spreekt, er moet ook iets geleerd worden. Maar vaak gebeurde het dat leerlingen hun tekst opzij schoven, en gewoon gingen zitten luisteren, nog net niet met het kopke scheef.)

Geheugenwerk is niet meer van deze tijd, zegt men. Nochtans voelen ze dan spontaan aan wat ritme is, en klank, en waarom het ene vers beter is dan het anderen, en wat de rol is van stilte tussen twee regels, zelfs tussen woorden. Als het van mij afhing (grapje, dat idee alleen al), liet ik alle leerlingen Nederlands, van in de kleuterklas tot op de unief, elke week een gedicht uit het hoofd leren. En hun meesters met hen. Dàt zou pas het taalgevoel opkrikken. Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky pleitte daar ook voor. Ik ben er van overtuigd dat het ook de muziek ten goede zou komen. Muziekland Hongarije heeft (had?) een populaire poëziecultuur.

Enfin, niet geklaagd, het internet biedt veel mogelijkheden. Je kunt er de beroemdste dichters zelf horen voorlezen, veel bekende en onbekende verzen staan online, mooi omringd door foto of muziek, mensen kunnen hun eigen werk op tnet zetten, er is antwoord van lezers, enz. Ik hoorde dichter Mark Boog gisteren toevallig op de radio zeggen dat het nog zo slecht niet gaat met de poëzie. Wel wat de verkoop betreft, maar ja, dat is commercie, en daar staan we dus boven ;-) Negotium, foei, otium, jawel.

 

Commentaren

"Ik hoorde dichter Mark Boog gisteren toevallig op de radio zeggen dat het nog zo slecht niet gaat met de poëzie. Niet wat de verkoop betreft, maar ja, dat is commercie, en daar staan we dus boven ;-) "

Dag glimlach,

En dat ik deze ochtend weer Toon las, zou dat toeval zijn?
Neen, want ik lees zijn dikke kanjer 'Misschien wisten zij alles' al voor de hoeveelste keer?
Het is mijn missaal, mijn brevier ... mijn ochtengebed.

Maar Guido, staat u me toe, moet uw zin niet worden:
'Wel wat de verkoop betreft ...' na die eerste 'nog zo slecht niet'?

Mooie dag nog met Toon.

Gepost door: Uvi | 16-12-11

Jawel jazeker. Ik corrigeer het.
We blijven moedertje taal met warmte bejegenen.

G

Gepost door: Guido | 16-12-11

taedium vitae

Dag Guido.

Moedertje taal op een kookplaatje..

Ik herinner mij (scheeps- en dagelijks toegewijde kok) bladzijde twaalf.
Een magistraal.

"Ik kook graag voor anderen: een vorm van communiceren,
een manier om eigen smaken en inzichten door te geven, om de intimiteit
van het eigen eetplezier, dus van mijn lichaam zelf, te leggen op de tong van een ander.
Wie kookt, en dus een stuk van zichzelf te eten geeft, krijgt macht over de anderen.
Hun genot maakt hen schatplichtig aan de smaken en denkwijzen van de kok.
Elk gerecht is een geheime ideologie.
Weinig vrouwen beseffen hun autoriteit.
('de liefde gaat door de maag')"

Wat blijft
ontzettend veel te zeggen.
Waar blijft ons verhaal?
En waar onze gestalte

Wederom Guido

Gepost door: Cor Beau | 18-12-11

Wat je zegt over koken, geldt vaak ook voor woorden...

Maar je bericht gaat zoveel kanten uit, Cor: zowel taedium vitae, als koken, als die dwingende vragen op het eind, en dat woord "wederom"... Is de gestalte Cor beetje verloren aan het lopen?

(gevraagd met veel genegenheid, via diezelfde woorden)

Gepost door: Guido | 19-12-11

by mail beste Guido.

au remail,

Gepost door: Cor Beau | 20-12-11

De commentaren zijn gesloten.