27-12-11

Mijn wonderen: familie...

IMG_4566.JPG

 

Mijn wonderen: familie...

 

Kurt Tucholsky, de Duitse satiricus die het nazisme niet overleefde, begint een van zijn scherpe stukjes aldus: “Toen God op de zesde scheppingsdag alles bekeek wat hij had gemaakt, zag hij dat het goed was. De familie was er dan nog niet. Dit premature optimisme heeft zich gewroken. Het verlangen van de mensheid naar het paradijs kan voornamelijk worden opgevat als de vurige wens, tenminste één keer vredig zonder familie te kunnen leven”.

Is familie dan zo erg? Tucholsky grijnst om de bemoeizucht, het kastedenken, de lauwheid, de roddel de tedichtbijheid van familie. Alsof het een soort was: familia domestica communis, de gewone huisfamilie. Alsof het ge(k)leedpotigen zijn, of zoogdieren van een woekerende zoort, met kenmerken die je kunt oplijsten: de stugge nonkel, de zwanzende tante, de zorgenbroer, de mooie zus, de slimme neef, het treurende nichtje, de schattige kleine. En van al dit verschil moet er soep worden gekookt op familiebijeenkonsten, gekruid met wat hartelijkheid, twee duimen spot, wat verse roddel en heel veel van het aloude bekende.

En toch hangen broers en zussen aan elkaar, en missen enige kinderen die merkwaardige bloedband. Familie heeft het aanvoelen dat ze rond het leven moet staan: bij overgangsmomenten als geboorte en dood, bij tijdsmarkeringen als feesten en verjaardagen. Familie is meestal ook de plaats waar je je eerste dode ziet, waar je afscheid leert nemen van geliefde oma; zelfs dat knorrepot opa er niet meer is, vraagt veel van een kind.

Hoe dan ook is familie een van onze grotere lichamen, en die leg je niet zomaar af. Integendeel, die koester je het liefst. Omdat het goed doet een zus te hebben waarmee je lang babbelen kunt, omdat het goed is in je broer genegenheid te hebben die niet zal veranderen.

Familie is ook geschiedenis. Die verhalen die samen tijd hebben gemaakt. En zo ongrijpbaar als tijd soms is, hier is ze tastbaar geworden, in verhalen, in foto’s, in het samen ouder worden. Gedeelde tijd bewaart veel makkelijker, raakt veel minder verloren, en dat is mooi meegenomen in een leven dat al zo vloeibaar en doorzichtig is.

In het beste geval is familie wél het paradijs geweest: die plek waar je voor het eerst je bewust werd dat leven je gegeven werd als aanraking; waar je die hand tot diep in jezelf voelde gaan; waar aanwezigheid alles was wat leven nodig had: zorg, oplossing, glimlach en lach, en de verwondering die gaat van mens tot mens, en samen naar de wereld. Dat is een ervaring die je nooit meer kan vergeten, wil vergeten.

Later is die helderheid, in al zijn eenvoud, niet meer vol te houden. Al die levensstromen drijven uiteen, vinden elkaar alleen nog als er weer eens grotere armen gevraagd worden: om een sterven, om ziekte, om geboorte, om een huwelijk. Als zelfs dat niet lukt, doet familie pijn. Een mens kan wel proberen haar te vergeten, maar een litteken blijft toch, soms groter dan men zelf beseft. Ergens een broer hebben, en die nooit meer zien...

Tussen ouders en kinderen wordt aanwezigheid en gemis nog scherper gevoeld, natuurlijk. De natuur laat hier nog minder keuze. Als hier een kind jarenlang niets meer van zich laat horen, dan groeit er zelfs geen litteken op de wonde. Als hier een ouder er niet is, of niet meer is, dan schrijnt dat een leven lang. Ouders en kinderen zou ik feitelijk niet bij dit stukje over familie mogen plaatsen, daar zou een ander woord voor gevonden moeten worden. Gezin misschien. Eerstaanwezigheid. Tover van aanwezigheid. Schepping. Geven en krijgen, maar zo groot dat er een leven voor nodig is om ze te beleven, te begrijpen. Het dichtste wat een mens bij het mysterie kan komen.

Commentaren

"In het beste geval is familie wél het paradijs geweest:"

Goedenmorgen Guido,

er zal wel wat mis met me zijn. Laat ons van deze hypothese vertrekken.

Ik groeide op in een 'gehucht'. Een klein dorp met een grote familie.
Langs moeders kant toch.
Alles binnen 'voet-afstand'. En 'thuis' was gespreid over meerdere huizen.

Het was er café, verkoop van kolen, meststoffen en alles wat een boer nodig had.
Altijd volk. Nooit alleen.
Een zegen voor een jongetje.

En toen hij twaalf was, werd het ventje weggeplukt uit dat nest
en op een Klein Seminarie gezet. Misschien liep het daar wel fout.
Ik werd een 'professionele afscheidnemer'.

De meest 'intieme' momenten 'kénde' ik met (gewezen) vrienden.
Mannen. Hoewel ik van vrouwen hou. Maar dan ànders.
Mijn zussen werden vreemden. Een broer had ik niet.

Familie. Het werd een herinnering.
Zoals ik ze zelf niet kon of kan heropbouwen in mijn eigen gezin.

Het dorp werd industrie en nonkels en tantes werden zerken.
Ook dood blijven ze dood.
Mijn zus met Alzheimers reeds lang gestorven vooraleer ze begraven werd.

Ik wens je nog mooie familiedagen, Guido.
Verzamel ze als zeldzame vlinders.

Gepost door: Uvi | 27-12-11

Als ik schrijf "in het beste geval", dan bedoel ik ook wel "in het niet vaak voorkomende geval"...

Dat klopt met jouw en mijn (jeugd)ervaring.

Nu proberen wij te genieten van alles wat neigt naar dit "beste geval". Soms lukt dat, soms minder.

Hartelijke groet, dear Uvi, ook een goed 2012 gewenst (het is een sympathiek ritueel, dit wensen, en misschien heeft het ook wel enige toverkracht, wie zal het zeggen ;-)

Gepost door: Guido | 27-12-11

Ik verwaag me wat te zeggen;

het gezin is wees geworden.

U maakt zoveel los Guido dat ik geen tijd meer heb,
anders dat wat praten. Maar u bent zeer waarschijnlijk
te behept voor een daadwerkelijk gesprek.
En toch gaat dat veel sneller.
In leren kennen.

Soms lijkt het of we haast krijgen
om dood te gaan.

Mag ik me welgemeend aansluiten bij de wensen?
Loverend.
Ritselblaadje.
Levend

Gepost door: Cor Beau | 27-12-11

thx, schone kraai in weer en wind

moge 2012 jullie op een zachte manier omarmen en verwarmen

Gepost door: Guido | 28-12-11

zo ontroerend. dit is het mooiste begin voor 2012...
lieven

Gepost door: lieven | 01-01-12

De commentaren zijn gesloten.