27-01-12

Niet meer vergeten (dagboek)

IMG_3892.JPG

Dins 17.01

Licht kan overstromen. Dat zag ik op een maandagnamiddag, rijdend door Oost-Zeeuws-Vlaanderen, waar de vlakte nog vlakte was, niet ingevuld met dorpen en lintbebouwing en aan grote firma’s verkochte rijkswegen. Licht kan overstromen, zoals water uit een rivier die het zwellen niet meer tegen kan houden. En alles loopt onder, de wereld verandert van uitzicht, en het zijn beelden die je niet meer vergeet.

*

De biografie van Cyriel Buysse ontstelt meer door de beschrijving van de armoede die er toen heerste, dan door het leven van Buysse zelf. Wat een grauwe ellende, zonder eten, zonder informatie en vorming, zonder beschaving. Het pleit voor Buysse dat hij zijn ogen niet gesloten heeft, gezien heeft wat hij heeft gezien. 

Maar hij blijkt zelf ook een soort zelfkanter geweest te zijn: niet te best op school, bloemetjesbuitenzetter, blijvende ruzie met de oude heer omdat hij de zaak niet wou/kon overnemen en de oude die letterenkeuze te min vond, slechte naam die hem de liefde van de dochter van Max Rooses kostte (want haar pa was dan weer onwrikbaar), vriendschap met die andere levensgenieter Maeterlinck, enz. Maar Buysse liep verloren tussen het platteland waar hij opgroeide (Nevele) en de stad (zijn schoolvrienden die carrière maakten en hem achterlieten) en vond een merkwaardig evenwicht in het huwelijk met een rijke Haagse freule met kinderen, een weduwe. Nu kon hij rijkdom en prestige verzoenen met de aantrekkingskracht van het platteland (een groot herenhuis in Afsnee, met tuin en water en molen), waar hij een groot deel van het jaar doorbracht. Het gaf hem rust, zonder dat hij zijn inspiratie kwijt raakte... 

Sommige van zijn personages blijven in mijn geheugen geëtst: Maria, het frêle meisje (“bloem op een mestvaalt”), dat verkracht wordt door Reus Balduk, stompzinnige kracht, en dan geen andere keus ziet dan met hem trouwen, zeker omdat ze ook zwanger is en hij het recht van de sterkste heeft. De biezenstekker Cloet, die terugkomt van de gevangenis en merkt dat zijn vrouw een kleine jongen lopen heeft in huis die niet van hem is, een mager sprietje van een kind, doodsbang voor het geweld dat dan losbarst, tegen zijn moeder, tegen hem. Het dorpse volk uit dat kleine maar indrukwekkende verhaal ‘Verkiezing’ (uit ‘In de natuur’), dat viert dat de katholieken hebben gewonnen, want die hebben meer bier en jenever geboden dan de liberalen (“en een hiel virken...”). Ze weten wel dat die verkiezingen een farce zijn, eerder een extra feest dan een politieke daad. Of weten ze het niet? In elk geval is het hele dorp na een tijd stomdronken, en wordt het varken bijna rauw verorberd, want iedereen wil een stuk, en wat gratis is, is voor iedereen, en dus voor de sterkste. De drie tantes uit de gelijknamige roman, drie ongetrouwde kwezels, die hun frustratie uitwerken via de tirannie van hun erfenis.

Had Buysse in het Engels geschreven, dan was hij een soort Steinbeck geworden, met dezelfde wereldfaam. Hij heeft nog aan het Frans gedacht, en ook pogingen in die zin ondernomen. Maar een taal is geen kostuum, een taal is een vel, en die stroop je niet af.

De commentaren zijn gesloten.