13-02-12

Mijn wonderen: lesgeven...


IMG_3787.JPG

 

Mijn wonderen: lesgeven...


Het wordt wel eens gezegd van prostitutie, maar het klopt niet. Lesgeven is het oudste beroep ter wereld. Iemand heeft een voorraadje kennis en brengt die in zijn volledigheid over op iemand anders. Dat is van alle tijden.

Verschillende elementen zijn vandaag nog net zo belangrijk als in de nevelen van de tijd: de overtuiging dat kennis belangrijk is voor ons, mensen, en het verlangen om voor die kennis een nieuw lichaam te vinden. Woordenboeken zijn er al, voor mij nog altijd van het hoogste wat een beschaving kan bereiken (en de tragiek vandaag van duizenden bedreigde kleine talen). Maar zonder de geboorte van woorden in elke nieuwe mens is een woordenboek ook maar een relikwie, een kostbaarheid uit een museum. 

Maar als er wel taal gaat woeden en branden in weer een kinderhoofd (hoe dat precies gebeurt, blijft nog altijd een van de grote wetenschappelijke vragen), dan is het woordenboek daar, paraat als geen ander, om les te geven. Dat wil zeggen: rangschikken, verklaren, aanvullen, corrigeren, weer in herinnering brengen en regelrecht betoveren (als zo’n woordje op een of andere manier anders raakt dan normaal: door zijn klank, door zijn beeldende kracht, door zijn geschiedenis). 

Zo kon ik het in het klaslokaal aan de ogen zien van de jonge mensen voor mij: soms hadden die, ik overdrijf niet, een vreemde schitter. Ze fixeerden me intens, maar ik wist dat ze verder zagen dan het mannetje dat daar voor hen bezig was. Ze zagen iets van dat grotere dat in alle kennis zit, iets van de ambitie om elke mens te bereiken. Iets van dat geloof dat denken een bron is die in elke mens vloeien kan, en dat we samen bergen kunnen verzetten. Iets veel ouders ook: voor mij was kennis al doorgegeven, en dat zou blijven gebeuren na mij, misschien wel door hen. 

Want kennis is ook een kick: er waait daar een schoonheid door, waar die ogen op dat moment iets van ontwaren. En waar ze misschien blijvend jacht op zullen maken. Lesgeven heeft veel met passie te maken, en van passie is geweten dat ze passie oproept: de onvoorstelbaar brede blik van woorden en verhalen; de helderheid van cijfers, en hoe iets af kan zijn, volmaakt misschien; dat de wereld zo groot is, van duizenden namen, maar ook van diepere verbanden die nog helemaal niet zijn blootgelegd; dat er een verleden is geweest, even diep, en dat we daarvan veel kunnen bewaren, al lijkt het onmogelijk als de tijd onbarmhartig alles afsluit, onophoudelijk. 

Dat waren de mooiste momenten: als mijn uitleg plots iets van passie kon laten aankomen bij jonge luisterende ogen en geesten. Maar lesgeven hoeft het niet louter van die momenten te hebben. Veel meer nog werkt het geduldig wroetend, bijna onzichtbaar. En de verandering wordt slechts na maanden en jaren zichtbaar: dat het kind leerde lezen en schrijven, optellen en vermenigvuldigen, kaarten in haar hoofdje heeft gehangen, klanken uit een instrument kan toveren die zoveel meer zijn dan chaos. Dat vond ik even wonderlijk aan lesgeven: de verandering die je ziet na een jaar, eerder toevallig, in wat iemand schrijft, of zegt, of in de trots die een rug recht en ambitieus wordt, of in een nooit eerder opgemerkte rust of een glimlach die een ander begrijpen verraadt. Ik heb vaak gedacht dat je die verandering, die groei, ook in een soortement rapport zou moeten kunnen omzetten. Maar ten eerste kan dat niet, en ten tweede doet dat afbreuk aan het basisidee zelf van groei en bloei. 

Dat doet een mens namelijk voor zichzelf: omdat hij zo’n kolossaal leervermogen heeft, zo’n nooit bevredigbare nieuwsgierigheid, zo’n uiterst subtiel smaak- en oordeelsvermogen, zo’n oplossend vernuft. Wat zijn wij mensen toch onwaarschijnlijk goed gemaakt om te leren. Ons hele lichaam hunkert ernaar, en het is altijd jammer als de school als een monoliet op dat leervermogen gaat staan. Ik weet dat men vandaag daar extreem Rousseau-iaans over denkt, alsof kinderen vanzelf wel de weg zullen vinden. Maar net dat laatste is allerminst zeker: kinderen zijn ongelikte beren. En kun je ze in een vorm likken, zoveel te beter, maar veel vaker moeten ze in een vorm geduwd worden, goedschiks of kwaadschiks. Want er is ook de luiheid die hen vormloos houdt, en het gruis dat in hun hoofden zich opstapelt van alle nutteloze informatie van deze maatschappij, en alle onbeantwoorde vragen die daartussen vaak verstikken.

 Vandaar dat lesgeven een ondemocratische bezigheid blijft. Iemand bezit autoriteit, en dat (liefst geleerde en gepassioneerde) gezag neemt de leiding, want kent de weg.  Hier gaat het niet om inspraak (ook niet van bezorgde ouders) maar om een ontdekkingstocht, waarvan de uitkomst niet 100% zeker is: inzicht en nieuwe passie zijn niet gegarandeerd; een zekere rijping en basisgroei zouden dat wel moeten zijn. Want een mens is een kunstwerk, daar kun je ook aan repeteren en schaven. Soms lukt het beter dan anders. Soms misschien moet het wel helemaal anders, in een ander decor, met andere spelers en inhoud. 

Maar gaan moeten we. En daarom zou autoriteit vertrouwen moeten zijn, en geen wantrouwen. Een voetbaltrainer verdraagt ook niet dat de voorzitter de ploeg opstelt. Maar net dat is vandaag het geval: de school wordt gewantrouwd, en moet tegelijk psycholoog en opvoeder en agent en dokter spelen. Begin er maar aan. Het is nochtans een prachtidee, al zo lang: een soort beschermde plek, een tuin die enkel voor de bloemen is aangelegd, een ongebonden ruimte, waar mensen zich kunnen laven, jarenlang, aan zuivere kennis. Niet opgelost in televisieprogramma’s of kranteninterviews, maar met stevig logisch gebinte in zich, bedoeld om in die hoofden dat gebinte opnieuw te construeren. 

Een plek die zo natuurlijk is als de seizoenen. Elk jaar opnieuw, in september, begint een nieuwe cyclus, een groot wiel dat wentelt en aan al die kleine en grote kinderen als vanzelf duidelijk maakt dat dat het echte leven is: de grote beweging, die verder reikt dan het volgende uur, leert dromen op een andere manier dan de kortbije angst of leute, spreekt met een generatie alsof de dood niet meer bestaat, en een uitnodiging inhoudt, elke schooldag weer, om zelf ook mee te stappen op die grote weg. 

Heerlijk vond ik dat, dat elk jaar een maagdelijk nieuw was. Elk jaar nieuwe gezichten, nieuwe kansen. Elk jaar zelf ook nog wat beter worden. Een goede leraar wordt beter als de wijn, voorwaar. 

En tegelijk is er die nederigheid: jij bent niet doorslaggevend, allesbepalend, jij bent maar een schakel in dat wonderlijk complexe ding dat mens heet. Maar net doordat de school een asiel is voor hongerenden, naar feiten, naar verbanden, naar schoonheid, lukt het een leraar misschien net iets meer dan een ander om zaden te planten waaruit bomen komen. 

En wat een vreugde blijft het in je verdere leven andere leraars tegen te komen: de gids die in een uur tijd weer een nieuwe wereld opent; het essay dat je niet weg kunt leggen, omdat het tegen jou spreekt en jij van die glinsterende ogen hebt (al weet je het niet); de journalist die plots een grotere lijn trekt; de politicus die de juiste woorden vindt; de verzamelaar die meer dan uitleg geeft; de ambachtsman die trots is op de efficiëntie van zijn aanpak en materiaal; de buurman die alle kunsttentoonstellingen gaat zien, en antwoorden of verhalen weet op elke vraag die je stelt; de herders die we kunnen tegenkomen in kabinet, kerk of politiekantoor, en die er in slagen om tegen je ziel te praten; de leraar die elke vriend voor je is; de leraar die in je partner spreekt, als zij een opmerking maakt (je zou dankbaar moeten zijn voor die autoriteit en dat vertrouwen, in plaats van nijdig te worden). Zovelen die iets aan je doorgeven willen, en soms is het nieuwe passie, soms alleen maar groei. Maar bewegen doen we, even groot en even natuurlijk als de seizoenen. Ooit is dat weten ons gegeven, aangezegd misschien, wie weet ontdekt, en sedertdien loopt er een spoor dat blijvend nieuwsgierig maakt en blijvend ons drijft.


Commentaren

Beste Guido
Als oud-leerling van jou heb ik met heel veel belangstelling dit mooie stuk tekst gelezen. Eigenlijk volg ik al een tijdje jouw blog. Er zit opnieuw heel wat waarheid in. Terwijl ik naar "Rode Wijn" van Bram Vermeulen luister, kan ik alleen maar concluderen dat de jaren dat ik bij jou in de klas mocht doorbrengen me gevormd hebben als mens. Het is een periode waar ik heel veel goede herinneringen aan over gehouden heb. Als leerkracht en als mens heb je mijn leven een bepaalde richting gegeven. Ik ben je daar nog steeds dankbaar voor. Een mens hoeft alleen maar de juiste mensen op het juiste moment tegen te komen.
Ik sta niet meer in de verpleging. Ik ben een klein beetje in jouw voetspoor getreden en sta nu voor de klas en probeer mijn liefde en passie voor mijn beroep (verpleging) door te geven aan jonge mensen.
Het ga je goed, beste Guido! Hopelijk mag ik nog heel veel mooie teksten van jou lezen!

Gepost door: Alain Temmerman | 19-02-12

You give me too much honour, dear Alain... Thx

Gepost door: guido | 22-02-12

De commentaren zijn gesloten.