16-02-12

Bladboek...

IMG_5677-2.JPG




Mijn dagboek bevat dat deel van mij dat anders zou over- en verloren lopen, overschotten van het veld dat ik met kracht heb gemaaid. Ik moet er niet voor leven, ik moet er in leven voor de goden. Zij zijn mijn aanspraak, en het is voor hen dat ik dagelijks dit papier op de post doe. Bediende in hun telbureau ben ik, en ‘s avonds gaat het verslag van mijn notities naar hun register. Zoals het blad dat over mijn hoofd hangt op het pad. Ik buig de tak en schrijf er mijn gebeden op. Laat dan de twijg los, die, opspringend, mijn krabbels aan de hemel laat lezen. Alsof ze niet in mijn lade opgesloten blijven, maar een blad zijn zo zichtbaar als alle andere bladeren in de natuur. Papyrus aan de rivierkant, kalfsvelijn in de weiden, perkament op de heuvels. Ik kom ze overal tegen, zo gemakkelijk als de bladeren die in de herfstlanen samentroepen. Kraai en eend en arend dragen mijn ganzenpen, en de wind drijft de bladeren zo ver als ik gaan kan. En als mijn verbeelding niet opvliegt, maar vastzit in slijm en modder, dan schrijf ik met een rietstengel.

(Dagboek van Henry David Thoreau, 8 februari 1841)

De commentaren zijn gesloten.