14-03-12

Mijn wonderen: over koken en werken...

IMG_3773.JPG

 

Mijn wonderen: over koken en werken...

 

Je hebt van die televisiekoks die liefdevol nog even hun hand op het stuk vlees leggen, of over de genoemde groenten strijken, of even aan de kruiden of het brood ruiken. Die gebaren zeggen veel meer dan louter dikke tevredenheid met goed voedsel. Ze zijn ook verwondering om de aard van wat ons in leven houdt: de vleesheid van het vlees, de kracht van zoiets onopvallends als groenten en kruiden. Verwondering misschien ook over de rijkdom van gegevenheid. Dankbaarheid allicht ook dat in leven blijven zo weinig eentonig gemaakt is, door alle zintuigen in ons, door dat pientere koppie van ons, door die handen die zo fijn afgesteld zijn. 

In elk geval, ik zie ze graag bezig, die lichamelijke koks. Ze leren me iets over de aard van werken zelf: werken is (mogen) ontdekken wat er is. Het bijeenvoegen, er iets mee doen, dat komt later. Eerst ontdekken wat er is (of niet is, of maar half is). Daarom zie ik de loodgieter aandachtig kijken naar de kraan. Dat kijken is diep en gericht nadenken (kon ik dat maar, denk ik dan, ik die mij opjaag als zo’n moeilijk communicerend ding het plots laat afweten). En dan haalt hij de juiste sleutel, en de juiste joint (ook het goede woord is van belang voor hem) en begint het uitproberen van de mogelijkheden: uiteen halen, bijeenvoegen, vervangen. En telkens gaat het nadenken door, af en toe ondersteund door zo’n klein grommetje (dat meer is dan een uiting van genot, het is ook een bevestiging dat wat er is, goed is). 

Terug naar het koken. Zo’n kok die zijn blik laat gaan over wat er allemaal voor hem ligt, en daar dan aan de slag mee gaat, is dat werken of denken? Of gebeurt het echte werken niet eerder in dat hoofd, en werken handen en voeten dan maar uit wat al eerder ontstond? Zelfs opruimen beantwoordt aan een vooraf bepaald plan. Het ene al meer creatief dan het andere, zeker, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat werken zo dicht bij scheppen ligt: een nieuw stukje wereld vormgegeven. De ambtenaar die weer een blad afwerkt, laat miljoenen mensen samenleven, zo groot is wat hij uitvoert. De arts die zijn diagnoses afrolt in zijn hoofd, bewijst al die intelligentie eer die, zoveel eeuwen al, inzicht wil verwerven in dat knappe lichaam (zelfs al hapert het vaak, maar haperen is geen religieuze zonde, maar een gebrek aan inzicht, een kans om te scheppen). De juf die het kleutervingertje leert schrijven, redt alle bibliotheken ter wereld. 

Ik weet dat ik graag overdrijf, maar soms past overdrijven wel. Deze wereld hangt aaneen, en dan wordt iets kleins vanzelf al groot en groter. Ook dat is werken: iets zo ontwarren of verknopen dat het (weer) past in dat grote verband. Als niet alle knopen juist zijn gemaakt, dan is ook het grotere geheel niet juist, zo eenvoudig lijkt mij dat. Ik word stil van de eeuwenoude moed van mens en dier en plant, om toch maar beschutting en voedsel te vinden, om weer bijeen te zoeken wat uit elkaar geslagen is, om...  Is werken dan ten diepste gedreven door verbondenheid? Door een besef (vaak niet uit te spreken) dat bestaan, hoe groot het ook is, toch weer begint bij mijn opstaan en aan het werk gaan? Dat als ik niet zie wat er is, de rest haperen zal? 

Daarom is werken zo’n grote zingeving. Wat doe je, vragen we, als we iemand leren kennen. En met het antwoord komt de nieuwsgierigheid naar al wat die mens aan ervaring met de grote wereld heeft bewaard: vertel eens, hoe is het in de politiek, of als manager, of als je een winkel in tweedehandse kleren runt. Ach, werk is even zovele deuren waarlangs iemand de rest van de wereld binnengaat. 

Terug naar het koken (bis). Van koken leer ik ook dat alle uitkomst een wachten is. Je kunt wel van alles bij elkaar voegen, maar zeker ben je nooit. Dat wil zeggen: helemaal zeker, zoals in de wiskunde. Maar werken is ook ervaring, en ervaring wordt soms kunst. Een snuifje zout meer kan wonderen doen. Of net dat beetje langer laten sudderen op zo’n vuurtje van niks. Een mens is nooit zeker, maar toveren kan hij wel. 

En koken leert mij dat werken nooit gedaan heeft: honderd kleine handelingen, en dat eet je dan op in een half uur. En dan weer afwassen, opruimen en rondkijken wat er is voor de volgende keer, desnoods op zoek gaan naar nieuwe gegevenheid. Nee, het houdt nooit op. Daarom is het kunst er des te meer je best voor te doen, om er des te meer van te genieten. Want genot onthoud je, en wat je onthoudt, verdwijnt niet in de zee van tijd. Tijd is geen werken, want zonder creativiteit (tenzij we zo’n golf in de zee creatief kunnen noemen, maar zo kort en zo onopvallend zou ik niet willen bestaan). Een overloze oneindigheid is tijd. Het zijn de mensen die er uren en dagen van maken. Het zijn de bomen die er seizoenen van maken. Hard werk, maar wat moois levert het niet op...

 Is er dan geen afstompend werk? Dat is er. Is er dan geen mensonterend werk? Dat is er. Werken is geen vrijblijvend spel van een kunstenaar, maar bittere overlevingsernst. Werken wordt aan inkomen gekoppeld, aan geld winnen, en wordt daarom soms oorlogsgebied. Maar ook dat is werken: nadenken hoe economie, hoe politiek, hoe het grote maatschappelijke verband rechtvaardig(er) kunnen. Zolang is er altijd die heilige verontwaardiging, die iedere mens weer het recht geeft bestaan en betekenis op te eisen. Daaraan ontsnappen de wereldwijde firma’s door onzichtbaar te worden, enkel een naam en wat vuilwerkmanagers. Maar ik geloof dat de essentie van werken hen toch ten val zal brengen, daarvoor zit de verwonderde en dankbare verbondenheid te diep... Enfin, dat hoop ik. Ik kijk om naar de geschiedenis, en zie tragiek maar ook een onwaarschijnlijke moed. Als alles is vernietigd, is er toch iemand die op een bepaald moment een vuur aanlegt en begint te koken. Eten is leven. Koken is hulde aan het leven. Meer nog: koken is bondgenoot van leven. Is samenwerken met het leven. En wat dat kan doen, zien we in de kinderen.

 

 

 

 

 

Commentaren

De pedagogie van de tafel bestaat.

Vroeger moest men zwijgen onder het eten.
En bidden voor en na. En bij het begin van een belangrijk werk.
Wat eten is.

Gisteren zaten ze hier weer bij opa.
Ik kook volgens het commentaar dat ik achteraf kreeg 'onverantwoord'.
Want opa zet zijn liefde op tafel.

Voor de jongen: 'vol-au-vent' met gebakken patatjes, voor de jongste 'kippenvleugeltjes'
en het oudste meisje verkiest pizza.

Volgens moeder en minnares volkomen 'onverantwoord'.
Iedereen eet hetzelfde aan tafel.
Bizar toch dat zij in een restaurant à la carte eten.

Maar niet erg, de status van opa heeft een vrijgeleide.
Opvoeden is voor papa's. -Die het vertikken.-
En opa schept gezelligheid op tafel.

En misschien wel herinneringen. Hoopt hij stiekem.


PS.
Want als ooit een autobus een fout maakt dan telt pedagogie niet meer.
Ik ween om de leeftijdgenootjes uit de buurt.

Gepost door: Uvi | 14-03-12

Eten en gezellige warmte/genegenheid/verbondenheid: je geeft die kinderen bagage mee voor een heel leven, Uvi.

Gepost door: guido | 14-03-12

Dank u, Guido,

u bent een leraar (dat blijf je. Toch.) en misschien wel vol mededogen voor een oude opa.
Dankuwel.

Ik hoop dat u gelijk heeft met 'die bagage'.
Ik heb gisteren weer wat in hun rugzak gestoken. En straks weer.
En vrijdag, en zaterdag en ...

Als hij maar niet te zwaar wordt.

Nog een mooie zonnige dag, opa Guido. En ik weet: u vergeet niet te genieten.

mvg

Gepost door: Uvi | 15-03-12

Leuk dat je zoveel wonderen hebt, mooi om lezen
grt manu

Gepost door: manu | 16-03-12

We delen ze, die wonderen. Da's ook al een wonder.

Guido

Gepost door: guido | 16-03-12

De commentaren zijn gesloten.