23-04-12

Vier zinnen

IMG_4090.JPG
 

“Wij zijn verrukkelijk lichamelijk”

“De wereld is slechts een schommel die nooit tot stilstand komt. Alles is voortdurend in beweging, de aarde, de rotsen van de Kaukasus, de piramiden van Egypte, zowel krachtens de universele beweging als vanuit zichzelf. Zelfs de bestendigheid is niets anders dan een trage beweging (...) Ik schilder niet het zijn, ik schilder de overgang.”

Uit: "Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? Montaigne en de kunst van het leven", door Saul Frampton, een geweldig boek, althans voor mij, een Montaigne-liefhebber. De twee citaten zijn van Montaigne zelf.

2

Sinds de intens mooie opvoering van de drie nieuwe cantates van Kris Oelbrandt in de Domincanerkerk van Brussel, blijft één zin klinken in mijn hoofd, eentje van Paul Eluard, uit Capitale de la douleur. Het is een zin die hulde brengt aan het lichaam, aan het kijken, aan de taal en haar diepe verbondenheid, aan de onvermijdelijkheid van die verbondenheid, etc. Het is een hele spirituele, en toch zo aardse zin. Maar voor mij lopen die twee vrijuit door elkaar:

Il fallait bien qu’un visage

Réponde à tout les noms du monde

3

Een wonderlijke zin, in de roman Vader-Mijn kamp 1 (van de Noor Karl Ove Knausgard). Hij beschrijft, met een buitengewone zin voor detail, zijn leven, en speciaal de moeilijk relatie die hij met zijn vader had. In een opsomming van de meisjes van zijn klas (“je had die, en je had die, en die”), staat daar plots:

“Je had Irene, die bij de meisjes veruit de populairste was, ze was mooi op zo’n manier dat het in de loop van een en dezelfde blik wordt opgevangen en weer vervaagt.”

De commentaren zijn gesloten.