07-08-12

Kiem & verwachting

IMG_4350.JPG







Uit het dagboek van Henry David Thoreau (1817-1862): notitie van 19 juli 1851

Hier ben ik dan, 34, en toch is mijn leven nog bijna helemaal niet open gekomen. Hoeveel zit er nog in de kiem! Zo groot is het verschil tussen mijn droom en wat er echt is in mijn leven, dat ik kan stellen dat ik nog niet geboren ben. Een gevoel voor gemeenschap is er, maar geen gemeenschap. Leven duurt niet lang genoeg voor één succes. En dat wonder zal allicht ook nog niet gebeuren binnen de volgende 34 jaar. Alsof mijn seizoenen trager wentelen dan die van de natuur, zo verschillend klopt tijd in mij.

Maar ik ben tevreden. Dat snelle keren van de natuur, zelfs de natuur binnen in mij, waarom zou het me moeten opjagen? Laat een mens maar dansen op de muziek die hij hoort, hoe afgemeten ook. Is het dan belangrijk dat ik rijp zoals een appelboom? Ja, zelfs als een eik? Mag mijn leven in de natuur, op zichzelf al wat bovennatuurlijk, dan niet de enige bron zijn voor mijn spirituele leven, zelfs in kinderportie? Zal ik dan lente tot zomer maken? Zal ik de vlugge, nietige volledigheid hier nu opofferen voor een totaalheid daar? Als mijn boog breed is, waarom hem dan tot een cirkel versmallen? De gemeenschap waar ik voor gemaakt ben, is hier niet. Heb ik dan liever deze arme werkelijkheid dan de verwachting? Ik heb liever de zuivere verwachting. Als leven wachten is, dan is dat maar zo. Ik wil geen schipbreuk lijden op een ijdele werkelijkheid. Want waar is de werkelijkheid die ik zou moeten kiezen? Zal ik met moeite een hemel van blauw glas over mezelf trekken, wetende dat ik nadien toch nog altijd zal zoeken naar de echte hemel daarboven, alsof de mijne niet bestond? Die stille, verre lucht, die het blauwe, indringende oog van de hemel overspant? Ik ben verliefd op die blauwogige hemelboog.

De commentaren zijn gesloten.