20-09-12

Twee plekken...

IMG_5372.JPG

 

 

Omdat ik in de voorbije tijd in twee steden rondliep, Parijs en Budapest, en in diezelfde tijd ook langs mijn ouderlijk huis reed, terugkerend van de Beauforttentoonstelling in de Westhoek, zet ik vandaag twee plekken naast elkaar. Een lege en een volle. Ik had wel willen opgroeien in het Parijs dat Campert beschreef. Maar ik deed het op een andere plek.

Maar het decor mag dan anders zijn, de mensen blijven dezelfden, en hun dromen ook...

 

Rijdend langs het ouderlijke huis zie ik, dat de grote schuur afgebroken is, en met hem de stallingen. In de plaats staat er nu een grote moderne schuur in betonplaten, die wellicht delen van het oude hergebruikt, alleen kan ik dat van hier, van de straatkant, niet zien. De boomgaard is volledig weg, er liggen nu balken en stenen en de leegte is zichtbaar en slordig leeg. 

Het huis zelf is niet ingestort, maar ziet er onderhouden uit, er staan nog een paar grote bomen overeind. De populieren zijn zelfs te groot geworden. Maar wat is te groot in dit landschap dat enkel aarde en lucht kent, en verten daartussen, die platgeknepen zijn, en daarom des te verder lijken. 

Komend van Nieuwpoort, over de IJzer, zie ik plots dat dit een dal is, een kom. Niet dat letterlijk de grond daalt, maar dat er nog minder bomen, huizen, boerderijen staan dan elders in dit vlakke land, waardoor er nog meer open ligt. Voorbij St Pieterskapelle zal dat gevoel weer ophouden, want daar bromt dan de snelweg en wachten de silhouetten van Middelkerke en Oostende. Maar hier is een gat, jazeker. Een gat naar het Westen, Zuiden, Oosten en Noorden. Vrij spel hebben en hadden ze, de elementen. 

En daarin werd ik langzaam groot. 

Toen. Maar toen is er misschien nog altijd. De jongen van toen kijkt nog altijd graag naar grote muren van lucht, naar lijnen van verte, naar licht en duister en hun gesprekken.  Hoeveel verandert een mens? 

Maar de oude stee, die toch een oase was met zijn hoge bomen en ingekapseld groen en water rondom, dat oude verweer tegen de natuur daarbuiten, die is er niet meer. Ik zou daar nu niet graag leven. Te naakt. Te kou. Te lelijk.

 

 

Steden bij avond (Remco Campert)

 

Ik droomde in de steden bij avond 

in Parijs liep ik lang over boulevards 

zocht francs op het asfalt 

de bistro's wenkten 

met zwarte koffie en hardgekookte eieren 

ik kon er op basketbalschoenen 

de morgen afwachten 

schrijvend luisterend en drinkend 

de eerste vegen rose de eerste arbeiders 

op vroege fietsen de eerste métro 

met gele mensengezichten en nog vochtig nekhaar 

de eerste krant en het eerste licht 

ik droomde ik kon spreken in Parijs 

en bij Dupont nam men een film op 

een sprekende film dat gaat zonder zeggen 

een film met Gréco en een man die ik niet zag 

de steden bij avond 

zijn van de mensen de minnaressen 

de steden bij avond 

strelen met hun tere lichtende handen 

de schouders en de haren van de mensen 

ik heb het gezien ik heb het gevoeld 

ik heb naar de steden geluisterd 

als zij zich neerlegden bij avond 

langs hun rivieren en bomen 

ik heb met de mensen gesproken 

in de cafés en cinema's van hun steden 

bij avond en avondlicht 

ik heb hun Turkse tabak gerookt 

en die uit Amerika en Algerije 

ik heb met hen gedronken en gelachen 

gekust en geweend 

in hun steden bij avond 

als zij moe waren en vol moed of moedeloos 

ik droomde ik was enkel tong 

enkel tanden enkel lippen 

ik droomde ik was enkel woorden 

en troostende gebaren 

ik liep door de steden bij avond 

vond de wereld bij elke voetstap 

vond geluk in gezichten van mensen 

vond verdriet in de adem van hun woorden 

ik droomde te over ik droomde 

om zes uur in de morgen 

mijn hoofd op een tafel 

mijn armen om mijn hoofd 

mijn vrienden om mij heen 

ik droomde met de mensen 

ik droomde met de wereld 

ik droomde in de steden bij avond


(foto: terras in Montmartre)

 

De commentaren zijn gesloten.